OPTA

Slechts het gesproken woord geldt!

Toespraak prof.dr. J.C. Arnbak voorzitter van het bestuurscollege van de Onafhankelijke Post- en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA)
Congres "De kabel in de 21 eeuw"
22 maart 2002 , hotel Okura Amsterdam

Dames en heren,

Netwerken hebben de laatste weken de warme belangstelling van een aantal gemeenten. Amsterdam en Rotterdam maakten bekend te denken aan de aanleg van een glasvezelnetwerk. De kabelaars onder u zullen daar niet echt vrolijk van zijn geworden. Eerst moet u fors in de buidel tasten voor aankoop van het lokale netwerk en nu gaat de verkoper zelf maar weer een netwerk in de grond stoppen. Laat ik duidelijk zijn: het is niet aan OPTA om een oordeel te vellen over de gemeentelijke plannen. Daar gaan wij simpelweg niet over. Maar, als je als overheid de ICT-ontwikkeling wil stimuleren, laat je dan niet uit over de keuze van de technologie, maar richt je op breedband. Waar OPTA wél over gaat is het bevorderen van de concurrentie op de markten van telecommunicatie en post. OPTA kijkt vanuit deze optiek naar de kabelinfrastructuur in dit land. En naar de ontwikkelingen die rond de kabel plaatsvinden. Vanuit dit gezichtspunt draagt OPTA graag haar steentje bij aan de ontwikkeling van de kabel.

Wat staat er met de kabel te gebeuren? En wat gaat er gebeuren met het toezicht op de kabel? Dat is waar ik het vandaag over wil gaan hebben.

Ik laat u een schema laten zien waarin de huidige situatie op het gebied van programma-doorgifte, telefonie en datatransport is afgezet tegen de situatie in de toekomst.
1. Op het gebied van mobiele telefonie kennen we nu al de nodige concurrentie en dat zal straks niet anders zijn.

2. Wat betreft het dataverkeer is er nu sprake van beperkte concurrentie, maar komen straks nieuwe technologieën beschikbaar.

3. Voor programma-doorgifte hebt u nu ­ naast Nozema in de ether - nog het rijk redelijk alleen, maar er zijn kapers op de kust. Digitenne bijvoorbeeld, dat over niet al te lange tijd zal gaan proefdraaien.
4. Op de markt van vaste telefonie is KPN de zeer dominante marktpartij. Hoe zit dat straks? Een ding is zeker: KPN blijft een uiterst belangrijke speler op deze markt. Maar net zo dominant als nu? Als het OPTA aan ligt zal telefonie via de kabel van veel groter belang moeten worden.

In het segment van de vaste telefonie is de kabel het enige echte alternatief voor het vaste net van KPN, Daar moet de concurrentie nog echt van de grond komen. Volgens mij kan dat heel goed met behulp van de kabel, uw infrastructuur. Er is geen land ter wereld waar zoveel huishoudens op de kabel zijn aangesloten. De aansluitdichtheid benadert die van het vaste netwerk van KPN en is dus in potentie een uitstekend alternatief.

Er kan dus veel meer mét en via de kabel. "Maar dat kost een hoop geld", hoor ik u zeggen. Jazeker, daar is OPTA zich ook van bewust. Er zal flink geïnvesteerd moeten worden om landelijk telefonie en breedband internet via de kabel op grote schaal aan te kunnen bieden, hoewel al een groot gedeelte geschikt is gemaakt voor digitaal verkeer. En als u ergens gebrek aan hebt, dan is het aan investeringsmiddelen. Dat is ons bekend.

Dames en heren, waar moet het geld vandaan komen? Dat is dus de tamelijk banale vraag waar de kabelbranche voor staat.


1



De huidige inkomstenstroom van de kabelmaatschappijen wordt momenteel door redelijke constanten bepaald. De Minister van OCW houdt toezicht op de hoogte van het kabelabonnement. Het tarief dat programma-aanbieder betalen voor programmadoorgifte is op kosten georiënteerd plus een redelijke opslag. Andere potentiële digitale dienstenaanbieders wachten liever tot de noodzakelijke investeringen in de kabel zijn gedaan. Bovendien en zeker niet in de laatste plaats, is door het huidige beursklimaat menig investeerder in de ICT-markt veel minder bereid om geld beschikbaar te stellen.

