Ministerie van Algemene Zaken


1red10116
26-10-2001, NOS, Gesprek met minister-president, Nederland 3, 22.57 uur

MINISTER-PRESIDENT KOK NA AFLOOP VAN DE WEKELIJKSE

MINISTERRAAD OVER ZIJN BEZOEK AAN PAKISTAN.

* NEDERLANDSE HULP AAN DE REGIO

* VLUCHTELINGEN

* DEMOCRATIE IN PAKISTAN

NEDERLANDSE HULP AAN DE REGIO

VAN DE GRAAF:
Als dit programma wordt uitgezonden zit u al in het vliegtuig op weg naar Pakistan. Het woord `ramptoerist' is nog net niet gevallen, maar er was wel een soort sfeer van: wat heeft de minister-president van Nederland in hemelsnaam op dit moment te zoeken in Pakistan?

KOK:
Ik denk dat het heel belangrijk is dat Nederland, ook in de persoon van de minister- president samen met de minister van ontwikkelingssamenwerking, de grote waardering die we allemaal hebben tot uitdrukking brengt voor de bijdrage die Pakistan levert aan de internationale alliantie in verband met de vreselijke aanslagen van 11 september. En natuurlijk dat we ook goed luisteren naar de inschatting die ze daar hebben over de ontwikkelingen in Afghanistan. Tegelijkertijd kunnen wij hen ondersteunen in het geven van humanitaire hulp aan degenen die op die hulpverlening zijn aangewezen. We moeten ook niet vergeten dat Nederland ­ veel meer dan mensen misschien denken ­ een grote speler is, een grote donor, op het internationale toneel, als het gaat om financiële hulpverlening voor noodhulp, voor medicijnen en voedsel, maar ook voor de structurele wederopbouw van Afghanistan.

VAN DE GRAAF:
Zijn wij significant groter in de hulp aan Pakistan dan de Belgen, de Denen, de Luxemburgers en andere kleine landen?

KOK:
We doen natuurlijk op alle terreinen heel veel. U noemt nu Denemarken: we hebben samen met de Scandinavische landen echt een toppositie in VN-verband als het gaat om het aandeel van ons bruto nationaal product voor ontwikkelingssamenwerking. Maar ook in allerlei andere hulpprogramma's behoren we tot de grootste van de wereld.

VAN DE GRAAF:
Ook in Pakistan is dat het geval?

KOK:
Ja, zij het dat in het recente verleden met Pakistan niet zulke geweldige verhoudingen bestonden, omdat daar natuurlijk op een wat hardhandige manier een machtswisseling heeft plaatsgevonden. Nieuwe tijden, nieuwe omstandigheden: de internationale wereld heeft Pakistan nodig om de steun te geven aan de alliantie die nodig is. Dat betekent dat men daar ook heel goed weet, als het gaat om het nieuwe Afghanistan na de Taliban,



maar ook in het huidige Pakistan en alles wat er in die omgeving ligt, dat Nederland op die terreinen een belangrijke stem heeft.

VAN DE GRAAF:
Gaat u met extra geld in de binnenzak naar Pakistan?

KOK:
Niet apart met extra geld, maar wel met extra goederen. Het vliegtuig waarmee wij vliegen is ruim gevuld met extra goederen van een paar miljoen gulden die door Ontwikkelingssamenwerking beschikbaar zijn gesteld. Maar men weet dat we op alle terreinen waar ik zojuist over sprak, internationaal en vanuit Nederland, ondersteuning geven. Toen we aan het begin van de week de initiatieven namen richting Pakistan voor het op de wagen zetten van dit program, bleek ook onmiddellijk dat men hier graag veel ruimte voor maakt.

VLUCHTELINGEN

VAN DE GRAAF:
Hebt u begrip voor de vraagtekens die bij de reis werden gesteld?

KOK:
Ja, daar heb ik wel begrip voor. Juist daarom geef ik er ook de nodige antwoorden op. We hebben natuurlijk wel eens een beetje de neiging in Nederland om te denken: goh, tellen we eigenlijk wel voldoende mee. We zien wel dat er een groot aantal contacten van andere landen in Pakistan zijn, dus waarom wij eigenlijk niet en als we dan wel gaan komen er ineens vragen van: wat gaan we daar eigenlijk doen. We gaan natuurlijk niet om daar mensen voor de voeten te lopen. We gaan er wel naartoe om ook met de VN-organisaties te praten, de UNHCR waar de heer Lubbers nu leiding aan geeft, en die VN-organisaties die ook overigens de financiering verzorgen.

