Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de TweedeKamerderStaten-Generaal

Binnenhof4

Den Haag

Directie Zuid-Oost Europa en Uitvoering MATRA-programma

Afdeling Westelijke Balkan

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061

2500 EB Den Haag


Datum

19 februari 2003

Behandeld

Maria Smulders


Kenmerk

DZO/WB-23/03

Telefoon

(+ 00 31) 70 348.54.65


Blad

1/6

Fax

(+ 00 31) 70 348.53.29


Bijlage(n)

1

E-Mail

maria.smulders@minbuza.nl


Betreft

Beantwoording vragen van het lid Kant (SP) over het project om de leefomstandigheden in het vluchtelingenkamp Grab Potok te verbeteren.

Zeer geachte Voorzitter,

Graag bied ik u hierbij, mede namens de Minister-President, de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door het lid Kant (SP) over het project om de leefomstandigheden in het vluchtelingenkamp Grab Potok te verbeteren. Deze vragen werden ingezonden op 3 februari 2003 met kenmerk 2020306480.

De Staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking

A.M.A. van Ardenne-van der Hoeven

Antwoord van mevrouw Van Ardenne-van der Hoeven, Staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking, mede namens de heer Balkenende, Minister-President, op vragen van het lid Kant (SP) over het project om de leefomstandigheden in het vluchtelingenkamp Grab Potok te verbeteren.

Vraag 1

Waarom is het project om de leefomstandigheden in het vluchtelingenkamp Grab Potok (Bosnië-Herzegovina) te verbeteren nog steeds niet gestart, ondanks toezeggingen hierover?

Antwoord

Zoals ik reeds meldde in mijn brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer van 30 januari 2003 (vergaderjaar 2002-2003, nr.703), waarin ik verslag deed van de voortgang van het project Grab Potok, zijn hiervoor de volgende redenen aan te geven.

In de voorbereidingsfase zijn vertragingen opgelopen door onder meer de langdurige onderhandelingen tussen THW en de Bosnische autoriteiten. Op 4 november waren de voorbereidingen op het project zo ver gevorderd dat ik de verwachting uitsprak dat het project begin november van start zou kunnen gaan. Deze verwachting was gebaseerd op het eind oktober 2002 goedgekeurde projectvoorstel van de NGO Technische Hilfswerke (THW), waarna op 5 november 2002 inderdaad het contract door de Ambassade met THW werd getekend. THW diende eerst met de gemeente vervangende woonruimte voor de bewoners te regelen voordat met de verbouwing kon worden begonnen. Grab Potok moet immers volledig worden gerenoveerd. De moeilijkheid was om tijdelijk onderdak te vinden voor een groot aantal hulpbehoevende bewoners. De gemeente heeft uiteindelijk slechts onderdak gevonden voor een deel van hen. Daarom is besloten de verbouwing per verdieping ter hand te nemen.

Nu dit vaststaat heeft THW op 1 februari jl. de aanbesteding uitgeschreven voor lokale aannemers. De tenderprocedure zal naar schatting 3 weken duren. De bouwvakkers zullen dus naar verwachting niet eerder dan eind februari met de verbouwing kunnen beginnen.

Wat wel zonder vertraging van start kon gaan waren de sociaal-medische project-activiteiten van de ook in mijn voorgaande brief genoemde lokale Bosnische NGO, Snaga Zene, waaraan THW de sociaal medische begeleiding van het project heeft uitbesteed.

Vraag 2

Wat gaat u ondernemen om er voor te zorgen dat de leefomstandigheden in Grab Potok alsnog op zeer korte termijn verbeteren?

Antwoord

Ik heb de Nederlandse ambassade verzocht de voortgang op de voet te blijven volgen en mij op de hoogte te houden. Zoals in antwoord op de vorige vraag wordt aangegeven, zal naar verwachting de verbouwing niet eerder dan eind februari kunnen beginnen.

Vraag 3

Wat is de stand van zaken met betrekking tot de andere toezeggingen en projecten?

Antwoord

Ten aanzien van de mede door Nederland gefinancierde "Foundation of the Srebrenica-Potocari Memorial and Cemetery" voor de realisering van een gedenkteken en begraafplaats in Potocari kan ik u berichten dat de werkzaamheden in december 2002 een aanvang hebben genomen. De planning is om voorjaar 2003 de eerste stoffelijke overschotten ter aarde te bestellen.

