CDA

Verburg: ontevreden over informatie van bewindslieden over UWV

"Ik voel me, als Kamerlid, door de bewindspersonen bij de neus genomen". Dat zegt Tweede Kamerlid Gerda Verburg naar aanleiding van de uitspraken van de voorzitter van de raad van bestuur van het Uitvoeringsorgaan Werknemersverzekeringen (UWV), dhr. Joustra, over de WAO-keuringen, de uitkeringen en de arbeidsongeschiktheidspremies.

Verburg: "Vorige week heeft er nog een Algemeen Overleg met de bewindslieden van Sociale Zaken & Werkgelegenheid geweest, en toen zijn we, als Kamer, niet geïnformeerd over de problemen bij het UWV en de enorme achterstanden wat betreft de WAO-uitkeringen. En nu wordt in een rapport van Ernst & Young over het UWV gesteld dat de verwachtingen wat betreft de prestaties van het UWV moeten worden getemperd."

"Ik vind dat de bewindslieden nu snel en stevig moeten sturen. De stroomlijning van de diverse uitkeringsorganen door oprichting van één uitvoeringsorgaan moest de uitvoering van de uitkeringen verbeteren, maar in plaats daarvan lijkt ze te zijn verslechterd. Er mag geen nieuwe bureaucratie met nieuwe bestuurslagen ontstaan. Dat er bovendien nu, een half jaar na de oprichting, al 200 werkgroepen ter verbetering van de organisatie bezig zijn, is toch echt ongelooflijk! Dat roept de vraag op of deze organisatie überhaupt wel deugt", aldus Gerda Verburg.

Verburg legt zich, volgens eigen zeggen, niet neer bij de opmerking van Joustra dat onterecht verstrekte uitkeringen nauwelijks zijn terug te vorderen. "Dat vind ik echt absoluut onacceptabel. Het voorkomen en bestrijden van misbruik van uitkering moet absolute prioriteit hebben."

Joustra heeft het kabinet geadviseeerd om de premies de komende jaren fors te verlagen. Verburg merkt op dat niet de voorziter van het UWV, maar de Raad voor Werk & Inkomen gerechtigd is zich uit te laten over de gewenste hoogte van de arbeidsongeschiktheidspremies.