Ministerie van Buitenlandse Zaken

charset="iso-8859-1"

http://www.minbuza.nl/content.asp?Key=410998



Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Directie Integratie Europa Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag

Datum 7 maart 2001 Auteur P.J. Kleiweg de Zwaan

Kenmerk DIE/153 Telefoon 070 - 348 5819

Blad /3 Fax 070 - 348 6381

Bijlage(n) E-mail Die-ex@minbuza.nl

Betreft Beantwoording vragen van het Kamerlid Timmermans over EU voedselhulp aan de Russische Federatie

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier Uwer Kamer d.d. 22 februari 2001, kenmerk 2000106980, waarbij gevoegd waren de door het Kamerlid Timmermans overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij U ingediende vragen over EU-voedselhulp aan de Russische Federatie, heb ik de eer U, mede namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, als bijlage dezes het antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken

Antwoord van de heer Van Aartsen, Minister van Buitenlandse Zaken, en heer Brinkhorst, Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, op vragen van het Kamerlid Timmermans
over de voedselhulp aan Rusland in 1999. (Ingezonden 22 februari 2001).

Vraag 1

Herinnert u zich mijn vragen van 22 december 2000 en uw antwoorden van 17 januari 2001 over de voedselhulp aan Rusland in 1999?

Antwoord


Ja.

Vraag 2

Waren niet een gebrek aan voedsel maar een gebrek aan koopkracht bij arme Russen in afgelegen gebieden en slechte distributie de hoofdproblemen in Rusland?

Antwoord


Toen besloten werd tot verstrekking van de voedselhulp leefde 31% van de bevolking in de Russische Federatie onder de armoedegrens. Dit deel van de bevolking werd extra getroffen door de bijzonder slechte graanoogst in 1998 en de roebelcrisis van augustus in dat jaar. Gebrek aan koopkracht, sociale uitsluiting alsmede de ontwrichting van het distributiesysteem en het ineenstorten van de voedselverwerkende industrie die voortvloeiden uit de economische crisis, waren allen even belangrijke factoren die de EU, en andere donoren deden besluiten tot verstrekken van hulp, nadat daartoe een verzoek van de Russische Federatie was ontvangen.


Vraag 3

Hoe beoordeelt u dan de conclusie van de Europese Rekenkamer dat de door de EU geleverde producten de levensomstandigheden van de armsten nauwelijks hebben verbeterd, terwijl alleen projecten die uit de tegenwaardefondsen zijn betaald enig effect hadden?

Antwoord

Bepaalde delen van de Russische
bevolking, in het bijzonder de mensen met een staatspensioen, leefden onder zeer penibele omstandigheden.
Met de voedselhulpoperatie trachtte de EU een dubbele doelstelling te verwezenlijken:


-
betaalbaar voedsel ter beschikking stellen aan behoeftige bevolking;


-
versnellen van de betaling van achterstallige pensioenen door aanwending van tegenwaardefondsen.

Ik ben het eens met de Rekenkamer dat de EU beter geslaagd is in verwezenlijking van de tweede doelstelling dan de eerste.

Vraag 4


Was het dan niet veel rechtvaardiger en eenvoudiger geweest de armsten een inkomenstoeslag te geven?

Antwoord

Het is niet gebruikelijk dat donoren direct inkomentoeslagen verstrekken aan sociaal-economisch zwakke groepen in Derde Landen. Dergelijke steun voldoet niet aan de duurzaamheidseisen en zou bovendien inflatoire werking kunnen hebben.

De door u gesignaleerde uitvoeringsproblemen zouden, in het geval van het verstrekken van directe inkomenssteun aan bepaalde delen van de Russische bevolking, zich in versterkte mate hebben voorgedaan.

Vraag 5


Hoe beoordeelt u de stelling van de Europese Commissie dat de voedselhulp welkom was omdat daarmee een anders werkeloos distributiesysteem aan het werk werd gehouden, in het licht van het uitgangspunt dat het distributiesysteem slecht functioneerde?

Antwoord

Ik deel de opvatting van de Europese Commissie niet. Het voedselverstrekkingsprogramma van de EU heeft nauwelijks bijgedragen aan het herstel van de Russische vervoerssector na de economische recessie in 1998.

Vraag 6


Kan een slecht functionerend distributiesysteem worden verbeterd door er simpelweg meer goederen in te pompen, in plaats van het versterken van de infrastructuur?

Antwoord

Verhoging van het vervoersvolume, waartoe de EU-voedselhulp leidde, gaf slechts een tijdelijke, en op macro niveau, geringe, impuls aan de noodlijdende vervoerssector in Rusland.

Verbetering van de (harde) infrastructuur, adequaat onderhoud, institutionele ondersteuning aan de vervoerdersorganisaties, uniforme wetshandhaving, creëren van een 'level playing field' in de vervoersbranche en versterking van de vervoersplanningscapaciteit bij overheid en particuliere sector, zijn de beproefde methoden om een slecht functionerend distributiesysteem in een land te verbeteren.

Vraag 7

Hoe beoordeelt u de stelling van de Europese Commissie dat de voedselhulp niet tot marktverstoring heeft geleid, in het licht van het feit dat het vlees slechts met grote moeite kon worden geleverd en dat de autoriteiten van de Russische Federatie het vlees maandenlang in koelhuizen opsloeg of doorstuurde naar gebieden waarvoor het niet was bedoeld?

Antwoord



Ter vermijding van marktverstoring is in 1999 besloten de voedselhulp op de markt te brengen tegen lokale prijzen. Deze beleidslijn is vrij succesvol gebleken. De voedselhulp heeft niet geresulteerd in aanwijsbare opdrijving van de lokale prijzen.

Zowel voor rund- alsook voor varkensvlees gelden strenge eisen op veterinair gebied. Bovendien zijn deze producten door hun bederfelijke karakter moeilijk te vervoeren en op te slaan. Deze specifieke aspecten verklaren grotendeels de vertraging bij de aflevering en de aanwending van het vlees.

Vraag 8

Welke conclusies verbindt u aan de opgedane ervaringen voor het instrument voedselhulp, zoals dat door de EU is toegepast? Deelt u de opvatting dat het aldus gehanteerde instrument zoveel nadelen in zich bergt, dat het maar beter achterwegen gelaten kan worden?

Antwoord

Zoals gesteld in mijn antwoord op uw vraag 3, ben ik van mening dat de voedselhulpoperatie aan Rusland niet aan alle vooraf gestelde doelstellingen heeft voldaan. In de discussie in Raadskader over de evaluatie van de voedselhulpoperatie aan Rusland, die op 21 februari jl. in Brussel is gestart, heeft Nederland zich dan ook op belangrijke punten aangesloten bij de bevindingen van de Rekenkamer. In deze discussie benadrukt Nederland dat de EU, met de bevindingen van de Rekenkamer in de hand, in de eerste plaats lessen dient te trekken uit de operatie in Rusland. De EU dient zich rekenschap te geven dat voedselhulpoperaties -tenzij aangewend in situaties van acute en grootschalige hongersnood- onbedoelde en ongewenste gevolgen kunnen hebben. In het licht van de opgedane ervaring met het Rusland-programma, is er dan ook reden om terughoudend te zijn bij vergelijkbare operaties in de toekomst.

Kenmerk
Blad /1

===