Met de International Commission on Missing Persons (ICMP) die eind 2002 nog een bijdrage ontving van ¤ 1,1 miljoen, zal op korte termijn een contract worden gesloten voor een nieuwe bijdrage van ¤ 1 miljoen. Zodra over de projectactiviteiten verslag is gedaan, is een additionele bijdrage voor 2003 mogelijk.

Vraag 4

Erkent u dat niet voor alle vluchtelingen, mede gezien de trauma's en het gevoel van onveiligheid in Srebrenica, terugkeer mogelijk is?

Antwoord

Ja.

Vraag 5

Bent u bereid meer hulp te bieden aan de vluchtelingen die niet kunnen terugkeren?

Antwoord

De terugkeer van ontheemden naar Srebrenica is pas de laatste 2 jaar langzaam op gang gekomen. Sindsdien is de nadruk gelegd op de financiering van activiteiten in Srebrenica zelf, zoals onder meer de reconstructie van huizen van terugkerende moslims, de reconstructie van de watervoorziening en kleine activiteiten met het oog op de sociaal-economische facilitering van de terugkeer. Tevens zijn projecten gefinancierd voor nabestaanden die niet willen of kunnen terugkeren zoals de bouw van vervangende woonruimte in onder andere Tuzla en Ilijas. Voor het lopende jaar heb ik het voornemen mijn aandacht meer te richten op diegenen die niet willen of kunnen terugkeren en wegen te zoeken hen meer hulp te bieden.

Vraag 6

Wat is uw opvatting over het dusdanig strak hanteren van de "Daytonafspraken" met betrekking tot de terugkeer, dat mensen gedwongen uit hun huizen worden gezet en hen voorzieningen wordt onthouden als men niet wil terugkeren?

Antwoord

De internationale gemeenschap heeft een strak plan opgesteld om ervoor te zorgen dat alle ontheemden die dat willen naar hun eigen huizen kunnen terugkeren. Het gevolg hiervan is dat indien men het huis van een ander bewoont, men dit huis dient te verlaten als de oorspronkelijke bewoner zijn huis terugvordert.

Deze regeling heeft er toe geleid dat aanzienlijke aantallen vluchtelingen en ontheemden zijn teruggekeerd naar hun eigen huis. Mede de situatie overziende bij de buurlanden ben ik van mening dat zonder een strikt toegepaste regeling het bij de Daytonakkoorden gestelde doel van terugkeer van minderheden niet kan worden bereikt en dat deze strikte toepassing dus onvermijdelijk is.

Niemand wordt gedwongen terug te keren. Niettemin is het zo dat een voormalige nabestaande van Srebrenica, die kan terugkeren en besluit dit niet te doen, zijn status en de daarbij horende voorzieningen verliest. Ook dit gevolg is in overeenstemming met internationale praktijken. In een dergelijk geval moet de gemeente voor opvang zorgen, hetgeen in tal van gemeenten in het land problemen oplevert. Dit vereist een coherent sociaal beleid, waarvoor Nederland via de PIC Steering Board aandacht zal vragen.

Vraag 7

Bent u bereid bij het Office of the High Representative (OHR) en de Bosnische regering nadrukkelijk aan te dringen op het stoppen met deze uitzettingen en het onthouden van voorzieningen?

Antwoord

Met verwijzing naar mijn antwoord op vraag 6 luidt mijn antwoord hierop ontkennend. Wel ben ik bereid de Bosnische regering en de lokale autoriteiten op hun verantwoordelijkheden te wijzen en na te gaan hoe ik hen hierin kan bijstaan.

Vraag 8

Bent u bereid bij het OHR aan te dringen op meer inzet op de vervolging van de nog in vrijheid verkerende daders?

Antwoord

Ja.

Vraag 9

Wat bent u bereid te ondernemen om de 'bijzondere betrokkenheid' en 'lotsverbondenheid' meer inhoud te geven dan tot nu toe?

Antwoord

Zoals reeds vermeld in mijn antwoord op vraag 5 wil ik naast het financieren van een aantal projecten in en rond Srebrenica de komende tijd mijn aandacht meer richten op de groep nabestaanden die niet willen of kunnen terugkeren. UNHCR heeft een aanvang gemaakt met een onderzoek naar de noden van deze groepen ontheemden in heel Bosnië-Herzegovina. Mede op basis van de aanbevelingen van deze studie en op grond van gesprekken met de verantwoordelijke gemeenten ben ik bereid na te gaan hoe ik via betrouwbare NGO's projecten kan laten uitvoeren op het gebied van huisvesting of tijdelijke opvanghuizen, medische en sociale zorg en hulp. In termen van duurzame oplossingen kan ook gedacht worden aan kleine werkgelegenheidsprojecten.

===