Wageningen Universiteit

Persbericht Wageningen Universiteit en Researchcentrum

21 juni 2002, nr. 043

Europese onkruiddeskundigen beraden zich op de toekomst

Vermindering herbiciden vraag om slimme onkruidstrategie

Een verminderde inzet van herbiciden (chemische onkruidbestrijdingsmiddelen) heeft grote gevolgen voor de bedrijfsvoering in de landbouw. Er zijn een groot aantal alternatieven voor chemische onkruidbestrijding beschikbaar, maar deze hebben vrijwel altijd gevolgen voor andere doelstellingen van de bedrijven. "Een alternatief voor het bestrijden van onkruiden is bijvoorbeeld het maken van een 'vals zaaibed'. Je maakt dan een perceel zaaiklaar om de zaden van onkruiden te laten ontkiemen en te bestrijden, nog voor je het gewas uitzaait. Op die manier kun je de onkruiddruk verlagen, maar het betekent wel dat je gewas pas een maand later start en geoogst kan worden. In Nederland kom je daar vaak nog wel mee weg, maar in Italie zit je dan misschien al in de droge periode en krijg je met opbrengstverliezen te maken. Minder herbicidengebruik betekent dus vrijwel altijd dat je een slimme onkruidstrategie op maat moet gaan maken en dat moet zien in te passen in je bedrijfsplan. Er is geen gebaande snelweg in de onkruidbestrijding". Dit stelt de onkruidkundige dr.ir. Lammert Bastiaans van Wageningen Universiteit, één van de organisatoren van een groot Europees onkruidcongres dat van 24 tot en met 27 juni in Papendal gehouden wordt. Op dit congres van de European Weed Research Society zijn zo'n 250 onderzoekers, beleidsmakers en vertegenwoordigers van de industrie bijeen om te spreken over de laatste ontwikkelingen in de onkruidbeheersing.

In vrijwel heel Europa is het beleid gericht op een vermindering van het gebruik van herbiciden, vanwege de nadelige gevolgen van deze middelen op het milieu. Dit heeft geleid tot de ontwikkeling van een groot aantal alternatieven, die vrijwel allemaal hun eigen voor- en nadelen hebben. Een belangrijke strategie is een verfijning van de dosering van bespuitingen; overstappen van een standaarddosering naar een dosering op maat. Hiervoor is het noodzakelijk de ontwikkeling van onkruiden en het gewas op de voet te volgen, zodat de herbiciden in relatief lage doseringen toegepast kunnen worden op het moment dat de onkruiden er het meest gevoelig voor zijn.

Vingerwieders
Mechanische onkruidbestrijdingsmethoden zijn duidelijk aan een come-back bezig. Zo maken zogenaamde vinger- en torsiewieders het tegenwoordig mogelijk om ook onkruidplanten te bestrijden die in dezelfde rij staan als het gewas. Bovendien zijn de wied- en schoffeltechnieken tussen rijen sterk verbeterd door nieuwe besturingstechnieken. Bastiaans: "Een derde belangrijke mogelijkheid om de onkruiddruk te verlagen bieden aanpassingen in de teeltmaatregelen. Je kunt bijvoorbeeld een hogere zaaidichtheid kiezen, zodat onkruiden relatief minder kans krijgen, of een ras selecteren dat beter in staat is de onkruiden te onderdrukken. Hier hangt vaak wel een prijskaartje aan, omdat het potentiele opbrengstniveau van dergelijke rassen vaak weer lager is. Daarnaast spelen ook socio-economische factoren een belangrijke rol. In de rijstbouw is bijvoorbeeld eeuwen lang gebruik gemaakt van overplanten. Dat is een arbeidsintensieve methode, waarbij onkruiden minder kans krijgen te kiemen en te groeien doordat ze letterlijk in de schaduw van het gewas komen te staan. Door het gebrek aan arbeidskrachten schakelt men bij rijst juist vaak over op direct zaaien. Daarnaast is het overplanten een methode waarbij veel water verspild wordt en juist in Zuid-Oost Azie, het centrum van de rijstbouw, wordt water een steeds schaarser goed. Het beheersen van onkruiden is daarmee een zaak van wikken en wegen en voor je zelf bepalen welke beperkingen je jezelf wil opleggen".

Op het symposium komen een keur aan onderwerpen op het gebied van onkruidecologie en onkruidbestrijding aan de orde. Er is aandacht voor nieuwe ontwikkelingen in onkruidbeheer en -beleid, grondbewerking en teeltmaatregelen, de bijdrage van onkruiden aan de biodiversiteit, onkruidecologie, ontwikkelingen in (het toedienen van) herbiciden, mechanische en biologische onkruidbestrijding, geautomatiseerde (beslissingsondersteunende) systemen en toepassing van precisielandbouw.

Keynote papers:

-Lotz, L.A.P., R.Y. van der Weide, G.H. Horeman & L.T.A. Joosten: Weed management and policies: From prevention and precision technology to certification of individual farms -Gerowitt, B., E. Bertke & C. Tute: Towards multifunctional agriculture - weeds as ecological goods?
-Bastiaans, L., R. Paolini & D.T. Baumann: Integrated Crop Management: Opportunities and limitations for prevention of weed problems -Marshall, E.J.P.: The role of weeds in supporting biological diversity within crop fields
-Kudsk, P. & J.C. Streibig: Herbicides - a double-edged sword -Hatcher, P.E. & B. Melander: Combining physical, biological and cultural methods: prospects for an integrated non-chemical weed management strategy -Grundy, A.C., N.C.B. Peters, I.A. Rasmussen, K.M. Hartmann, M. Sattin, L. Andersson, A. Mead, A.J. Murdoch & F. Forcella: Emergence of Chenopodium album and Stellaria media under different climatic conditions -Gerhards, R., M. Sökefeld & S. Christensen: Automatic weed detection systems and decision makings for patch spraying