European Commission

IP/02/1133

Brussel, 24 juli 2002

Wereldtop over duurzame ontwikkeling - De Commissie dringt aan op daadwerkelijke resultaten en op mondialisering ten voordele van iedereen

De Europese Commissievoorzitter Romano Prodi heeft de wereldleiders vandaag opgeroepen aanwezig te zijn op de komende wereldtop in Johannesburg en besluitvaardigheid te betonen ter bevordering van een wereldwijde duurzame ontwikkeling. "Het is tijd om woorden in daden om te zetten. Dit vergt leiderschap en engagement. De EU is vastbesloten haar verantwoordelijkheid te nemen en aan de kar te trekken om in Johannesburg daadwerkelijke resultaten te bereiken. Armoede en achteruitgang van het milieu zijn mondiale problemen die een mondiale oplossing vergen. Tien jaar na de Conferentie van Rio is het meer dan tijd om tot actie over te gaan. Met de Millennium-verklaring, de ontwikkelingsagenda van Doha en de consensus van Monterrey zijn er belangrijke stappen vooruit gezet op weg naar een internationale verbintenis om te komen tot duurzame ontwikkeling. Wij zijn het eens geworden over een betere markttoegang en meer ontwikkelingshulp. In Johannesburg moeten de ontwikkelde en de ontwikkelingslanden samenwerken om ervoor te zorgen dat iedereen de voordelen van de mondialisering plukt, meer bepaald door het eens te worden over doelstellingen en partnerschapsverbanden om de ontwikkeling een duurzaam karakter te geven en de aantasting van het milieu stop te zetten. Wij zullen belangrijke initiatieven nemen op het gebied van water en energie. Ik roep de anderen op ons voorbeeld te volgen." Voorzitter Prodi zal aanwezig zijn op de top van Johannesburg, die loopt van 26 augustus tot 4 september. De Europese Commissie zal ook vertegenwoordigd zijn door het met het Milieubeleid belaste Commissielid Margot Wallström en door het Commissielid voor Ontwikkeling en Humanitaire hulp Poul Nielson.

De top markeert de tiende verjaardag van de wereldmilieutop van Rio de Janeiro. Hij komt na verschillende recente belangrijke gebeurtenissen: de "Millennium Declaration" van de VN, waarin ambitieuze doelstellingen inzake armoedebestrijding en milieubescherming zijn vastgelegd, de in november 2001 op de ministeriële vergadering van de Wereldhandelsorganisatie gelanceerde ontwikkelingsagenda van Doha en de in maart 2002 gehouden VN-conferentie van Monterrey over de financiering voor ontwikkeling.

Commissielid Margot Wallström heeft de noodzaak onderstreept van concrete actie ten behoeve van duurzame ontwikkeling: "De Wereldmilieutop in Rio in 1992 was een mijlpaal voor duurzame ontwikkeling. In Johannesburg moeten de wereldleiders niet alleen hun politiek engagement voor duurzame ontwikkeling bevestigen, maar moeten zij ook hun verklaringen in de praktijk brengen. Wij moeten een ontwikkelingspad voor de wereld uittekenen waarbij tegelijk de armoede en het niet-duurzaam gebruik van onze natuurlijke hulpbronnen worden aangepakt."

Commissielid Poul Nielson heeft de ontwikkelde landen ertoe aangespoord hun in Doha en Monterrey aangegane verbintenissen opnieuw te bevestigen en na te komen: "In het afgelopen jaar zijn wij het eens geworden over een kader voor grotere steun en markttoegang. De ontwikkelde landen moeten die verbintenissen nu gestand doen. De EU is, als leidende ontwikkelingshulp- en handelspartner voor de ontwikkelingslanden, vastbesloten haar verbintenissen na te komen. Elke hint die wordt gegeven of schijn die wordt gewekt dat wordt teruggekomen op de Doha- en Monterrey-verbintenissen zou in Johannesburg een zeer slecht onderhandelingsklimaat doen ontstaan."

Het met het handelsbeleid belaste Commissielid Pascal Lamy voegde daaraan toe: 'In Johannesburg moeten wij ons concentreren op de vraag hoe duurzame ontwikkeling het best kan worden bereikt. Door in Doha een WTO-ontwikkelingsagenda te lanceren werd een stap in de goede richting gezet. Wij moeten ons tot het uiterste inspannen om in Johannesburg nieuwe stappen vooruit te zetten."

