---

Kamervragen en antwoorden
---

De jaarropportage van het project luchtverdedigings- en commandofregatten

24-09-2002

Met mijn brief van 25 april 2002 (Kamerstuk Def 02-95) heeft mijn ambtsvoorganger u de vijfde jaarrapportage van het project luchtverdedigings- en commandofregatten aangeboden. Hierbij bied ik u de antwoorden aan op de vragen die naar aanleiding van de brief door de vaste commissie voor Defensie zijn gesteld.

DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE

Vraag 1. Overweegt Defensie om, mede gelet op het Nederlands werkgelegenheidsbelang terzake en al dan niet in afstemming met de minister van Economische Zaken, de Koninklijke marine faciliterend te laten zijn in de verkoopinspanningen van de Active Phased Array radar (APAR)-technologie in de internationale defensiemarkt, nu deze bij verschillende proefnemingen zeer succesvol blijkt?

Ja. Op verzoek van de industrie treedt Defensie indien mogelijk en in overleg met Economische Zaken, faciliterend op bij verkoopinspanningen van APAR-technologie in de internationale defensiemarkt. In het verleden is dat reeds enkele malen gebeurd.

Vraag 2. Overweegt de regering, nu Nederland positief besloten heeft ten aanzien van het Amerikaanse gevechtsvliegtuig, hetgeen een voorbereiding inhoudt op grote Amerikaanse levering, om specifiek in de Amerikaanse defensiemarkt te bepleiten dat de Amerikaanse defensie zich serieus gaat oriënteren op het Apar-systeem?

De Ministeries van Defensie en van Economische Zaken bepleiten regelmatig het gebruik van Apar-technologie bij het Amerikaanse Ministerie van Defensie en de Amerikaanse industrie. Ook bij andere landen wordt de technologie in voorkomend geval onder de aandacht gebracht.

Vraag 3. Kan de regering aangeven welke onverwachte problemen zich met het Sirius-systeem precies hebben voorgedaan?

Vraag 4. Wat zijn thans nog de overblijvende problemen met het Sirius-systeem? Wat kunnen de beperkingen of beïnvloedingen die deze problemen met zich meebrengen zijn, ten opzichte van de gewenste, oorspronkelijke specificatie en prestaties van het systeem?

Vraag 5. Kan de regering aangeven op welke aspecten in bouw- en projectverloop de gerapporteerde vertraging van de Sirius wel invloed heeft? Hoe gaat de regering deze oplossen? Wat zijn de gegenereerde kosten die door deze vertragingen zijn ontstaan en wie gaat deze kosten dragen?

Het betreft hier onverwachte problemen bij de verdere ontwikkeling van de signaal-processor van Sirius. Deze bleek in eerste instantie niet in staat om de aangereikte hoeveelheid gegevens snel genoeg te verwerken. Deze problemen lijken nu opgelost. Een validatie zal plaatsvinden tijdens het voor oktober 2002 geplande testprogramma op de ´Land based test site´ te Den Helder. De vertraging leidt niet tot beperkingen ten opzichte van de oorspronkelijke specificatie en prestaties van het systeem. Wel is zij van invloed op de uitvoering van de definitieve voltooiing van hardware/software integratie aan boord. Deze wordt nu naar verwachting begin 2005 voltooid. De eventueel aan de vertraging verbonden kosten zullen deel uitmaken van de onderhandelingen in het kader van de verwervingsvoorbereiding van het deelproject Sirius. Over de resultaten daarvan ontvangt de Kamer, zoals aangegeven in de begroting voor 2002, binnen enkele maanden een D-brief.

Vraag 6. Kan de regering aangeven wat de verschillen in mogelijkheden en prestaties zijn tussen de voorlopige software (zoals deze aan boord geïnstalleerd was tijdens de proefvaarten) en de definitieve software zoals deze uiteindelijk gerealiseerd gaat worden?

Zoals de jaarrapportage meldt, was de oplevering van de software voor de platformautomatisering niet volledig gerealiseerd. Daarom is de proeftocht met LCF-1 met een voorlopige versie uitgevoerd, waarmee adequaat kan worden gevaren. Het belangrijkste verschil tussen de voorlopige en de definitieve software is, dat de definitieve versie van een zogenaamde adviesfunctie is voorzien ter ondersteuning van de bedrijfsvoering. Inmiddels wordt de definitieve software aan boord van het LCF-2 geïnstalleerd. Na voltooiing van de acceptatietesten komt deze versie ook aan boord van het LCF-1.

Vraag 7. Wie is de leverancier van de software en wie is verantwoordelijk voor de vertragingen die is opgetreden? Voor zover de vertraging binnen een andere partij dan de Koninklijke marine gelegen is, welke commerciële afspraken bestaan er ter compensatie van vertraging? Op welke wijze houdt men zich aan deze afspraken? Voor zover de vertraging binnen het defensie- of marine-apparaat is gelegen, wat is daarvan de achtergrond? Welke maatregelen zal de regering hieromtrent nemen?

