Nationale Ombudsman



* Politie Flevoland behandelt docent politieopleiding onfatsoenlijk
* Nationale ombudsman tikt politie Drenthe op de vingers over afhandeling aangifte mishandeling

* Aanbeveling over verblijfsomstandigheden aanmeldcentra bijna geheel opgevolgd

Politie Flevoland behandelt docent politieopleiding onfatsoenlijk (Rapportnummer 2002/028)

Achtergrond
Verzoeker, werkzaam als docent op de rechercheschool, is getuige van een vechtpartij op het stationsplein in Almere. Een groep van zeven personen valt drie andere mannen aan. De situatie begint uit de hand te lopen en binnen enkele minuten nadat de verzoeker 112 heeft gebeld, komt er een politiebusje ter plaatse. Aangezien de verzoeker een van de mannen met een wapenstok heeft gezien, wil hij zijn collega's waarschuwen. De verzoeker probeert een collega dit herhaaldelijk kenbaar te maken, maar tevergeefs. Zijn collega wil niet luisteren en roept: "Oprotten hier! Wegwezen!". De verzoeker reageert vervolgens spontaan: "Tjonge, wat ben jij een lul zeg". Nog voordat de verzoeker iemand anders kan waarschuwen, roept de collega tegen zijn andere collega's: "Aanhouden die man!". Er is immers sprake van belediging van een ambtenaar in functie. De verzoeker wordt vastgepakt, geboeid en overgebracht naar het politiebureau. Ondanks dat de verzoeker tijdens zijn aanhouding onmiddellijk vertelt wie hij is en wat hij heeft gezien, wordt de verzoeker in een cel opgesloten voor nader verhoor. Verzoeker wordt pas na ruim twee uur verhoord, waarbij hij wordt voorgeleid door een hulpofficier, die zelf ook aanwezig was bij de vechtpartij en dus niet objectief is. De verzoeker heeft al dertig jaar ervaring als politieman, maar een behandeling zoals hem nu is overkomen kan zijns inziens niet door de beugel.

Klacht
Verzoeker dient een klacht in over gedragingen van het regionale politiekorps Flevoland. Verzoeker klaagt er in het bijzonder over dat een ambtenaar van het betreffende korps hem voorafgaand aan zijn aanhouding onjuist heeft behandeld. Verder klaagt verzoeker erover dat de beheerder van het regionale politiekorps Flevoland zijn klacht heeft afgedaan zonder dat hij is gehoord bij de klachtenadviescommissie of daartoe in gelegenheid is gesteld.

Conclusie
De Nationale ombudsman is van oordeel dat de wijze waarop de collega van de verzoeker heeft gehandeld niet conform de omgangsvormen is, zoals die van een professioneel ambtenaar naar een collega mogen worden verwacht. De reactie van de verzoeker getuigt ook niet van professionaliteit, maar hij heeft wel zijn collega's willen waarschuwen over de aanwezigheid van de wapenstok. Ondanks de omstandigheid waaronder de collega van de verzoeker op dat moment aan het werk was, had hij de verzoeker, die meteen vertelde dat hij een collega was, op een meer fatsoenlijke wijze te woord moeten staan. De aanhouding heeft in dit geval tot doel gehad om de identiteit van de verzoeker vast te stellen en hem summier te ondervragen. De Nationale ombudsman ziet niet in waarom de politie verzoeker niet op straat naar zijn identiteit heeft gevraagd. De nadelige gevolgen voor de verzoeker zouden dan zijn uitgebleven, zoals weggevoerd worden voor de ogen van omstanders, fouillering en urenlang vastzitten op het politiebureau.

Op het punt dat de verzoeker niet in de gelegenheid zou zijn gesteld om gehoord te worden door de klachtencommissie, acht de Nationale ombudsman de klacht niet gegrond. Uit een brief van verzoeker aan de korpschef blijkt namelijk dat de korpschef de verzoeker wel in gelegenheid heeft gesteld om zijn klacht mondeling toe te lichten. De verzoeker heeft echter van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

De volledige tekst van dit rapport

hiervan op de hoogte.

opgevolgd
Trage afhandeling door gemeente