De agenda van de EU voor de wereldtop over duurzame ontwikkeling

De Wereldtop over duurzame ontwikkeling (WTDO) is zowel een belangrijke kans als een zware verantwoordelijkheid voor de wereldleiders. De uitdaging bestaat erin de beloften van de wereldmilieutop van Rio en van de "Millennium Development Goals" na te komen teneinde de armoede uit te roeien, het levensniveau te verhogen op basis van duurzame productie- en consumptiepatronen en ervoor te zorgen dat iedereen de voordelen van de mondialisering plukt.

De ontwikkelde en de ontwikkelingslanden hebben een gedeelde verantwoordelijkheid bij de verwezenlijking van deze doelstellingen die aanzienlijk meer inspanningen zullen vergen, zowel door de landen zelf als door de internationale gemeenschap. In twee recente belangrijke conferenties heeft de internationale gemeenschap de Ontwikkelingsagenda van Doha en de Consensus van Monterrey aangenomen als kader voor een betere markttoegang, de verscherping van de multilaterale regels om de mondialisering in goede banen te leiden en de verhoging van de financiële ontwikkelingshulp.

De ontwikkelde landen moeten nu hun beloften nakomen en de EU is vastbesloten om dit ook te doen. De ontwikkelingslanden moeten op hun beurt hun verantwoordelijkheden nemen door hun intern beleid en hun binnenlandse governance te verbeteren en een gunstig handels- en investeringsklimaat te scheppen. Groei mag niet langer een negatieve invloed hebben op het milieu en de behoeften van de huidige generatie moeten worden vervuld zonder daarbij afbreuk te doen aan het vermogen van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien.

Wat verwacht de EU van de wereldtop?

De EU wil dat de wereldtop het eens wordt over verdere stappen om de "Millennium Development Goals" te verwezenlijken, met name op volksgezondheids- en energiegebied. De EU wenst dat op de WTDO kwantificeerbare doelstellingen, tenuitvoerleggingstermijnen en controlemechanismen worden vastgelegd. Een mogelijk tenuitvoerleggingsmechanisme voor het in Johannesburg goed te keuren actieplan is de oprichting van goed ontwikkelde partnerschappen tussen de regeringen, de privé-sector en de maatschappelijke organisaties. De EU wenst dat de top in Johannesburg een duidelijke politieke boodschap uitdraagt over de noodzaak om de mondialisering voor iedereen duurzamer te maken en zij wil dat er een akkoord wordt bereikt over maatregelen ter verwezenlijking van deze doelstelling.

Wat stelt de EU voor op de WTDO?

De EU steunt de mening van de secretaris-generaal van de VN dat de WTDO op vijf sleutelgebieden vooruitgang moet boeken, met name op het vlak van water, energie, gezondheid, landbouw en biodiversiteit. De EU stelt specifieke doelstellingen en acties voor om de Millennium-doelstelling van het halveren, tegen 2015, van het aantal mensen dat in extreme armoede leeft, te bereiken.

Duurzame consumptie en productie

De EU stelt voor een tienjaren-werkprogramma te ontwikkelen om de overschakeling op duurzame consumptie en productie te versnellen. De geïndustrialiseerde landen zouden het voorbeeld moeten geven door hun niet-duurzaam gedrag te veranderen en over te schakelen op productieprocessen en levensstijlen die de natuurlijke hulpbronnen of efficiëntere wijzen gebruiken. Nuttige hulpmiddelen hiervoor zijn: levenscyclusbenaderingen, milieukeuren en milieueffectrapporten. Er zouden geschikte middelen ter beschikking moeten worden gesteld om de ontwikkelingslanden te helpen hetzelfde doel na te streven.

Drinkbaar water en sanitaire voorzieningen

Vandaag hebben 1,2 miljard mensen geen toegang tot drinkbaar water en sanitaire voorzieningen. Naar schatting sterven elk jaar 2,2 miljoen mensen, vooral kinderen, aan ziekten die verband houden met een gebrekkige toegang tot drinkbaar water, inadequate sanitaire voorzieningen en slechte hygiëne. Om dit gigantische probleem aan te pakken, wil de EU een bijdrage leveren om tegen 2015 het aantal mensen dat geen toegang heeft tot drinkbaar water en sanitaire voorzieningen met de helft te verminderen. Met het oog hierop heeft de EU een "waterinitiatief" ontwikkeld om, in samenwerking met een aantal landen en regio's, publiek en privé-kapitaal ter beschikking te stellen en de betrokkenen en deskundigen samen te brengen om te komen tot duurzame langetermijnoplossingen voor de waterbeheerproblematiek. Verwezenlijking van die politieke doelstelling zou in belangrijke mate bijdragen tot een verbetering van de gezondheid en tot economische groei. De EU heeft hiervoor reeds 1,4 miljard euro vrijgemaakt vanaf 2002 en is bereid om dit bedrag voor de daaropvolgende jaren te verhogen in het kader van armoedebestrijdingsstrategieën.