De kabelbranche probeert momenteel de handen op elkaar te krijgen voor een nieuwe tariefstructuur ­ het vastrecht model - om de impasse in de ontwikkeling en de digitalisering van de kabel te doorbreken. Of het persé het vastrecht model moet worden, weet ik niet. Daar gaat OPTA ook niet alleen over. Dát er iets moet gebeuren, staat vast. Met het vastrecht model in de hand is het interessant eens te kijken naar de ervaringen die OPTA heeft opgedaan met het vaste netwerk van KPN. Immers daar geldt een soortgelijke kostenstructuur. Tevens is OPTA van plan binnenkort de markt over de kabelontwikkeling te consulteren. OPTA vindt het namelijk van groot belang dat eindelijk tot een doorbraak wordt gekomen. Het wordt hoog tijd, zelfs.

Hoe nu verder, dames en heren? Wij hebben de tarieven voor de kabel eens onder de loep genomen. Met tarieven ­ maar dan in de telecomsector ­ heeft OPTA inmiddels aardig wat ervaring opgedaan. Bij de kabel zijn het andere partijen die over deze tarieven gaan, echter enkele opmerkingen wil ik er wel over maken. Temeer daar ik de analogie met KPN's telefoonnet zo belangrijk vind.

De gedachte achter het vastrecht model is dat de abonnees van kabelnetwerken door het basisabonnement de kosten van de gezamenlijke infrastructuur vergoeden. Het is volgens OPTA onder bepaalde voorwaarden goed te verdedigen dat ­ ook ­ aan de kabelabonnee een bijdrage wordt gevraagd voor die modernisering. Van de vernieuwing van de kabel plukken ­ zeker op de wat langere termijn gezien ­ de abonnees de vruchten. Zij hebben meer te kiezen tussen allerlei diensten. En dat tegen schappelijke prijzen, tenminste als de markt zijn werk goed doet. Een van de belangrijkste voorwaarden in de visie van OPTA is dat de consument dan ook echt wat te kiezen moet krijgen. In de visie van OPTA moet "U vraagt en wij draaien" het adagium van de kabelmaatschappijen worden.

De vastrecht benadering gaat uit van een basistarief voor het hebben van een aansluiting plus een tarief al naar gelang de afname van dienstenpakketten. Consumptieónafhankelijk. Neemt iemand slechts een basispakket af en laat het daar verder bij dan is die goedkoper uit dan iemand die een omvangrijk pakket aan diensten afneemt. In deze benadering zou het voorgeschreven pakket uit de Mediawet dus feitelijk omlaag moeten, maar daar gaat OPTA niet over.

Voor deze redenering hebben we gedeeltelijk leentjebuur gespeeld bij de herbalancering van de telefoontarieven van KPN die OPTA medio 1998 heeft doorgevoerd. Ik laat u de effecten van die operatie zien.

Die herbalancering leidde tot 27% hogere abonnementsprijzen en 25% lagere gesprekskosten. Met andere woorden: het hebben van een aansluiting op het KPN-netwerk is relatief duurder geworden. Het daadwerkelijke gebruik relatief goedkoper. Voor de meeste abonnees betekent de herziening van de tarieven dat ze na een bepaalde hoeveelheid gebelde minuten, goedkoper uit zijn. De weinigbeller kan bovendien kiezen voor een voordelig "Belbudget"-abonnement. De analogie met de tarieven voor de kabel gaat niet helemaal op, maar de achterliggende gedachte wel.

Een hogere abonnementsprijs voor de kabel is wellicht ook te verdedigen als we naar een internationale prijsvergelijking kijken.


2



Daaruit blijkt opnieuw dat de Nederlandse kabelabonnee ­ om het in onvervalst Haags te zeggen ­ veel voor weinig krijgt. In België, Nederland en mijn moederland Denemarken zijn de tarieven laag. Onze zuiderburen krijgen daar ­ net als wij - veel voor terug, maar de Denen moeten het voor deze prijs wel met aanzienlijk minder kanalen doen.
De nieuwe ontwikkelingen in het wet- en regelgevend kader ­ ik ga daar zo op in - nopen OPTA ertoe om de markt consulteren over de wenselijkheid van de herziening van de richtsnoeren `Toegang tot de kabel'. Wij willen de problematiek van de financiering en de ideeën over herbalancering daarin graag meenemen. Ook wil OPTA nadrukkelijk de efficiëntie van de huidige kanalenbenadering ter discussie stellen, waar de richtsnoeren nú vanuit gaan. In de kanalenbenadering wordt de niet gebruikte capaciteit betaald door de gebruikers van de wél gebruikte capaciteit. Ik heb hier dus een balletje opgegooid. OPTA kan deze omschakeling niet alleen maken.

