Ministerie van Justitie

Brief minister Nawijn over schrijnende gevallen 4 februari 2003

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Onderdeel Directie Vreemdelingenbeleid

Kenmerk 5205814/03/DVB

Onderwerp: Inherente afwijkingsbevoegdheid

Naar aanleiding van het verzoek om uw Kamer nader te informeren over het beleid ten aanzien van langdurig hier te lande verblijvende asielzoekers, informeer ik u als volgt.

Uitgangspunt van het Nederlandse vreemdelingenbeleid, zoals het huidige (demissionaire) Kabinet dit voorstaat, is een restrictief toelatingsbeleid. Het gaat daarbij om zowel de toelating op asiel als op reguliere gronden.

Ter bereiking van een beperking van de instroom van vreemdelingen zijn in het Strategisch Akkoord een aantal Kabinetsvoornemens geformuleerd. Deze beleidsvoornemens hebben zich in de afgelopen periode vertaald in concrete maatregelen, op zowel nationaal als internationaal niveau. Ik heb uw Kamer hierover meermalen bericht. Deze maatregelen hebben onder andere geleid tot een duidelijk verminderd aantal asielzoekers en stevig versnelde procedures.

In artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is neergelegd dat het bestuursorgaan overeenkomstig de beleidsregel handelt, tenzij dat voor één of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Het artikel houdt in dat in beginsel overeenkomstig een beleidsregel moet worden besloten. Tegelijkertijd schrijft het een uitzondering voor ingeval de betrokkene onevenredig nadeel zou ondervinden bij het handhaven van de beleidsregel. Deze laatste clausule wordt de inherente afwijkingsbevoegdheid genoemd.

Het gebruik van de inherente afwijkingsbevoegdheid is evenwel niet onbeperkt, juist omdat afwijking van de beleidsregel beperkt moet blijven tot zeer bijzondere gevallen. Dat betekent dat deze bevoegdheid slechts in een beperkt aantal gevallen gebruikt kan worden. Het te vaak gebruikmaken van deze bevoegdheid zou een ondermijning van het beleid betekenen. Dat kan leiden tot willekeur. Een, andere dan in zeer uitzonderlijke gevallen, afwijking in normale, door de beleidsregel voorziene gevallen, betekent materieel een wijziging van die beleidsregel. Dan moet in feite de beleidsregel worden gewijzigd, en niet in een individueel geval in afwijking van de regel worden ingewilligd.

Tijdens een protestmanifestatie van de Vereniging VluchtelingenWerk Nederland heb ik gezegd dat ik, waar het 'schrijnende gevallen' betreft ten aanzien van al dan niet uitgeprocedeerde asielzoekers die al zeer lange tijd in ons land verblijven, indien mogelijk gebruik zou maken van deze inherente afwijkingsbevoegdheid. Deze uitspraak dient gezien te worden in het licht van bovenstaand wettelijk kader en ik wil dan ook aangeven wat ik daarmee bedoeld heb, mede gelet op de hausse aan verzoeken om gebruik te maken van mijn bevoegdheid voor al dan niet uitgeprocedeerde asielzoekers c.q. al dan niet nog rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdelingen.

Dit Kabinet heeft er immers uitdrukkelijk niet voor gekozen over te gaan tot een specifiek of generaal pardon. Wel is in het kader van de totstandkoming van het Strategisch Akkoord gesproken over mijn gebruik van de bestaande inherente afwijkingsbevoegdheid. Dit betekent dat het voor mij mogelijk is om vast te stellen of er in een individueel schrijnend geval sprake is van onevenredig nadeel als gevolg van toepassing van de beleidsregel.

Ik beoog dan ook uitdrukkelijk geen specifieke pardoneringsmaatregel. Tot slot is tijdens de regeling van werkzaamheden gevraagd om nadere informatie over de uitkomst van mijn overleg met het politiek comité 'Stari Most'. Op 21 november 2002 en 8 januari jongstleden heb ik overleg gevoerd met genoemd comité.

In dit overleg heb ik aangegeven dat ik geen algemene regeling voor de groep asielzoekers uit Srebeniça zal treffen. Wel heb ik mijn bereidheid uitgesproken door Stari Most voor te leggen beperkt aantal individuele dossiers nog eens te bekijken en te toetsen voor de criteria aan asiel, zoals neergelegd in de Vreemdelingenwet 2000.

Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,