Energie

De Europese Unie wenst dat de top besluit tot acties om wereldwijd het aandeel van de hernieuwbare energiebronnen tegen 2010 te verhogen tot ten minste 15% van de primaire energievoorziening, de energie-efficiëntie te verbeteren en het gebruik van schonere en efficiëntere fossiele-brandstoftechnologieën te bevorderen. Ongeveer 2 miljard mensen hebben geen toegang tot moderne energiediensten. Het aanbieden van betaalbare en duurzame energie zal een grote invloed hebben op de armoede, de gezondheid en de economische en sociale ontwikkeling. De toegang tot duurzame energiediensten is zodoende een voorwaarde om de Millennium-doelstellingen te behalen. Op de Wereldtop zou een actieplan moeten worden goedgekeurd om dit doel te verwezenlijken. De EU werkt momenteel aan een "Energie-initiatief voor het uitroeien van de armoede en de bevordering van duurzame ontwikkeling". Zij wil samenwerkingsverbanden ontwikkelen met de betrokken ontwikkelingslanden met als doel om in een open dialoog hun energiebehoeften te bepalen, alsook de manier om aan deze behoeften te voldoen. De EU-ontwikkelingssamenwerkingsprogramma's moeten in samenwerking met de financiële instellingen en de privé-sector bijdragen tot de verwezenlijking van de Millenium-doelstellingen.

De EU heeft hiervoor reeds 700 miljoen euro per jaar vrijgemaakt via de energieontwikkelingsprogramma's van de lidstaten en de Commissie. De EU en is bereid om dit bedrag de komende jaren te verhogen in het kader van armoedebestrijdingsstrategieën van hun partners uit de ontwikkelingslanden.

Volksgezondheid

De Europese Unie wenst de verspreiding van besmettelijke ziekten tegen te gaan en de investeringen in de gezondheidszorg te verhogen. De EU zal de beschikbare gelden voor ontwikkelingshulp verhogen om de komende vijf jaar de gezondheidstoestand te verbeteren. Zij heeft hiervoor voor 2002 reeds 120 miljoen euro vrijgemaakt. In het kader van de ontwikkelingsagenda van Doha zouden de leden van de Wereldhandelsorganisatie oplossingen moeten uitwerken voor de meningsverschillen op het vlak van verplichte licenties en alles in het werk moeten stellen om geneesmiddelen tegen de laagst mogelijke prijzen in de ontwikkelingslanden beschikbaar te stellen. De EU nodigt de internationale gemeenschap uit om toe te treden tot partnerschappen voor het onderzoek naar nieuwe generaties producten. Zij zal actief blijven deelnemen aan de werkzaamheden van het Wereldfonds ter bestrijding van HIV/AIDS, malaria en tuberculose.

Natuurlijke hulpbronnen en biodiversiteit

Momenteel bestaat er een ernstig risico op het verdwijnen van 25% van de zoogdier- en 11% van de vogelsoorten. De EU is vastbesloten het huidige verlies aan natuurlijke hulpbronnen/biodiversiteit tegen 2015 stop te zetten en, het herstel in te zetten en de natuurlijke hulpbronnen op duurzame en geïntegreerde wijze te beheren. Deze algemene doelstelling zou de lokale gemeenschappen, in het bijzonder in de ontwikkelingslanden, ertoe moeten aanzetten om voordeel te halen uit het behoud en het duurzaam gebruik van hun grote variëteit aan natuurlijke hulpbronnen. De EU werkt momenteel aan een hervorming van haar visserijbeleid met als doel de vissersvloten en de totale visvangst te reduceren. Zij verzoekt andere landen haar voorbeeld te volgen, opdat de visbestanden uiterlijk in 2015 op duurzame niveaus kunnen worden gebracht.

Mondialisering, financiën, handel en ontwikkelingshulp

De EU wil dat er een akkoord wordt bereikt over een positieve agenda voor mondialisering, financiën en handel. Met de ontwikkelingsagenda van Doha en de consensus van Monterrey werden onlangs belangrijke stappen gezet om te bewerkstelligen dat de mondialisering iedereen ten goede komt. De resultaten van deze conferenties mogen op de top van Johannesburg niet opnieuw in vraag worden gesteld, maar er moeten wegen en middelen worden vastgelegd om op deze resultaten verder te bouwen. In het kader van Johannesburg stelt de EU momenteel, los van de ontwikkelingsagenda van Doha en de consensus van Monterrey, een aantal positieve en ondersteunende maatregelen voor inzake handel en investeringen die specifiek zouden bijdragen tot de duurzame ontwikkeling in ontwikkelingslanden. Deze maatregelen behelzen ook het scheppen van de voorwaarden ter bevordering van investeringsstromen naar ontwikkelingslanden, de maatschappelijke verantwoordelijkheid van ondernemingen en exportkredieten om milieuvriendelijke en maatschappelijk verantwoorde investeringen aan te moedigen.