VAN DE GRAAF:
Gaat u als u bij de Pakistaanse president zit ook de kritiek verwoorden die er op zijn beleid is, bijvoorbeeld het feit dat de grenzen dicht zijn voor nieuwe vluchtelingen, terwijl er honderdduizenden achter de grens bivakkeren, waar we niet bij kunnen?

KOK:
Dat punt komt zeker aan de orde. Ik heb vanochtend nog wat langer met Tony Blair gesproken die daar een paar weken geleden geweest is en natuurlijk ook overigens vanuit Londen hele goede contacten met Pakistan heeft. Ik heb natuurlijk ook dit punt met hem van gedachten gewisseld. Die grenzen zo gesloten houden als nu het geval is, is niet goed, net zo min als dat de Pakistani de ernst van de vluchtelingenproblematiek, van de humanitaire problemen eigenlijk een beetje onder het tapijt mogen schuiven. Dat mag niet. Verder moeten we ook goed voorbereid zijn op het feit dat het onderwerp Kasjmir natuurlijk uitgebreid aan de orde komt. Dan zal Pakistan geen mogelijkheid onbenut laten om vooral te zeggen wat er in het beleid van India niet deugt.



DEMOCRATIE IN PAKISTAN

VAN DE GRAAF:
Als straks dat hele probleem in Afghanistan is opgelost, praat u dan ook met de president op een toon van: wanneer komen er vrije verkiezingen in je land?

KOK:
Dat zal niet het eerste onderwerp zijn op dit moment. Het is natuurlijk de eerste zorg hoe vanuit internationale steunverlening vanuit de alliantie de zaak op poten te krijgen.

VAN DE GRAAF:
Ik weet wel dat nood wet breekt en dat je in tijden van oorlog rare bondgenoten kunt krijgen, maar het is natuurlijk wel gewoon een dictatuur?

KOK:
Het is natuurlijk niet zo dat principiële opvattingen die er zijn over mensenrechten, of over democratie, ingeslikt worden op het moment dat je deel uitmaakt van een internationale alliantie.

VAN DE GRAAF:
U gaat ze wel bespreken?

KOK:
Ik denk niet dat het het hoofdonderwerp is, want het hoofdonderwerp is ­ dat kunt u echt van mij aannemen ­ hier en nu: deze brandende ...

VAN DE GRAAF:
Maar komt het bij het dessert misschien wel ter sprake?

KOK:
Opvattingen van Nederland over democratie en over goede bestuurlijke en politieke verhoudingen komen natuurlijk als dat maar even kan ook aan de orde, maar dat is niet de aanleiding voor de reis.

VAN DE GRAAF:
Even iets anders: gaat u militaire onderwerpen bespreken met de president, voor het geval Nederland wordt gevraagd die tankerdiensten te leveren aan de Amerikanen?

KOK:
Niet per se. We hebben daar met de Amerikanen natuurlijk een goede lijn op. De Amerikanen kennen van ons de mogelijkheden die we hebben om eventuele ondersteuning te geven ­ die zijn vertrouwelijk natuurlijk; daar kunnen we niet mee publiek gaan ­ en we bespreken dat met de Amerikanen en ook met onze vertegenwoordiging in Florida, waar een logistiek centrum is, vanuit een positieve houding. Dus op het moment dat Amerika zou zeggen: we vinden toch dat die-of-die opties die in het vooruitzicht zijn gesteld serieus zijn en daar willen we graag gebruik van maken, dan zullen we dat heel zwaar wegen en als regering op dat moment daar over beslissen. Dat komt nu niet ter sprake. De hoofdzaken vandaag en morgen zijn politiek-diplomatiek en humanitair. Politiek-diplomatiek: hun kijk op het post-Taliban tijdperk: hoe zou dat eventueel vorm moeten krijgen, waar denk je dan aan. Denk je aan



een VN-vredesmacht daar, denk je aan een multilaterale vredesmacht, of moeten de Afghanen dat alleen doen. De heer Brahimi, speciaal afgevaardigde van Kofi Annan, de SG-VN, vervult ook een belangrijke rol en zal daar dezer dagen ook zijn. Dat soort dingen wordt wel besproken, maar de puur militaire component ... misschien hoor ik daar wel wat over ...

VLUCHTELINGEN

VAN DE GRAAF:
Even terug naar die humanitaire hulp. We hebben in de tijd van Kosovo een bijzondere maatregel genomen. We hebben gezegd: mensen kunnen daar niet gewoon goed en veilig worden opgevangen. Heel veel mensen zijn vanuit Kosovo naar Nederland gekomen onder de afspraak: als het daar weer veilig is ga je ook onmiddellijk terug. Bij mijn weten zijn de meesten inmiddels ook weer teruggekeerd. Zou Nederland overwegen om substantiële hoeveelheden Afghaanse vluchtelingen, die nu echt heel erg in de klem zitten, op die basis naar Nederland over te brengen?

