HAAGS JURISTEN COLLEGE

Vrije vestiging Engelse Limited weer stap dichterbij

De BV krijgt concurrentie: Engelse Limited wordt aantrekkelijk alternatief

Gaat het Europese Hof de vrije vestiging van Limiteds bekrachtigen?

Ondernemers krijgen het binnenkort waarschijnlijk weer een stukje makkelijker. De Advocaat-Generaal van het Europese Hof van Justitie, S. Alber, heeft zich 30 januari in de Inspire Art zaak uitgesproken voor vrije vestiging van de Engelse Limited in Nederland. Elke ondernemer moet bij de Kamer van Koophandel een Limited kunnen inschrijven, zonder hoofdelijke aansprakelijkheid en zonder EUR 18.000 stamkapitaal te hoeven storten zoals bij de BV. Er hoeft hiertoe geen sprake te zijn van zakelijke activiteiten in Engeland. Als het Europese Hof zijn lijn van twee eerdere arresten doortrekt en de Conclusie van de Advocaat-Generaal volgt kunnen ondernemers in de hele Unie voortaan zelf bepalen naar welk recht zij hun vennootschappen willen oprichten. Aan de rechtsonzekerheid omtrent Limiteds, ontstaan door de invoering van de Wet op de Formeel Buitenlandse Vennootschappen, zal dan een einde komen. Aan die wet zelf waarschijnlijk ook en dat maakt deze zaak extra belangwekkend.

Eiser in deze zaak, de Kamer van Koophandel in Amsterdam, stelt dat de kapitaaleis van EUR 18.000 gerechtvaardigd is om verhaal te bieden aan crediteuren. Volgens het Haags Juristen College is dit echter strijdig met het EG-verdrag en leidt het tot discriminatie van buitenlandse vennootschappen. Het HJC verkoopt veel Engelse Limiteds aan ondernemers die geen tijd of geld hebben om een BV op te richten en terugschrikken voor de hoge notariskosten. De Limited biedt zo een laagdrempelig alternatief voor het Midden- en Kleinbedrijf waar steeds meer vraag naar is. Het ziet er naar uit dat het Hof het Haags Juristen College in het gelijk zal stellen en opnieuw een nationale overheid bij de Europese les gaat houden.

Uitgebreid

De zaak gaat over de vraag of de Nederlandse overheid mag eisen dat Engelse Private Limited Companies die in Nederland actief zijn, net als de BV, hun aandelen voor inschrijving bij de Kamer van Koophandel met EUR 18.000 moeten volstorten. De rechtbank van Amsterdam heeft over deze zaak, Inspire Art geheten, in februari 2001 een prejustitiële vraag aan het Europese Hof voorgelegd, in een proefproces aangespannen door het Haags Juristen College. Deze vennootschapspraktijk richt veel Engelse Limiteds op voor kleine en middelgrote ondernemers als laagdrempelig alternatief voor de BV (snelle en goedkope oprichting, geen kapitaaleis, geen antecedentenonderzoek, geen notariskosten). In zijn verweer tegen de eiser, de Kamer van Koophandel in Amsterdam, stelt het Haags Juristen College dat het ondernemers binnen de gemeenschappelijke markt vrij staat het vennootschapsrecht te kiezen dat het best bij hen past.

Eind 2002 heeft het Europese Hof in een vergelijkbare zaak (Überseering BV) al geoordeeld dat ook de Duitse overheid buitenlandse vennootschappen uit de EU zonder beperkingen heeft toe te laten. De Duitse zaak gaat nog verder dan Inspire Art omdat Duitsland de leer van de werkelijke zetel kent, terwijl Nederland het incorporatiestelsel hanteert, verankerd in de Wet conflictenrecht corporaties. De Duitse wetgever eiste van buitenlandse vennootschappen dat zij zich voor registratie van een Duitse vestiging opnieuw naar Duits recht incorporeren. De Überseering zaak betrof hiermee de zogenaamde primaire vestigingsvrijheid van buitenlandse rechtspersonen, terwijl in Inspire Art de secundaire vrijheid ter discussie staat. Nederland aanvaardt de Engelse rechtspersoon namelijk al wel, ook al vinden er geen bedrijfsactiviteiten in Engeland plaats, maar stelt de Engelse Limited bij inschrijving bij de KvK de aanvullende eis EUR 18.000 te storten, op straffe van hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurders. Volgens het Haags Juristen College is dit in strijd met het beginsel van de vrije vestiging (art 43 en 48 nieuw van het EG-verdrag), dat juist staat en valt bij de wederzijdse erkenning van elkaars regels.

Het belang van deze zaak wordt duidelijk uit de vele interventies die de lidstaten bij het Hof hebben ingediend. De Europese Commissie en het Verenigd Koninkrijk pleiten voor erkenning van de Limited, zonder discriminerende aanvullende voorwaarden. Nederland neemt hierbij een ambivalente houding in. Waar het in de Überseering zaak duidelijk positie nam ten gunste van vrije vestiging, conform het hier geldende Incorporatiestelsel, lijkt het de Limited in eigen huis toch te willen hinderen met de voornoemde kapitaaleis (terwijl alleen een uitzondering om dwingende redenen van algemeen belang is geoorloofd). Verklaarbaar is deze spagaat wel, want er staan niet zomaar een paar uitvoeringsregels op het spel: de hele Wet Formeel Buitenlandse Vennootschappen wordt immers tandeloos wanneer het Hof de lijn vasthoudt die het met het Centros Arrest uit 1999 en met het Überseering Arrest heeft ingezet. De WFBV onderwerpt buitenlandse kapitaalvennootschappen aan een bijzonder conflictenrechtelijk regime (met name de EUR 18.000 kapitaaleis) dat bedoelt te strekken tot bescherming van schuldeisers, zoals de Kamer van Koophandel Amsterdam als eiser in de Inspire-Art zaak aanvoert. Het Haags Juristen College stelt daarentegen dat de kapitaalseis in de praktijk vaak geen verhaal biedt, maar intussen wel de vrije vestiging van Limiteds in Nederland bemoeilijkt en ze zo discimineert. Ook tast deze eis volgens het HJC de rechtszekerheid aan, door het vage criterium van 'werkelijke band' uit de Wet op de Formeel Buitenlandse Vennootschappen. Het arrest van het Hof wordt voor het zomerreces verwacht.