De Koninklijke Schelde Groep (KSG) is verantwoordelijk voor de tijdige levering van deze software. Betrokken onderleveranciers zijn Imtech en CAE (Canada). De gevolgen van de vertraagde levering zijn door de Koninklijke marine geïnventariseerd en de financiële effecten zullen worden ingebracht in de afsluitende onderhandelingen met de KSG over de bouw van het LCF-1.

Vraag 8. Zijn er operationele plannen dan wel geplande (vaar-) dagen voor LCF´s die als gevolg van het weer in dok moeten, opnieuw gepland moeten worden of komen te vervallen? Zijn hiermee kosten gemoeid? Vindt hiervoor een berekening plaats met de bouwwerf?

De dokperiode waarin de schroefasuithouders van LCF-1 zullen worden verwisseld is ingepast in een reguliere binnenligperiode voor onderhoud en integratie van hardware en software aan boord. Voor LCF-2 en LCF-3 zal de aanpassing plaatshebben gedurende de bouwperiode bij de KSG. De operationele planning is niet aangetast.

Vraag 9. Welke kosten bedoelt de regering als zijnde gedekt, ten laste van KSG binnen het vervangingsplan dat KSG heeft opgesteld voor de verkeerd-om gemonteerde schroefasuithouders?

Het betreft de kosten voor de uitvoering van extra geluids- en trillingsmetingen tijdens de proeftocht van LCF-2 om te bevestigen dat de nieuw geplaatste schroefasuithouders aan de eisen voldoen.

Vraag 10. Kan de regering kort omschrijven op welke wijze en in welke vorm de technische risico´s rondom het Anti air warfare (AAW-) segment, het Evolved sea sparrow missile (ESSM) en het Sirius-systeem in de huidige stand van zaken worden omschreven? Kan de regering per gespecificeerd risico aangeven wat de mogelijke implicaties zijn ten opzichte van de oorspronkelijke specificaties van prestaties en systeemmogelijkheden? Kan de regering per gespecificeerd risico aangeven wat thans de belangrijkste lopende acties zijn?

Het AAW-segment wordt naar verwachting op tijd geleverd. Er bestaat echter een mogelijkheid dat de software die de communicatie tussen het informatieverwerkende systeem van het schip en de missiles (Standard missile 2 en ESSM) verzorgt, met vertraging wordt geleverd. Het gevolg zou dan een eventuele herfasering van de proeflanceringen zijn. Zo´n herfasering heeft geen invloed op de eerste lancering vanaf LCF-1 in september 2003, maar kan mogelijk gevolgen hebben voor de volgende, complexere, proeflanceringen in november 2003. Bij de reeds geplande lanceringen voor 2004 kan dat worden gecompenseerd.

Het resterende risico inzake het ESSM betreft de verdere ontwikkeling van de missile control software in het missile, om de verwerking van de informatie van de Apar-radar in de software van het ESSM mogelijk te maken. Naar verwachting zal de definitieve versie van deze software medio augustus 2002 worden opgeleverd. Inmiddels zijn alle lanceringen vanaf het Amerikaanse beproevingsschip uitgevoerd. De beproevingsresultaten geven een positief beeld; alleen de voltooiing van de detailanalyse van de laatste lancering rest nog.

Zoals bij de beantwoording van de vragen 3, 4 en 5 is aangegeven, ontvangt de Kamer binnenkort nadere informatie over Sirius, wanneer de verwervingsvoorbereiding is voltooid.

Vraag 11. In hoeverre bestaat er door de verschuiving van de proeftochten voor LCF-2 en LCF-3 kans op te laat leveren? In hoeverre bestaan voor dergelijke vertragingen boetebedingen, zowel van de proeftochten waarvoor de marine tal van mensen en zaken en dus kosten moet plannen, alsmede voor een eventueel te late oplevering?

Voor vertragingen in de aanvang van de proeftocht en in de overdracht zijn contractueel boetebedragen vastgelegd. Voor een te late oplevering bestaan overigens geen indicaties. LCF-2 en LCF-3 worden naar verwachting conform plan geleverd.

Vraag 12.Welke prijspeilaanpassingen zijn de oorzaak van de budgetaanpassingen die de regering noemt? Kan de regering toelichten waarom deze prijspeilaanpassingen niet binnen het risico van de aannemende partijen liggen?

Het betreft hier de jaarlijkse reguliere prijspeilaanpassingen. Omdat bij langlopende projecten het prijspeil-risico slecht voorspelbaar is en omdat het risico grotendeels buiten de invloedssfeer van de aannemende partij ligt, heeft toewijzing van het risico aan de industrie bij langlopende projecten een nadelig effect op de contractprijs. Bij langlopende defensie-contracten is het daarom gebruikelijk dat een prijsherzieningsformule in het contract wordt opgenomen, waarmee het risico van inflatie en prijspeilaanpassingen buiten de sfeer van de aannemende partij wordt gelegd. Ook bij het LCF-project is zo´n prijsherzieningsformule in het contract opgenomen.

Nieuws Ministerie van Defensie