European Commission

IP/02/1856

Brussels, 11 december 2002

Commissie keurt ingrijpende hervorming EU-concentratiecontrole goed

De Europese Commissie heeft vandaag besloten tot de meest ingrijpende hervorming van de regeling voor fusiecontrole sinds in 1990 de EU-concentratieverordening van kracht werd. "De hervormingen zullen een aanzienlijke verbetering van ons systeem van concentratiecontrole betekenen, waardoor het, naar ik meen, een wereldwijd na te volgen model zal worden", verklaarde de heer Mario Monti, Commissaris belast met het mededingingsbeleid. Naast een voorstel voor een herziene concentratieverordening (waarvoor nog de goedkeuring van de EU-ministers is vereist) heeft de Commissie ook ontwerp-richtsnoeren goedgekeurd over fusies tussen concurrerende ondernemingen ("horizontale fusies") die als leidraad kunnen dienen voor het bedrijfsleven en de juridische sector. Ten slotte zullen ook een reeks andere maatregelen worden goedgekeurd die bedoeld zijn om de besluitvorming van de Commissie te verbeteren. Daarbij gaat het onder meer om de instelling van de functie van Chief Competition Economist. "Deze nieuwe functie zal worden opgenomen door een vooraanstaand econoom die tot taak heeft besluitvormers een economische visie te geven. Ook moet hij/zij onderzoekers van de Commissie advies en bijstand geven", verklaarde de heer Monti nog. "Ik ben ervan overtuigd dat deze aanstelling ertoe zal bijdragen tot onze economische analyses nog beter onderbouwd zullen zijn, niet alleen in fusiezaken maar ook, meer algemeen, in mededingings- en steunzaken."

De Europese Commissie keurde vandaag een omvangrijk pakket maatregelen ter hervorming van de fusiecontrole goed. In de Europese Unie die zo'n 380 miljoen (en weldra 450 miljoen) consumenten sterk is, moet dit pakket voor ondernemingen die hun fusies en acquisities willen laten goedkeuren, een toezichtssysteem van wereldklasse opleveren. Met deze hervorming die voortbouwt op twaalf jaar ervaring, gaan voorspelbare onderzoekstermijnen samen met een verbeterd besluitvormingsproces, dat gebaseerd is op solide economische analyse, en een versterking van de mogelijkheden om standpunten van fuserende ondernemingen mee in aanmerking te nemen.

Het pakket hervormingen omvat: a) een voorstel voor een herziening van de concentratieverordening; b) ontwerp-richtsnoeren voor de beoordeling van "horizontale fusies", fusies dus tussen concurrenten, en c) een aantal andere maatregelen die het besluitvormingsproces moeten helpen verbeteren; sommige daarvan zijn vervat in een stel van beste praktijken. Deze drie teksten zullen binnenkort te vinden zijn op de website van het Directoraat-generaal Concurrentie:

http://europa.eu.int/comm/competition/index_en.html.

Voorstel voor een herziene concentratieverordening

De concentratieverordening werd in 1989 goedgekeurd en is sinds 21 december 1990 van kracht. Zij is gebaseerd op het one-stop shop-beginsel, hetgeen betekent dat in de EU grote grensoverschrijdende operaties uitsluitend door de Commissie worden onderzocht en niet hoeven te worden goedgekeurd door nationale autoriteiten(1)
. De verordening garandeert ook dat fusies worden onderzocht binnen strikte termijnen en dat in iedere zaak gemotiveerde beschikkingen worden gegeven, wat zorgt voor transparantie en rechtszekerheid. Precies één jaar geleden heeft de Commissie een groenboek goedgekeurd waarin gepeild werd naar visies op mogelijke wegen voor een hervorming van de EU-concentratiecontrole. In het afgelopen jaar mocht de Commissie talrijke schriftelijke reacties ontvangen en heeft zij breed overleg gevoerd met de lidstaten, het Europees Parlement, het bedrijfsleven, de juridische sector, vertegenwoordigers van consumenten en werknemers, en andere belanghebbenden. De Commissie heeft vandaag de volgende voorstellen voor wijziging van de concentratieverordening goedgekeurd:

* het voorstel wil de strenge normen voor het onderzoek van fusies vanuit mededingingsoogpunt toelichten, door met name duidelijk te maken dat de verordening kan worden toegepast op oligopolies die mededingingsbezwaren kunnen opleveren;

* het voortstel voor een nieuwe concentratieverordening probeert ook te komen tot een rationalisering van het tijdsschema voor de aanmelding van concentratievoornemens bij de Commissie. Zo wordt de mogelijkheid geïntroduceerd om een operatie aan te melden vóór een bindende overeenkomst wordt gesloten. Daarnaast wordt de verplichting afgeschaft dat operaties moeten worden aangemeld binnen één week nadat een dergelijke overeenkomst is gesloten. Deze maatregelen zijn bedoeld om nodeloze administratieve starheid te vermijden en de coördinatie met fusieonderzoeken van mededingingsautoriteiten in andere jurisdicties te faciliëren;
* ook wordt voorzien in een vereenvoudigd systeem om fusiezaken voor onderzoek door te verwijzen van de Commissie naar de mededingingsautoriteiten in de lidstaten, en vice versa. Deze hervorming wil, in overeenstemming met het
subsidiariteitsbeginsel, ervoor zorgen dat de meest geschikte autoriteit een bepaalde operatie onderzoekt, en probeert tegelijk het aantal gevallen af te bouwen waarin bij meerdere mededingingsautoriteiten in de EU aanmelding wordt gedaan van een operatie (multiple filing)(2);

* de Commissie stelt voor een zekere vorm van flexibiliteit te introduceren in het tijdsschema voor fusieonderzoeken, vooral voor complexe zaken. Wanneer een aangemelde fusie grondig wordt onderzocht, is het voorstel dat de termijnen met nog eens drie weken worden verlengd nadat corrigerende maatregelen zijn aangeboden; zo komt er meer tijd voor een grondig onderzoek van deze maatregelen, onder meer voor raadpleging van de lidstaten. Daarnaast wordt voorgesteld om, met instemming van de fuserende ondernemingen, de termijnen met nog eens tot vier weken extra te verlegen om een diepgaand onderzoek mogelijk te maken, met name met het oog op de zware bewijsverplichtingen die op de Commissie rusten in gevallen waarin zij wil ingrijpen;
* in dit nieuwe voorstel worden de bevoegdheden van de Commissie om feitenmateriaal te verzamelen versterkt, waardoor zij gemakkelijker informatie kan verkrijgen met het oog op haar onderzoek. Het gaat onder meer om de mogelijkheid om hogere geldboeten op te leggen in gevallen waarin geen gevolg wordt gegeven aan verzoeken om die informatie te verstrekken. Een en ander zou bijvoorbeeld betekenen dat de geldboete die ondernemingen kunnen oplopen wanneer zij onjuiste of misleidende informatie verstrekken, wordt opgetrokken tot 1% van hun totale omzet (tegenover 50 000 EUR thans). Deze verhoging ligt in de lijn van de onderzoeksbevoegdheden welke de Commissie kreeg in de nieuwe verordening inzake de handhaving van de artikelen 81 en 82 die op 26 november 2002 door de Raad van Ministers werd goedgekeurd.

Het voorstel voor een gewijzigde verordening werd de Raad van Ministers gezonden; ook zal het Europees Parlement worden geraadpleegd. Naar verwachting zal de Raad de nieuwe tekst in 2003 bespreken en zou de verordening per 1 mei 2004 van kracht worden.

Betere besluitvorming

Naast veranderingen in de regelgeving wordt ook een aantal maatregelen ingevoerd die bedoeld zijn om de kwaliteit van de besluitvorming van de Commissie in fusiezaken te verhogen, en tegelijkertijd de kansen te verruimen dat de standpunten van de fuserende ondernemingen mee in rekening worden genomen tijdens de hele besluitvorming. Daarom zullen de volgende maatregelen worden genomen:

* creatie van de functie van Chief Competition Economist binnen het Directoraat-generaal Concurrentie. Deze hoofdeconoom en zijn/haar team zouden betrokken worden bij onderzoeken naar fusie- en andere mededingingszaken. Hij/zij zou een vooraanstaand econoom zijn die een tijdelijke aanstelling krijgt bij de Commissie en rechtstreeks aan de Directeur-generaal rapporteert. De vacature zal de komende weken worden bekendgemaakt;

