---

Brieven aan de Kamer
---

Project "Remotely Piloted Vehicle (RPV)"

21-01-2002

In mijn brief van 4 december 2000 (aanhangsel van de Handelingen 340, vergaderjaar 2000-2001) informeerde ik u over het project Remotely Piloted Vehicle (RPV). Daarin gaf ik onder andere een overzicht van de technische stand van zaken en van de te behalen mijlpalen van dit project. Dit heb ik toegelicht tijdens het algemeen overleg op 18 januari 2001. Naar aanleiding van de toen gestelde mijlpalen informeer ik u hierbij over de huidige stand van zaken van het project-RPV.

De mijlpalen Tijdens het algemeen overleg op 18 januari 2001 meldde ik u al dat de mijlpaal om nog voor eind 2000 een voorlopig bewijs van luchtwaardigheid te verstrekken voor het vliegen met één vliegtuig, was gehaald. Volgens de tweede mijlpaal moest de firma SAGEM in april 2001 aantonen dat er gelijktijdig met twee vliegtuigen vanuit één grondcontrolestation kon worden gevlogen. In maart 2001 toonde SAGEM dit met succes aan.

Om met het RPV-systeem binnen daarvoor aangewezen gebieden te mogen vliegen, geldt de wettelijke eis dat voor het gebruik van de vliegtuigen een bewijs van luchtwaardigheid (BvL) moet zijn afgegeven. Voor het verkrijgen van dit bewijs was certificering van het RPV-systeem noodzakelijk. In december vorig jaar is het volledige certificeringsproces met positief resultaat beëindigd. Eind van deze maand wordt het typecertificaat aan de Koninklijke landmacht overhandigd. Daarmee is aan de wettelijke eisen voor het gebruik van de vliegtuigen voldaan.

In de brief van 4 december 2000 meldde ik verder dat de volledige eenheid (101 RPV-batterij) volgens planning voor eind 2001 operationeel zou worden gesteld. Vanaf 18 juni 2001 heeft 101 RPV-eenheid in het kader van het opleidings- en trainingsprogramma met succes met het Sperwer-systeem gevlogen op het Artillerie Schietkamp (ASK) te Oldenbroek. Het opleidingsniveau staat thans toe dat met één vliegtuig kan worden gevlogen. De eenheid is opgericht en het materieel is beschikbaar. Daarmee is het initiële invoeringstraject afgesloten. De eenheid is dan ook per 1 januari 2002 operationeel gesteld.

De planning In 2002 zal door de Koninklijke landmacht worden gewerkt aan een adequate personele vulling, een verdere uitbouw van de logistieke ondersteuning en aan de voltooiing van de opleiding van de eenheid. Tevens wordt de organisatie en de bedrijfsvoering van 101 RPV-batterij aan de hand van de tot nu toe opgedane ervaringen geëvalueerd.

De opleidingsactiviteiten van de eenheid zullen in 2002 onder meer zijn gericht op het vliegen met twee vliegtuigen tegelijk. Daarmee wordt het mogelijk om luchtverkenningen gedurende een langere periode onafgebroken uit te voeren. Hiervoor moeten de vliegtuigen elkaar namelijk in de lucht kunnen aflossen. Naar verwachting kan 101 RPV-batterij vanaf medio 2003 voor uitzending worden aangewezen.

Internationaal In augustus 2001 is ook Frankrijk overgegaan tot de aanschaf van het Sperwer-systeem als opvolger van de Crecerelle. Ook Denemarken heeft inmiddels een soortgelijk Sperwer-systeem besteld als de Koninklijke landmacht. De samenwerking tussen Frankrijk, Zweden en Nederland op het gebied van de gelijksoortige RPV-systemen Crecerelle, Sperwer en Ugglan is inmiddels geformaliseerd in een Memorandum of Understanding (MoU) waaraan op korte termijn ook Denemarken zal gaan deelnemen.

Slotopmerkingen Resumerend constateer ik dat de in de brief van 4 december 2000 gestelde mijlpalen voor het project-RPV zijn gehaald en dat de uitvoering van dit project zich op de goede weg bevindt. 101 RPV-batterij is per 1 januari 2002 operationeel gesteld en de Koninklijke landmacht ontvangt nog deze maand het type-certificaat van het RPV-systeem. Inmiddels hebben Frankrijk en Denemarken besloten tot de aanschaf van soortgelijke Sperwer-systemen als de Koninklijke landmacht waarmee ook internationaal het vertrouwen in dit systeem wordt onderstreept.

DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE,

H.A.L. van Hoof

Nieuws Ministerie van Defensie