Ministerie van Financien

Titel: Belasting- en premieheffing functionarissen Europees



Belasting- en premieheffing functionarissen Europees Octrooibureau

Directie Internationale Fiscale Zaken

Besluit van 27 april 2001, nr. IFZ2001/428M

De directeur-generaal Fiscale Zaken heeft namens de staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

Dit besluit is opnieuw uitgebracht naar aanleiding van de Belastingherziening 2001 en dient ter vervanging van het besluit van 4 juni 1980, nr. 079-2057 en 3 januari 1990, nr. IFZ89/1664. (Met het vervallen van artikel 40 AWR konden de punten 3 t/m 5 van deze resolutie komen te vervallen.)


1. Belasting- en premieheffing van functionarissen van het onderdeel van het Europees Octrooibureau (EOB) te Rijswijk (ZH).

Onder verwijzing naar punt 4.1 van de resolutie van 8 mei 1979, nr. 079 - 769, opgenomen in het boekwerk IFZ onder nummer 890.00.07, deel ik u het volgende mede.


2. De salarissen en emolumenten die de personeelsleden van het onderdeel van het Europees Octrooibureau (verder te noemen EOB) te Rijswijk genieten, zijn op grond van artikel 16, eerste lid, van het Protocol inzake voorrechten en immuniteiten van de Europese Octrooiorganisatie (Boekwerk IFZ (A) 370.00.00) vrijgesteld van de heffing van nationale inkomstenbelasting.

De door de Organisatie betaalde pensioenen en lijfrenten zijn echter wel belastbaar voor de inkomstenbelasting (artikel 16, tweede lid, van het Protocol).

De leaving allowance (allocation de départ) betreft de terugbetaling van pensioenpremies bij vertrek vóórdat pensioenrechten zijn ontstaan. Artikel 16, eerste lid, van genoemd Protocol is op deze uitkering van toepassing; zij is mitsdien niet belastbaar voor de inkomstenbelasting.

De punten 3 t/m 5 zijn vervallen. (Punt 6 was reeds vervallen)

7. Met betrekking tot de toepassing van artikel 18 van bovenbedoeld Protocol deel ik u mede dat door de Europese Octrooiorganisatie een eigen systeem voor sociale zekerheid is ingesteld. De EOB-functionarissen, op wie dit systeem van toepassing is, kunnen derhalve vanaf de datum waarop het in werking is getreden (1 januari 1978) als niet verzekerd ingevolge de sociale zekerheidswetten worden beschouwd.

Dit besluit treedt in werking met ingang van het belastingjaar 2001.