* aanstelling voor alle diepgaande fusieonderzoeken van een peer review panel dat bestaat uit ervaren ambtenaren, die met een "frisse blik" de conclusies van het onderzoeksteam moeten onderzoeken op een aantal cruciale punten van het onderzoek;
* toewijzing van extra personeel aan de raadadviseurs-auditeurs van de Commissie(3);

* aanstelling binnen het Directoraat-generaal Concurrentie van een contactpersoon voor consumentenzaken, zodat de stem van de consument beter wordt gehoord;

* ondernemingen waarvan het concentratievoornemen wordt onderzocht, de gelegenheid bieden sneller de inhoud van het dossier van de Commissie in te kijken, met name nadat een grondig onderzoek is ingeleid(4);

* ondernemingen waarvan het concentratievoornemen wordt onderzocht, sneller de gelegenheid bieden om de verklaring te onderzoeken van derden die zich zorgen maken over de impact van de fusie op de mededinging, zonder daarbij de vertrouwelijkheid te schenden. Fuserende ondernemingen zullen, waar mogelijk, ook de gelegenheid krijgen deze bezwaren rechtstreeks met derden en de Commissie te bespreken;

* de Commissie wil ook systematisch aanbieden om op beslissende fases in de procedure bijeenkomsten te houden tussen de Commissie en de fuserende partijen, om een stand van zaken te geven. Zo wil zij ervoor zorgen dat fuserende partijen steeds op de hoogte blijven van het verloop van een diepgaand onderzoek en wil zij hun de gelegenheid bieden de zaak te bespreken met leidende ambtenaren binnen de Commissie.

Sommige van deze maatregelen, die de concrete behandeling van fusiezaken betreffen, worden verder uitgewerkt in een stel van ontwerp-beste praktijken waarover eerst overleg zal plaatsvinden vooraleer ze definitief worden.

Ontwerp-mededeling over horizontale fusies en efficiëntieverbeteringen

De Commissie heeft ook een ontwerp-mededeling van de Commissie goedgekeurd over de beoordeling van fusies tussen concurrerende ondernemingen (de zgn. "horizontale fusies"). Deze ontwerp-mededeling wil duidelijk en omvattend de hoofdlijnen beschrijven van hoe de Commissie de beoordeling van "horizontale fusies" aanpakt. Zo wil zij zorgen voor transparantie en voorspelbaarheid van het fusieonderzoek door de Commissie, en dus ook voor meer rechtszekerheid voor alle betrokkenen. De Commissie is ook voornemens om in een later stadium verdere richtsnoeren goed te keuren, hoe zij de beoordeling aanpakt van "verticale" en "conglomerate" fusies.

Dit eerste stel richtsnoeren gaat in op de vraag hoe de gevolgen van een fusie op de mededinging op een markt moeten worden onderzocht, waarbij onder meer toegelicht wordt hoe de Commissie het begrip "machtspositie op oligopolistische markten" zal hanteren. De richtsnoeren zijn gebaseerd op de ervaring die werd opgedaan bij het onderzoek van de meer dan 2 000 zaken die de voorbije twaalf jaar bij de Commissie werden aangemeld, en op de jurisprudentie van de Gemeenschapsrechter. Zij geven onder meer aan welke drempels kunnen wijzen op een machtspositie, maar het spreekt voor zich dat iedere zaak op haar eigen merites wordt onderzocht.

De richtsnoeren gaan ook in op specifieke factoren die verzachtende omstandigheden kunnen vormen voor een initiële vaststelling dat sprake is van ongunstige beïnvloeding van de mededinging - factoren als kopersmacht, de vraag hoe gemakkelijk toetreding tot de markt is, de vaststelling dat de fusie het enige alternatief kan zijn voor het feit dat de overgenomen onderneming anders uit de markt zou zijn gedrukt, en efficiëntieverbeteringen.

