Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018
2500 EA Den Haag
uw brief van

uw kenmerk

ons kenmerk
KAB. 2002/8363
datum
09-10-2002

onderwerp
Standpunt t.a.v. een aantal LNV-dossiers

bijlagen

Geachte Voorzitter,

De vaste commissie LNV van uw Kamer heeft mij in bovengenoemde brief verzocht haar te informeren over het standpunt van het kabinet ten aanzien van een aantal wetsvoorstellen, nota's en brieven die op het terrein van LNV bij de Kamer aanhangig zijn gemaakt. Mede namens de staatssecretaris meld ik u dat voor wat betreft de brieven die handelen over dierenwelzijn (inclusief het welzijn van vis) en de problematiek van de agressieve honden het kabinet voornemens is op korte termijn standpunten in te nemen en u daarvan op de hoogte te stellen. Over de overige onderwerpen informeer ik u als volgt.

datum
09-10-2002

kenmerk
KAB. 2002/8363

bijlage

Conform de brief van de minister-president van 30 augustus jl. (kenmerk 02M437766), deel ik u mede dat het kabinet voornemens is de procedure tot intrekking van het Wetsvoorstel inzake de Regeling inwerkingtreding besluit huisvesting vleeskuikenouderdieren (Kamerstuk 27052) en het Wetsvoorstel inzake het verbod op de pelsdierhouderij (28048) in werking te stellen. Daartoe zal ik volgens de officiële procedure Hare Majesteit de Koningin verzoeken mij te machtigen om deze wetsvoorstellen daadwerkelijk in te trekken.

Voor wat betreft de huisvesting van vleeskuikenouderdieren geldt dat de sector inmiddels tot overeenstemming is gekomen met de Dierenbescherming over het te bereiken welzijnsniveau en de voorschriften die daartoe moeten leiden. Ik zal met deze partijen in overleg treden om hen te verzoeken in eerste instantie zelf uitvoering te geven aan deze overeenkomst. Indien het gewenste welzijnsniveau in deze sector niet of onvoldoende wordt bereikt, zal ik zelf komen met een nieuw Besluit huisvesting vleeskuikenouderdieren waarbij de overeenkomst tussen de sector en de Dierenbescherming als basis zal dienen.

In afwachting van Europese voorschriften met betrekking tot het welzijn van nertsen zal vooralsnog geen nationale welzijnsregelgeving worden opgesteld. Wel zal ik met de sector in overleg treden over het oppakken van het plan van aanpak dat in het verleden door de sector zelf is opgesteld ter verbetering van het welzijn van de nertsen.

Indien de sector geen of onvoldoende uitvoering geeft aan dit plan van aanpak, zal worden bezien of het opstellen van nationale welzijnsvoorschriften voor nertsen vooruitlopend op Europese voorschriften dan alsnog als alternatief kan dienen.

Met betrekking tot het Wetsvoorstel inzake Regeling van de inwerkingtreding van het Legkippenbesluit (Kamerstuk 28110) is het kabinet voornemens de procedure in werking te stellen die leidt tot wijziging van het Legkippenbesluit door daarin een voorziening op te nemen die het houden van kippen in kooien toestaat. Met een dergelijke voorziening wordt het Legkippenbesluit op het niveau van de Europese richtlijn gebracht. Vooruitlopend op deze wijziging van het Legkippenbesluit zal de Tweede Kamer worden verzocht om in te stemmen met de Regeling van de inwerkingtreding van het Legkippenbesluit, zodat kan worden voldaan aan de EU-implementatieverplichting. Hierbij zeg ik u toe dat de wijziging van het Legkippenbesluit nog dit jaar in procedure zal worden gebracht en dat voor nieuw toetredende bedrijven een voorziening zal worden getroffen, zodat zij zijn vrijgesteld van het verbod op het huisvesten van kippen in kooien.

Ten aanzien van de vier in de lijst van de vaste commissie LNV genoemde brieven over het groen onderwijs en de subsidiëring SLOA stel ik u voor de behandeling in de Kamer voort te zetten.

De conclusies en aandachts- en actiepunten van de brief van 2 april 2002 over voortgang implementatie kabinetsstandpunt toekomst veehouderij, zijn integraal betrokken bij de uitwerking van de opgave uit NMP4 om het proces van de 'transitie duurzame landbouw' in gang te zetten. Een Plan van Aanpak voor dit transitieproces zal naar verwachting nog in oktober 2002 worden afgerond en aan uw Kamer kunnen worden toegezonden.

In de brief van 31 mei jl. is de Kamer geïnformeerd over de onderzoeksresultaten van de Evaluatie Meststoffenwet. Inmiddels heeft het kabinet u geïnformeerd over de beleidsconclusies die zij aan de evaluatie verbindt.

De minister van Landbouw, Natuurbeheer
en Visserij,

dr. C.P. Veerman


---