FNV

"Plan Vermeend frustreert armoedebeleid gemeenten"

Het plan om de groepsgewijze inkomensondersteuning voor minima grotendeels af te schaffen draait het armoedebeleid van de gemeenten de nek om en tuigt de bureaucratie verder op. Dat zegt de FNV over de nieuwste plannen van minister Vermeend van sociale zaken.

Volgens een uitgelekt plan, dat de minister morgen aan het kabinet voorlegt, komt er een wettelijk verbod voor gemeenten om groepen minima automatisch extra inkomensondersteuning te geven.

In plaats van deze zogeheten categoriale inkomensondersteuning komt er een regeling voor mensen die meer dan drie jaar op het sociaal minimum zitten. Zij krijgen 450 euro per jaar erbij. Deze ondersteuning geldt niet voor minima die naar het oordeel van de gemeente binnen een jaar aan de slag kunnen.

Is dit nu sterk en sociaal?, vraag FNV-bestuurder Agnes Jongerius zich af. De minister wil de armoedeval bestrijden door minima bij voorbaat al het vel over de oren te trekken. Dat geldt vooral voor mensen in gemeenten die al veel werk maakten van groepsgewijze inkomensondersteuning. De minister zet veel mensen op achterstand; alsof deze groep nog ergens reserves heeft.

Jongerius wijst verder op het jaarlijkse FNV-onderzoek naar het armoedebeleid van gemeenten. Daaruit blijkt dat gemeenten als Amstelveen, Doetinchem, Gouda en Harderwijk een hogere extra ondersteuning uitkeren dan het basisbedrag van 450 euro. Minima raken die nu kwijt.

Mensen die een inkomen van net boven het sociaal minimum hebben, krijgen in de nieuwe plannen niets extra. In 70 procent van de gemeenten betekent dit een verkleining van de doelgroep. Nu krijgen deze mensen vaak groepsgewijs nog een aanvulling.

De FNV vreest dat het plan van Vermeend, waarin alles weer individueel wordt getoetst, de uitvoeringskosten verder opjaagt en willekeur in de hand werkt. Dat levert een hoop gedoe op met bonnen en formulieren, terwijl er nu goede standaardcriteria zijn.

21 maart 2002