Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Persbericht 02/130

Ministerie van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid Directie
Communicatie

03 oktober 2002

Nr. 02/130

Kinderopvang kan laatste drempel naar scholing of werk wegnemen

Kinderopvang kan voor veel ouders met een bijstandsuitkering een laatste drempel naar scholing of werk wegnemen. Dat is de ervaring van gemeenten bij de uitvoering van de Regeling kinderopvang en buitenschoolse opvang alleenstaande ouders. Wel bestaat in een aantal gemeenten een tekort aan kinderopvangplaatsen, waardoor niet altijd direct van de regeling gebruik kan worden gemaakt.

Dit blijkt uit een onderzoek dat Research voor Beleid in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft uitgevoerd naar deze regeling. Staatssecretaris Rutte heeft het rapport naar de Tweede Kamer gezonden. Met de regeling kunnen gemeenten kinderopvang inkopen voor alleenstaande ouders met een uitkering op grond van de Algemene bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening kunstenaars of, onder bepaalde voorwaarden, een andere uitkering.

In 1999 maakten ongeveer 8.000 ouders en 10.000 kinderen gebruik van de regeling. In 2000 was dit toegenomen tot ongeveer 9.000 ouders en 12.000 kinderen. In 1999 en 2000 zijn 5.500 respectievelijk 6.500 volledige kindplaatsen ingekocht op grond van de kinderopvangregeling voor alleenstaande ouders. De regeling wordt vooral gebruikt door bijstandsgerechtigden die scholing volgen of in deeltijd werken. Tienermoeders, mensen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars en deelnemers aan sociale activering, maken bijna geen gebruik van de regeling.

In 14 procent van de gemeenten bestaat een wachtlijst. Wachtlijsten komen relatief vaker voor in grotere gemeenten. De oorzaak van de wachtlijsten is vooral het tekort aan kinderopvangplaatsen. Daarnaast is voor sommige gemeenten het subsidiebedrag ontoereikend.

Gemeenten maken volgens de onderzoekers veel gebruik van de regeling, maar ervaren bij de uitvoering ervan nog een aantal knelpunten. Die betreffen vooral de beperking van de doelgroep en de flexibiliteit van de regeling als het gaat om de soort kinderopvang en de momenten van opvang. Ook is gebleken dat de financiële vergoeding per kindplaats veelal lager is dan de kosten die gemeenten maken.

Staatssecretaris Rutte schrijft de Kamer dat de knelpunten gedeeltelijk kunnen worden verminderd door intensiever gebruik te maken van een aantal mogelijkheden die de regeling biedt. Hij wijst erop dat met gemeenten in het kader van de Agenda voor de Toekomst afspraken zijn gemaakt over aanvullende financiële middelen voor kinderopvang. Deze middelen zijn onder andere bestemd voor de inkoop van andere vormen van opvang en voor het inzetten van meer flexibele vormen van kinderopvang.

Voor de kinderopvangregeling voor alleenstaande ouders is voor 2003 bijna 70 miljoen euro gereserveerd, exclusief de middelen in het kader van de Agenda voor de Toekomst. De regeling is uitgezonderd van de bezuinigingen die het komende jaar voor de reïntegratiebudgetten van gemeenten zijn vastgesteld, aldus de staatssecretaris. De regeling is overigens van tijdelijke aard en zal naar verwachting in 2004 opgaan in de Wet basisvoorziening kinderopvang. Deze wet zal een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang bieden aan ouders die arbeid en zorg combineren en voor enkele bijzondere groepen, onder wie alleenstaande ouders in de bijstand.


---

De volgende Officiële publicatie(s) zijn gerelateerd aan bovenstaande persbericht:
PDF publicatie Aanbiedingsbrief van staatssecretaris Rutte bij het evaluatie-onderzoek Regeling Kinderopvang en buitenschoolse opvang alleenstaande ouders
PDF publicatie Bijlage: Evaluatie Regeling Kinderopvang en buitenschoolse opvang alleenstaande ouders