Als een eerste belangrijke stap om de doelstelling te bereiken dat 0,7% van hun Bruto Nationaal Product aan officiële ontwikkelingshulp wordt besteed, hebben de EU en haar lidstaten zich ertoe verbonden het desbetreffende gemiddelde van de Unie tegen 2006 op te trekken van 0,31% tot 0,39%. Dit zal resulteren in een extra bedrag voor ontwikkelingshulp van 22 miljard tussen 2002 en 2006 en in een verdere jaarlijkse toename met 9 miljard vanaf 2006.

De EU heeft maatregelen getroffen die zijn aangekondigd op de "International Conference for Financing for Development" in Monterrey om deze toegenomen middelen vrij te geven en hoopt dat de overige donoren hun verbintenissen eveneens zullen nakomen. De ontvangende en de donorlanden, alsook de internationale organisaties, moeten zich bovendien gezamenlijk inspannen om de officiële ontwikkelingshulp doeltreffender te maken. De EU zal in dat verband haar inspanningen verdubbelen.

Mondiale collectieve goederen

Afgezien van het openstellen van markten en het verhogen van het niveau en de efficiëntie van de officiële ontwikkelingshulp is de Europese Unie bereid om met alle partners de mogelijkheden te onderzoeken voor het vrijmaken van nieuwe openbare en innovatieve financieringsbronnen voor ontwikkelingsdoeleinden. In deze context zal een verdere bespreking en onderzoek m.b.t. mondiale collectieve goederen van essentieel belang zijn. In die geest ondersteunt de EU het idee om een intergouvernementeel proces op te zetten om deze kwestie op wereldniveau verder te bespreken.

Een mondiaal collectief goed kan worden gedefinieerd als een goed dat een universeel belang heeft, betrekking heeft op meer dan een groep landen en voordelen biedt voor:

* verschillende of bij voorkeur alle bevolkingsgroepen;
* zowel de huidige als de toekomstige generaties, of tenminste de behoeften van de huidige generatie bevredigt zonder afbreuk te doen aan de behoeften van de toekomstige generaties.

Voorbeelden van mondiale collectieve goederen zijn de bestrijding van besmettelijke ziekten, de beheersing van persistente verontreiniging, de ozonlaag en het wereldklimaatsysteem, de biodiversiteit en de genetische rijkdom en tenslotte vrede en veiligheid.

Een draaglijke schuld

De EU zal zich blijven inzetten om de draaglijkheid van de schuld te herstellen in het kader van het versterkt HIPC-initiatief (Highly Indebted Poor Countries), zodat de arme landen groei en ontwikkeling kunnen nastreven zonder daarin te worden belemmerd door niet-duurzame schulddynamieken. De EU erkent ook dat sommige niet-HIPC-landen met laag inkomen buitengewone omstandigheden kunnen kennen en dat het wellicht nodig is om geval per geval te onderzoeken of er geen bijkomende steun nodig is.

Een effectief institutioneel kader

De EU ondersteunt de ontwikkeling van een effectief institutioneel kader voor duurzame ontwikkeling op internationaal, regionaal en nationaal niveau. Op internationaal niveau is het nodig:
* de rol van de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties te versterken in het kader van de follow-up van de WTDO;
* in het kader van de activiteit van de Commissie voor duurzame ontwikkeling meer aandacht te besteden aan
tenuitvoerleggingskwesties;

* de samenwerking inzake duurzame ontwikkeling tussen de VN-organen, de Bretton Woods-instellingen en de Wereldhandelsorganisatie te versterken.

De EU hecht eveneens veel belang aan de uitvoering van nationale strategieën en het opzetten van een meer effectief institutioneel kader voor duurzame ontwikkeling op regionaal en sub-regionaal niveau, alsook aan de toegang van het publiek tot milieu-informatie (verwezenlijking van beginsel 10 van de Verklaring van Rio).

Meer details over de in dit bericht vermelde EU-initiatieven zijn beschikbaar op de volgende web-site

http://europa.eu.int/comm/environment/wssd