De Commissie verklaart uitdrukkelijk bereid te zijn beweerde efficiëntieverbeteringen te onderzoeken in het kader van het algemene onderzoek van een fusie. Dergelijke claims zullen enkel worden geaccepteerd wanneer de Commissie met voldoende zekerheid kan besluiten dat de door de fusie gegenereerde efficiëntieverbeteringen voor de fusieonderneming de prikkel zullen versterken om te handelen in het belang van gebruikers. Wil de Commissie tot een dergelijke conclusie komen, dan moeten de efficiëntieverbeteringen substantieel, tijdig en controleerbaar zijn.

Bovendien rust de bewijslast daarvoor duidelijk op de fuserende ondernemingen; zo moeten zij onder meer aantonen dat de efficiëntieverbeteringen voldoende groot zijn om op te wegen tegen eventuele ongunstige effecten van de fusie op de mededinging. Volgens de ontwerp-richtsnoeren is het ook weinig waarschijnlijk dat efficiëntieverbeteringen een voldoende grond kunnen zijn om een fusie te doen goedkeuren die een monopolie of quasi-monopolie doet ontstaan.

Over de ontwerp-richtsnoeren zal nu breed en open overleg plaatsvinden. Schriftelijke reacties worden ingewacht vóór eind maart 2003.

Beroepsmogelijkheden

De Commissie zal voor fusiezaken blijven aandringen op snellere beroepsmogelijkheden bij de rechterlijke instanties.

Het feit dat het Gerecht van eerste aanleg in twee recente zaken een versnelde procedure heeft toegepast, betekent al een aanzienlijke vooruitgang. Toch moet de doelstelling blijven dat beroep op de rechter mogelijk is binnen een termijn die is voor alle commerciële operaties relevant is.

De Commissie zal, parallel met de besprekingen in de Raad van Ministers over de herziening van de concentratieverordening, samen met de lidstaten de verschillende opties onderzoeken die in fusiezaken kunnen zorgen voor versnelde beroepsmogelijkheden. In deze kwestie zal de Commissie ook haar contacten voortzetten met het Hof van Justitie en het Gerecht van eerste aanleg.

Statische gegevens

In de jaren '90 is het aantal bij de Commissie aangemelde concentraties spectaculair toegenomen, tot een punt waarbij er jaarlijks vijfmaal zoveel zaken worden onderzocht als in de beginjaren. Op het toppunt van de recente fusie-boom, bedroeg het aantal aangemelde fusies 335 in 2001. Dit jaar zal dit cijfer waarschijnlijk rond 270 liggen. Deze daling valt grotendeels te verklaren door de huidige economische vertraging.

De meeste van de concentratievoornemens die bij de Commissie worden aangemeld, worden binnen één maand goedgekeurd (een "fase
1"-onderzoek). Een klein deel van de aangemelde operaties wordt aan een grondig onderzoek onderworpen ("fase 2"); momenteel kan dit tot vier maanden duren. Enkel in een beperkt aantal van alle aangemelde operaties moet de Commissie ingrijpen. Hoogst zelden worden operaties zondermeer verboden: sinds 1990 is dit nog maar 18 maal gebeurd, of voor iets minder dan 1% van alle aangemelde operaties.

(1)
De Commissie heeft uitsluitende bevoegdheid voor operaties tussen ondernemingen die een gezamelijke mondiale omzet van 5 miljard EUR behalen, en waar minstens twee van de betrokken ondernemingen elk afzonderlijk ook een omzet van meer dan 250 miljoen EUR behalen in Europa, tenzij zij elk meer dan twee derde van hun Europese omzet in één en hetzelfde land behalen.

(2)
Volgens een verslag van de Commissie aan de Raad van juni 2000 over het functioneren van omzetdrempels, werden tussen maart 1998 en december 1999 zeventig fusies aangemeld bij drie of meer nationale mededingingsautoriteiten.

(3)
Raadadviseurs-auditeurs zijn onafhankelijke ambtenaren die moeten garanderen dat procedures in mededingingszaken bij de Commissie fair verlopen; zij moeten met name waken over de rechten van verdediging van ondernemingen.

(4)
Momenteel krijgen de fuserende partijen pas later in de procedure toegang tot het dossier van de Commissie, namelijk nadat de Commissie hun een zgn. "mededeling van punten van bezwaar" heeft gezonden, waarin zij de mededingingsbezwaren nader uiteenzet.