Laat ik één ding dadelijk onderstrepen. De gedachte achter het vastrecht model ís aardig. Alleen mag dát model of welk ander model er niet toe leiden dat kruissubsidie tussen diensten op de kabel gaat optreden of dat de concurrentie anderszins geweld wordt aangedaan.

Nu, dames en heren, het tweede onderwerp van mijn betoog van vandaag. Wat gaat er veranderen in het toezicht op de kabel en in hoeverre kan dat van invloed zijn op de ontwikkeling van de kabel?

In 2003 gaat het zogeheten herziene ONP-kader van de Europese Commissie ook voor Nederland gelden. Vooruitlopend hierop heeft het kabinet alvast een nieuwe kabelwet naar de Kamer gestuurd die langs dezelfde principes als het ONP-kader is opgezet. Op grond van het ONP-pakket wordt in de landen van de Europese Unie de toegang tot en het gebruik van telecommunicatienetwerken en -diensten tegen redelijke voorwaarden verzekerd. De nieuwe regels zijn techniek onafhankelijk. Er wordt dus geen onderscheid gemaakt tussen kabel, ether, mobiele en vaste telefonie. In plaats daarvan wordt straks voor de marktordening en het toezicht onderscheid gemaakt naar product- of dienstenmarkten. De markt van breedband internet of mobiele telefonie bijvoorbeeld.

Maar, dames en heren. Het ONP-kader zal ook gaan zien op regulering van de omroepmarkt. Op basis van het ONP-kader stelt OPTA dus ook straks voor de kabelmarkt verschillende relevante markten vast. Bijvoorbeeld de relevante markt voor programmadoorgifte (wholesale). Zolang als er voor de eindgebruiker geen keuzemogelijkheid bestaat geeft het ONP-kader bovendien de mogelijkheid voor retail regulering.

Gelet op de sterk toenemende convergentie in de markt waarbij dienstenaanbod niet langer aan een bepaalde infrastructuur hoeft te zijn vastgeklonken - ook het ONP-kader is uiteraard daarop geënt - is het logisch dat OPTA herhaaldelijk heeft gepleit voor uitvoering van het nieuwe regelgevend kader onder één toezichthouder.

Dames en heren. Wil voor OPTA straks écht een rol zijn weggelegd bij de ontwikkeling van de kabel die ik hier heb geschetst, dan is het dus cruciaal dat de uitvoering van het nieuwe ONP-regime niet bij allerlei toezichthouders wordt neergelegd, maar in handen komt van één regulator die het totaal van toegang en concurrentie in de gaten houdt.

Om dit betoog nog wat kracht bij te zetten hebben wij eens gekeken naar de bevoegdheden van onze Europese collega's nú al op dit punt. Over Nederland, gidsland gesproken!

Sheet nr.7. overzicht bevoegdheden Europese organisaties

Wat blijkt. De meeste collega-toezichthouders hebben meer of veel meer bevoegdheden dan OPTA. In Nederland kennen we een lappendeken van toezichthouders die ieder een deel van het toezicht voor hun rekening nemen: de ministeries van Verkeer en Waterstaat, van Economische Zaken en van OC&W, NMa, Commissariaat voor de Media, Inspectie Verkeer en Waterstaat en OPTA. Slagvaardig en consistenter


3



toezicht vereist echter één toezichthouder die het totale veld mag overzien. Zeker als het gaat om de concurrentieaspecten van communicatiediensten.

Zou het in het licht van de nieuwe Europese regels niet aardig zijn om eens te kijken of clustering van taken niet tot efficiënter en slagvaardiger toezicht kan leiden? Je zou daar op zijn minst een gedegen onderzoek naar moeten doen. Een mooie kluif voor de dames en heren formateurs die in mei aan de slag gaan.

Dames en heren, ik rond af:


* Kabel is van hoge kwaliteit, maar wordt onvoldoende benut;
* Nauwelijks concurrentie op vaste telefonie. Kabel uitstekend alternatief voor vaste telefonie en breedband internet;

* Forse investeringen vereist. Herbalancering is mogelijk een uitkomst;
* OPTA consulteert de markt en wil constructief met de kabelbranche meedenken;
* Convergentie in de markt moet logischerwijs leiden tot convergentie in het toezicht.

4