Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Vervolg aanwijzing IJsselmeerziekenhuizen

De Voorzitter van de Tweede
Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA Den Haag

CZ/IZ-2320413

1 oktober 2002

Bij dezen doe ik u een afschrift toekomen van mijn brief d.d. 26 september aan de IJsselmeerziekenhuizen.

De Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,

dr. Eduard J. Bomhoff

Vervolg aanwijzing IJsselmeerziekenhuizen 1. Vervolg aanwijzing IJsselmeerziekenhuizen
Kamerstuk, 1-10-2002

Om het kamerstuk op te halen: Zie het origineel http://www.minvws.nl/document...er=393&page=18431 .

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Postbus 20350
2500 EJ DEN HAAG
Telefoon (070) 340 79 11
Fax (070) 340 78 34
Bezoekadres:
Parnassusplein 5
2511 VX DEN HAAG
Correspondentie uitsluitend
richten aan het postadres
met vermelding van de
datum en het kenmerk van
deze brief.
Internetadres:
www.minvws.nl
Aan de Stichting IJsselmeerziekenhuizen
Ziekenhuisweg 100
8233 AA Lelystad
Ons kenmerk Inlichtingen bij Doorkiesnummer Den Haag CZ/IZ-2319830 26 september 2002
Onderwerp Bijlage(n) Uw brief
Vervolg aanwijzing
Op 18 juni van dit jaar heeft mijn ambtsvoorganger u op grond van artikel 7, eerste lid, van de Kwaliteitswet zorginstellingen een aanwijzing gegeven, inhoudende een verbod om ten aanzien van de IJsselmeerziekenhuizen richtinggevende besluiten te nemen, in afwachting van een rapport van een commissie van onafhankelijke deskundigen. Dat rapport is inmiddels uitgebracht; het onderschrijft de bevindingen van de Inspectie voor de gezondheidszorg waarop het oorspronkelijke advies tot het geven van de aanwijzing van 18 juni was gebaseerd. De Inspectie is van mening dat de kwaliteit van de zorg vraagt om een snelle implementatie van het rapport en wijst op een aantal knelpunten die zij op dit moment signaleert. Ik verwijs u hiervoor naar bijgevoegd advies. Het in dit advies geschetste beeld van de stand van zaken is van dien aard, dat ik daarin aanleiding zie tot het doen van een reeds in de aanwijzing van 18 juni aangekondigde stap, namelijk het geven van een verdere aanwijzing. Gezien de ernst van de situatie geef ik u op grond van artikel 7, eerste lid, van de Kwaliteitswet zorginstellingen de aanwijzing dat de aanbeveling van de commissie IJsselmeerziekenhuizen met betrekking tot de personele bezetting van de Raad van Toezicht zoals opgenomen in paragraaf 10.5 met onmiddellijke ingang wordt uitgevoerd. Daar staat: "Gezien de centrale rol die de nieuwe voorzitter heeft bij het formeren van een nieuw team, ligt het in de rede op korte termijn als eerste een nieuwe voorzitter aan te trekken, waaraan de huidige voorzitter dan direct de hamer kan overdragen, zodat zijn opvolger intensief bij de samenstelling van de nieuwe Raad betrokken kan zijn". De "korte termijn" waarover de aanbeveling in het rapport spreekt is sinds het verschijnen van het rapport op 16 augustus 2002 naar mijn oordeel inmiddels ruimschoots verstreken. Daarom bepaal ik dat aan deze aanwijzing uiterlijk op 30 september 2002 dient te zijn voldaan. Uitvoering van de aanbeveling is naar mijn mening een absolute voorwaarde voor verdere besluitvorming over de toekomst van de IJsselmeerziekenhuizen. Ik zal de Inspectie verzoeken nauwlettend toe te zien op de naleving van deze aanwijzing. Een belanghebbende kan tegen een besluit bezwaar maken op grond van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit kan door een bezwaarschrift in te dienen bij het Ministerie Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Blad
2
Kenmerk
CZ/IZ-2319830
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, t.a.v. Directie Wetgeving en Juridische Zaken, Postbus 20350, 2500 EJ Den Haag.
De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt zes weken. De termijn vangt aan met ingang van de dag volgend op de dag waarop het besluit is gedagtekend. Het bezwaarschrift wordt ondertekend door de indiener en bevat:
* de naam en het adres van de indiener,

* de dagtekening,

* een omschrijving van het bestreden besluit, bijvoorbeeld door vermelding van het zaaknummer, briefkenmerk en datum of door bijvoeging van een kopie van het besluit,
* de gronden van het bezwaar.
De Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,
dr. Eduard J. Bomhoff