Aan de redacties binnenland, parlement en wetenschap

Overheidsbeleid inzake dierproeven failliet

Gebrek aan openbaarheid dierproeven

Den Haag, 23 januari 2002

De Wet op de dierproeven (WOD) moet eindelijk worden benut om proefdieren écht bescherming te bieden. Proefdiervrij dringt daarom sterk aan op een grotere openbaarheid rond dierproeven en zal hiertoe juridische stappen ondernemen. Morgen wordt bij het RIVM een symposium over de WOD gehouden in het bijzijn van minister Borst; Proefdiervrij zal hierbij vanzelfsprekend aanwezig zijn en het mislukken van de WOD aankaarten.

De WOD moet na 25 jaar beter worden benut. De wet, die in 1977 is aangenomen en in 1996 is gewijzigd, slaagt er niet in om voldoende bescherming te bieden aan proefdieren, hoewel zij daartoe wel is opgesteld. De stijging van het aantal dierproeven van de laatste jaren (zie bijlage) illustreert dit . Het overheidsbeleid, dat actief gericht moet zijn op het terugdringen van dierproeven, is hiermee faliekant mislukt. Voor Proefdiervrij is dit een onacceptabele situatie waarin absoluut verandering moet komen. Proefdiervrij heeft daarom besloten de geheimzinnigheid rond dierproeven te doorbreken heffen en via de rechter de ethische toetsing, die plaatsvindt voor de feitelijke dierproef, openbaar te krijgen. Alleen zo kan worden getest in hoeverre de toetsing afgewogen en reëel plaatsvindt.

Openbaarbaarheid

Dierproeven zijn met de grootste geheimzinnigheid omgeven. Behalve de landelijke totaalcijfers van het aantal dierproeven, worden de meeste gegevens over de experimenten zélf geheim gehouden. Zelfs voor Proefdiervrij, dé belangenbehartiger van proefdieren, is het onmogelijk een helder inzicht te krijgen in alle dierenwelzijnsaspecten van dierproeven.

Voor het doen van dierproeven is sinds 1996 een positief advies van een Dierexperimentencommissie (DEC) vereist. Een DEC verricht voorafgaand aan de dierproef een ethische toetsing. Pas na toestemming van de DEC kan de onderzoeker de dierproef verrichten. Tot op heden wordt slechts 1% van de aanvragen de dierproef geweigerd. Proefdiervrij zet dan ook vraagtekens bij de zorgvuldigheid van de afweging. Dit valt niet te controleren omdat de adviezen van de DEC s niet openbaar zijn , aldus Marja Zuidgeest, directeur van de vereniging Proefdiervrij.

Proefdiervrij wil via een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) inzage in de DEC-adviezen krijgen. Een publicatie van Utrechtse juristen in AB rechtspraak bestuursrecht 2001 Nr. 246 geeft goede hoop dat de DEC inderdaad openheid van zaken zal moeten geven. Wanneer de juridische procedure leidt tot inzage van de DEC-adviezen, zal een maatschappelijke controle op het gebruik van dierproeven kunnen worden gegarandeerd. Deze openbaarheid, die op andere terreinen al standaard is, maakt het dierproevengebruik in Nederland een stuk helderder.

Proefdieren? Verzin iets beters!

Nadere informatie voor de media:

Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met Marja Zuidgeest, Algemeen directeur van Proefdiervrij (06 235 65 847) of Aron de Vries (06-537 617 20).

Groot Hertoginnelaan 201 E-mail: info@proefdiervrij.nl

2517 ES Den Haag www.proefdiervrij.nl

Tel: 070 306 24 68

Achtergronden Wet op de dierproeven

De Wet op de dierproeven, die in 1977 werd aangenomen en in 1996 werd gewijzigd, is de belangrijkste wet die de bescherming van proefdieren regelt. Centraal in de Wet op de dierproeven staan de zogenaamde 3 V s (Vervanging van dierproeven door alternatieven, Verminderen van dierproeven door bijvoorbeeld betere statistische methodieken en Verfijning van dierproeven door bijvoorbeeld een betere huisvesting van proefdieren). Proefdiervrij pleit voor een drastische herziening van de wet om zo proefdieren echt bescherming te bieden.

Enige statistische gegevens omtrent dierproeven.

1981: 1.448.015 dierproeven

1985: 1.242.285

1990: 951.200

1991: 876.058

1992: 797.400

1993: 780.703

1994: 770.888

1995: 746.726

1996: 741.174

1997: 712.650

1998: 674.353

1999: 725.033

2000: 745.064