De vakcentrale FNV bereidt momenteel een bezuinigingsronde voor waarin ruim 10 procent op de begroting moet worden bespaard. Bestuur en directie doen hun uiterste best om te voorkomen dat de bezuiniging ten koste gaat van de belangenbehartiging voor leden of dat er gedwongen ontslagen vallen.
De vakcentrale FNV moet komende jaren 2,5 miljoen euro bezuinigen op een totale begroting van 21 miljoen.

Aanleiding is de aanhoudend lage beurskoers. Hierdoor is het rendement op het vermogen lager dan de 8 procent waar FNV en bonden voor de financiering van uitgaan.

Bovendien is ook de ledengroei lager dan voorspeld, en zijn de kosten (zoals personeelskosten) meer gestegen dan de geraamde 2,5 procent.

Sinds 1998 hanteert de FNV een financieel model, waarin de vakcentrale 40 procent van haar financiering haalt uit opbrengst van belegd vermogen.

Voor de bonden heeft dit het voordeel dat de afdracht omlaag kon. Alle bonden betalen een vast bedrag per lid in ruil voor de diensten die ze van de vakcentrale afnemen. Sinds 1998 is die afdracht enkele keren verlaagd. Ook werden gestegen kosten niet doorberekend aan de bonden.

Intussen is besloten dat de afdracht van de bonden vanaf 2006 weer gaat stijgen.

Op korte termijn moet de vakcentrale echter ook intern orde op zaken stellen. Met ruim 10 procent is de bezuiniging dermate fors, dat er echt taken zullen moeten vervallen. Welke dat zouden kunnen zijn, wordt momenteel geïnventariseerd.

Volgens penningmeester Aad Regeer is het uitgangspunt dat de politieke organisatie voor de collectieve belangenbehartiging overeind blijft.

De discussie gaat onder meer over publieksvoorlichting, ledenwerkgroepen van de FNV in de regio, subsidies, en diensten die de FNV inkoopt bij derden, zoals de ledenscholing uitgevoerd door FNV Formaat.

Ook de bijdrage van 225.000 euro aan de Vrouwenbond FNV komt in gevaar. Die bond verliest in snel tempo leden.

Met de bonden wordt nu de discussie gevoerd welke dienstverlening blijft bestaan en of er buiten de vakcentrale andere mogelijkheden van financiering zijn.

4 februari 2003