Partij van de Arbeid

Den Haag, 13 juni 2001

VRAGEN VAN DE LEDEN ARIB, BUSSEMAKER EN MIDDEL (ALLEN PVDA) AAN DE MINISTERS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID EN VAN JUSTITIE EN AAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

1. Bent u op de hoogte van het rapport "Scoren met kinderen" van Terre des Hommes? (1)

2. Bent u het met de stelling eens dat het handelen in jonge voetballers in strijd is met het Verdrag inzake de Rechten van het Kind, dat door Nederland is geratificeerd? Zo ja, welke maatregelen gaat u ondernemen om conform het Verdrag kinderen hier tegen te beschermen en op welke termijn?

3. Bent u het met de stelling eens dat het werven van jonge voetballers in strijd is met het ILO-Verdrag 182 over het bestrijden van de ergste vormen van kinderarbeid?

4. Welke stappen op Europees en mondiaal niveau gaat de Nederlandse regering zetten om de internationale handel in jonge voetballers tegen te gaan en op welke wijze wordt het beleid interdepartementaal afgestemd?

5. Op welke termijn zijn de uitkomsten van het onderzoek naar de rekrutering van jonge voetballers en de bevindingen van de ambtelijke werkgroep naar de ethische aspecten hiervan te verwachten? Wordt het onderzoek naar rekrutering ook uitgebreid naar andere vormen van kinderhandel? Zo, nee waarom niet?

6. Kinderhandel blijkt in opmars en Amsterdam blijkt een belangrijke doorvoerstad, zo stelt het ILO-Rapport 'Global Report- Stopping Forced Labour'. Welke andere stappen zet u in interdepartementaal verband om handel en arbeid van kinderen nationaal en internationaal te bestrijden?

7. Kinderen die in Nederland verhandeld worden voor andere doeleinden dan prostitutie vallen op dit moment buiten de juridische definitie van mensenhandel. Zij worden onder meer verhandeld voor drugshandel, wapenhandel, tewerkstelling in restaurants, maar ook ten behoeve van voetbalclubs. Deze kinderen zijn in juridische zin slachtoffer van mensenroof. Het juridische verschil tussen mensenhandel en mensenroof heeft tot gevolg dat deze kinderen geen recht op opvang hebben. Dit zouden zij wel moeten hebben omdat zij door anderen in deze slavernijachtige positie zijn gebracht. Is de minister bereid de wet op dit punt te wijzigen zodat slachtoffers van alle soorten kinderhandel adequaat worden opgevangen?

(1) "Scoren met kinderen, Een onderzoek naar de handel in jeugdige voetballers", Terre des Hommes, 12 juni 2001