KOK:
Nee. Het klinkt wat bot misschien, maar daarvoor liggen er geen plannen, omdat alles zich er op richt, met de UNHCR en de andere instanties, om met Pakistan en andere landen van de regio alles te doen wat mogelijk is om dáár een adequate opvang mogelijk te maken.

VAN DE GRAAF:
De VVD-variant: opvang in eigen regio?

KOK:
Dat is geen VVD-variant, dat is de Nederlandse variant en de Europese variant. We moeten de landen die dat dan betreft royaal financieel steunen, want men moet wel weten dat men daar niet in zijn eentje ­ het is toch al armoe troef daar ­ voor moet opdraaien. We geven daar ondersteuning aan. We zullen ook heel goed toezien op de vraag: kunnen we dat behappen. Er moet dus ook een planning zijn die voldoende ruim is om dat te kunnen opvangen. Overigens is er op dit moment van het uitstromen van vluchtelingen uit Afghanistan nog weinig sprake ...

VAN DE GRAAF:
Nee, want de grens is dicht. Ze kunnen er niet uit.

KOK:
Niet alleen omdat grenzen dicht zijn. Ik sprak vanochtend even met Kamerlid Karimi van GroenLinks die daar net geweest is en mij kwam bijpraten en die zei: er is toch in een groot deel van Afghanistan ­ volgens de vluchtelingenorganisatie ­ toch een stemming van ingehouden ondersteuning voor de acties, omdat men denkt: we hebben nu al zo lang zo veel ellende van dit regime gehad, misschien dat dit nu helpt. Het zou natuurlijk kunnen zijn, als er nieuwe ontwikkelingen zouden komen, dat er wel een grotere beweging van vluchtelingenstromen zou zijn. Als uw vraag is: maar weet je dan dat onder alle omstandigheden de opvang in de regio voldoende is en kunnen er geen momenten komen dat je ook nog andere scenario's moet bedenken, dan mag je dat in theorie niet uitsluiten. Er kunnen dus momenten komen, maar het is A niet aan de orde en B ligt het ook niet in de termen van de planning. Als het ooit wel aan de orde zou



komen, dan vraagt dat echt om een hele duidelijke internationale afspraak, want dan kan het natuurlijk niet zo zijn dat België, Nederland of Frankrijk daar geheel eigen patronen in gaat ontwikkelen, dan moet je dat Europees zien en moet er op een andere manier gelapt worden, linksom of rechtsom, en daar kan ik niet op vooruit lopen. Maar ik heb nu geen redenen om te twijfelen aan de vraag of die opvang in de regio wel of niet de voorkeur verdient. Dat verdient ze wel.

VAN DE GRAAF:
U gaat een bezoek brengen aan één van die kampen. U gaat straks met 850 kilometer per uur richting bittere ellende. Hoe bereid u zich daar op voor?

KOK:
Ik ben tussen alle bedrijven door natuurlijk al een beetje bezig me daar op voor te bereiden. Ik moet heel veel stukken nog wat doorlezen onderweg en ik probeer ook een beetje te slapen vannacht. Je bent toch weet op één of andere manier op het ergste voorbereid, want als je hoort met name in de vluchtelingenkampen de situatie is ­ dan weet je dat je alleen nog maar in die vluchtelingenkampen komt waar het niet het allerslechtste aan toe is ... Ik denk dat ik deze vraag, hoe ik dit allemaal ervaar, beter na afloop kan beantwoorden. Maar ik ben op het ergste voorbereid. Ik vind het belangrijk dat Nederland laat zien ­ we hoeven ons daar niet voor te schamen: kijk eens Pakistan, we waarderen het zeer dat u deze rol vervult. We willen met u toch ook een aantal dingen op het humanitaire vlak bespreken waar u ook het nodige kunt doen. Wij willen daar ondersteuning aan geven. We willen ook nadenken over meer perspectief, schuldverlichting bijvoorbeeld, zodat men in Pakistan het land ook beter kan opbouwen in de toekomst. Dan moet men weten, internationaal, dat men ook moet leveren in termen van democratie en mensenrechten. Men zal ook moeten gaan aanvaarden dat dat er bij hoort, dat dat geen franje is. Ik vind het ook goed dat we met elkaar weten dat hier nu niet alleen een militair conflict wordt uitgevochten ­ dat trekt natuurlijk veel nieuws, de bombardementen en alles er om heen ­ maar dat het uiteindelijk om mensen gaat. Het gaat om hun toekomst, hun perspectief en daar kan ook Nederland een belangrijke steen aan bijdragen.
(Letterlijke tekst, ongecorrigeerd, LV)