Aanbieden IGZ-rapport over particuliere verzorgingshuizen
De Voorzitter van de Tweede
Kamer der Staten Generaal
Postbus 20018
2500 EA Den Haag
DVVO-ZA-U-2354374
4 februari 2003
Met deze brief bied ik u het onderzoeksrapport van de IGZ (Inspectie
voor de Gezondheidszorg) aan betreffende particuliere intramurale
instellingen voor ouderenzorg. In dit rapport wordt de uitkomst
beschreven van een kwaliteitsmeting onder particuliere instellingen
waarbij de criteria voor de reguliere instellingen als uitgangspunt
zijn genomen.
De IGZ heeft aan 44 particuliere instellingen een vragenlijst gestuurd
met als uitgangspunten de criteria voor inspectie van reguliere
instellingen. Van de 44 vragenlijsten zijn er 27 teruggestuurd.
Daarnaast heeft de IGZ 9 werkbezoeken afgelegd. In 25 van de 27
instellingen wonen 357 bewoners, de kleinste instelling biedt zorg aan
één bewoner, de grootste aan 48 bewoners. Het onderzoek heeft plaats
gevonden in overleg met de NeVeP, de belangenorganisatie voor de
particuliere instellingen.
Het rapport geeft een weinig rooskleurig beeld van het
kwaliteitsbeleid in deze instellingen.
De conclusies uit het rapport zijn als volgt:
* de particuliere instellingen voor intramurale ouderenzorg
aangesloten bij de NeVeP kenmerken zich door een grote variatie in
omvang en mate van professionalisering;
* de helft van de instellingen heeft een regeling voor het uitvoeren
van voorbehouden handelingen. De wijze waarop huisartsen
opdrachten voor voorbehouden en risicovolle handelingen geven, zo
mogelijk via een raamovereenkomst met huisartsen, is slechts in
een zeer klein aantal instellingen aanwezig
* over het algemeen is beleid niet beschreven, dit leidt ertoe dat
de wijze van werken vooral is gebaseerd op de persoonlijke
opvattingen van de eigenaar/houder over goede zorg;
* de ontwikkeling van kwaliteitszorg binnen de onderzochte
instellingen staat nog in de kinderschoenen en de afstemming
tussen zorgvraag en zorgaanbod (kwaliteit van personeel) laat te
wensen over ;
* lang niet alle instellingen hebben de inspraak van hun cliënten en
hun vertegenwoordigers geregeld door een cliëntenraad of andere
wijze van overleg over de zorgverlening
* de aanwezige cliëntenpopulatie bestaat uit een kwetsbare groep
ouderen die voor een deel zorg nodig heeft op het niveau van
verpleeghuiszorg, meer dan de helft van de instellingen heeft
slechts één medewerker op het kwalificatieniveau 3,4 en 5.
Op basis van dit rapport concludeer ik dat het kwaliteitsbeleid in dit
segment zorgelijk is. De zorg op cliënt niveau is niet dermate
zorgelijk dat er sluitingen van instellingen overwogen moeten worden.
Zoals ook mag blijken uit mijn brief aan de Tweede Kamer van 4
december 2002 (IBE/I2341048) staat kwaliteitsbeleid hoog bij mij in
het vaandel. Ik zal dan ook in gesprek treden met de NeVeP om nadere
afspraken te maken hoe zij met de conclusies van de rapportage omgaan.
Tevens zal ik bezien of het mogelijk is om de wet Medezeggenschap
Cliënten Zorginstellingen ook van toepassing te laten worden op de
particuliere instellingen.
In het sectorale plan van aanpak ten aanzien van kwaliteitsbeleid
zoals genoemd in de brief van 4 december zal ook aandacht worden
besteed aan de particuliere instellingen.
Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,
drs. Clémence Ross-van Dorp