home

Persberichten

12 oktober 2001

ChristenUnie wil spuitvrije zones als natuurlijk netwerk

Beloon boeren met groene vingers

De ChristenUnie wil boeren meer bij natuurbeheer betrekken. "Boeren kunnen daar een goeie bijdrage aan leveren, omdat ze van nature een sterke band met natuur en landschap hebben", aldus Dick Stellingwerf. Het landschap is in de loop der eeuwen door de boeren gevormd als een gratis bijproduct van de voedselproductie. "Wij vinden dat natuurproductie een normale agrarische activiteit moet worden en dat boeren daaruit inkomen moeten kunnen verwerven", benadrukt de woordvoerder van de ChristenUnie. Hij vindt het jammer dat deze nieuwe taak tot nu toe te bureaucratisch georganiseerd is en er te weinig geld voor is.

De ChristenUnie ziet nieuwe kansen in het omzetten van de zones die verplicht spuit- en bemestingsvrij zijn in zones voor agrarisch natuurbeheer. Deze teeltvrije zones zijn ingesteld om de kwaliteit van het oppervlaktewater beter te beschermen. De ruimte voor gewone productie is daardoor kleiner geworden, maar de boeren zijn daarvoor niet gecompenseerd. "Door nu op deze stroken voor agrarisch natuurbeheer te kiezen, realiseren we in één klap een paar doelstellingen", vindt Stellingwerf. Zo ontstaat er ook buiten de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingen. "Noem dat maar een Ecologische Detail Structuur". Dit komt de soortenrijkdom ten goede. En als de teeltvrije zones op vrijwillige basis verbreed kunnen worden tot drie meter heeft dit een gunstig effect op de waterkwaliteit. "Met deze maatregelen scheppen we een inkomstenbron voor boeren, die gebaseerd is op een maatschappelijk wenselijke ontwikkeling".

Tijdens het overleg met staatssecretaris Faber over Natuurbeleid op maandag 15 oktober a.s. zal Dick Stellingwerf voorstellen een experimenteergebied aan te wijzen en daaraan een passend vergoedingenstelsel te koppelen. Het geld daarvoor kan gevonden worden binnen de kwaliteitsimpuls van de Nota Natuur voor Mensen, Mensen voor Natuur. In dat kader komen ten behoeve van de zogeheten groen-blauwe-dooradering tienduizend hectare landbouwgrond in aanmerking voor functieverandering. Later kan worden besloten om deze mogelijkheid op nationale schaal in te voeren.