Ministerie van Algemene Zaken

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
Persbericht Ministerraad
26 oktober 2001

POSITIE VROUWEN EN JONGEREN IN WETENSCHAP IS VERBETERD

De ministerraad heeft op voorstel van minister Hermans van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen ingestemd met het toezenden van de Voortgangsrapportage Wetenschapsbeleid 2002 aan de Tweede Kamer. In de Voortgangsrapportage staat omschreven welke resultaten geboekt zijn sinds het verschijnen van het Wetenschapsbudget 2000, getiteld "Wie oogsten wil moet zaaien".

Uit de voortgangsrapportage blijkt dat het carrièreperspectief van vrouwen en jonge onderzoekers de afgelopen jaren is verbeterd. Inmiddels zijn twee lichtingen nieuwe jonge onderzoekers aan de slag. De dreigende tekorten op de onderzoeksarbeidsmarkt worden bestreden met twee programma's. Het Aspasia-programma is erop gericht meer vrouwen in wetenschappelijke rangen te krijgen, met name op het niveau van universitair hoofddocent. Het andere programma, de Vernieuwingsimpuls, is bedoeld om jonge onderzoekers de kans te geven creatief en vernieuwend onderzoek te verrichten. Uit de rapportage blijkt ook dat onderzoekers meer samenwerken met onder meer bedrijfsleven en internationale partners. Sinds het verschijnen van het Wetenschapsbudget 2000 is er extra geld vrijgemaakt voor onderzoek. Over de periode 2000-2005 gaat het om een bedrag van 575 miljoen euro.

RVD, 26.10.2001