Ministerie van Buitenlandse Zaken



Aan de Voorzitter van de Vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 DEN HAAG Directie Sub-Sahara Afrika Afdeling Midden- en Oost-Afrika Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag

Datum 19 juni 2001 Auteur mr Jacomien Zevenbergen

Kenmerk 444/01 Telefoon 070 3486556

Blad /2 Fax 070 3486607

Bijlage(n) E-mail daf@minbuza.nl

Betreft Mijn toezegging betreffende bibliotheken en internet in Tanzania

C.c.

Zeer geachte Voorzitter,

Ingevolge mijn toezegging tijdens het algemeen overleg van 5 april 2001 betreffende het landenbeleid ten aanzien van Tanzania, Zambia en Zuid-Afrika, kan ik u als volgt informeren.

Ik heb u toegezegd schriftelijk te antwoorden op de vragen over het functioneren van de bibliotheken op lagere scholen in Tanzania en de mogelijkheden van internet aldaar.

In het schema over de sector onderwijs dat als bijlage is opgenomen bij de documenten over het landenbeleid ten aanzien van Tanzania, wordt vermeld dat er in het jaar 2000 goede voortgang is gemaakt bij de opbouw van bibliotheken op lagere scholen. Meer in het bijzonder kan ik u daarover melden dat in 2000 is begonnen met een pilotproject. Dit hield in dat door een NGO, Care Tanzania, in een zestal districten (Ngara, Muleba, Karawe, Biharamulo, Kahama, Maswa), die ook zijn betrokken bij het District Rural Development Programme, telkens 20 scholen (een gemiddeld district heeft tussen 180 en 250 scholen) zijn geselecteerd op de voorwaarde dat ter plaatse een boekencomité in het leven werd geroepen en dat de mogelijkheid de boeken schoon en droog in de school te bewaren was gegarandeerd. Nog hetzelfde jaar zijn de bibliotheekjes bij deze scholen opgezet, zijn de boeken geselecteerd door de boekencomités - ongeveer 400 boeken per school - en aangeschaft. Er is een training georganiseerd voor de boekenregistratie,
-uitleen en beheer van de bibliotheek. De aandacht die de bibliotheekjes hebben gekregen van zowel kinderen als ouders is enorm. De behoefte blijkt bijzonder groot te zijn. Het komt voor dat kinderen uren in de rij staan om gedurende één uur in een lokaal een boek te kunnen lezen, of dat, als de boeken mee naar huis genomen mogen worden, een groep kinderen op weg naar huis gezamenlijk een enkel boek leest. Dit is zonder meer een positieve ontwikkeling in een land waar totale afwezigheid van leesmateriaal op de scholen jarenlang een gebruikelijke situatie was.

Ook andere scholen zijn zeer geïnteresseerd geraakt in het aanleggen van een bibliotheek. Voor het jaar 2001 is een verdubbeling van het aantal bibliotheekjes voorzien. Dit betekent dat er aan het eind van dit jaar in totaal 240 bibliotheekjes zullen zijn opgezet. Voorts zal een studie worden uitgevoerd naar de mogelijkheid van verdere uitbreiding en uitdieping van het project.

Het belang van goed beheer van de (school)boeken, een van de doeleinden van het project, blijkt ook zijn nut te hebben in het kader van een groot nationaal tekstboekenprogramma voor scholen, waaraan Nederland, samen met de EU, Zweden en Engeland een bijdrage aan levert.

Ten aanzien van de vraag naar de mogelijkheden van internet rondom deze bibliotheekjes merk ik op dat op dit moment nog lang niet iedere school de beschikking heeft over een computer. Ook de gebrekkige stroomvoorziening in veel districten staat nog in de weg aan het uitbouwen van deze bibliotheekjes tot multifunctionele nieuwe media-instituten, zoals werd gesuggereerd door mw.
Molenaar.

Nederland draagt wel op de volgende manier bij aan het ontwikkelen van de nieuwe media in Tanzania. Via het Medefinancieringsprogramma voor Hoger Onderwijssamenwerking (MHO) is Nederland betrokken bij het opzetten van een Faculteit voor Computerkunde en een Computer Centrum aan de Universiteit van Dar es Salaam. Verder ondersteunt Nederland in samenwerking met het International Institute for Communication and Development (IICD) een pilotproject op middelbare scholen in Dar es Salaam en Mwanza, dat is gericht op het opzetten van een klein netwerk, om meer informatie stromen van en naar de studenten mogelijk te maken.

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking

Eveline Herfkens

Kenmerk
Blad /1

===