Gemeente Amsterdam
Deel hulpverleners Bijlmerramp heeft nog klachten
19 februari 2003 - Mirjam Otten
Een deel van de bij de Bijlmerramp betrokken hulpverleners heeft nog
steeds meer lichamelijke en psychische klachten dan de
niet-betrokkenen. Daarbij zijn er geen aanwijzingen gevonden dat zij
ook meer lichamelijke schade hebben als gevolg van blootstelling aan
giftige stoffen. Dat blijkt uit het verslag van het Epidemiologische
Onderzoek onder Hulpverleners dat op 19 februari 2003 is gepubliceerd.
Het onderzoek is uitgevoerd door het Instituut voor Extramuraal
Geneeskundig Onderzoek (EMGO Instituut), onderdeel van het VU medisch
centrum.
Gebleken is dat acht jaar na de ramp lichamelijke en psychische
klachten bij hulpverleners die bij de Bijlmerramp betrokken waren
vaker voorkomen dan bij een controlegroep van niet-betrokken
hulpverleners. Daarmee is op groepsniveau een verband aangetoond
tussen deze klachten en de ramp. Voorbeelden van klachten zijn
chronisch hoesten, huiduitslag, vermoeidheid concentratieproblemen,
depressive klachten en klachten die horen bij post traumatische
stress. In het bloed en de urine is geen verhoogd gehalte gevonden van
stoffen als carnitine en uranium. Bij geen van de deelnemers werd
mycoplasma aangetroffen in het bloed.
Doelgroep onderzoek
In het Epidemiologisch Onderzoek onder Hulpverleners is onderzocht of
er een verband is tussen de beroepsmatige betrokkenheid bij de
Bijlmerramp en de door de hulpverleners zelf aangegeven lichamelijke
en psychische gezondheid, gemiddeld ruim acht jaar na de ramp. Dit
onderzoek is uitgevoerd onder drie bij de ramp betrokken groepen:
brandweer- en politiemedewerkers die op de plek van de ramp hebben
gewerkt en KLM-medewerkers die in de buurt zijn geweest van
wrakstukken die opgeslagen waren in hangar 8. Hun gegevens zijn
vergeleken met de gegevens van drie vergelijkbare groepen collegas die
de ramp niet hebben meegemaakt. In totaal zijn de gegevens van 2.499
personen op groepsniveau verwerkt.
Opzet onderzoek
De aard van de klachten werd onderzocht met behulp van vragenlijsten.
Daarnaast is laboratoriumonderzoek gedaan in bloed, speeksel en urine.
Steeds is een vergelijking gemaakt tussen de betrokkenen en de
niet-betrokkenen. Aangetoond is dat er wel verschillen zijn in
lichamelijke en psychische klachten maar geen verschillen in de
uitslagen van de laboratoriumbepalingen bij groepen betrokkenen en
niet-betrokkenen. Er is in dit onderzoek geen lichamelijke verklaring
voor de klachten gevonden.
Bewoners en andere (vrijwillige) hulpverleners
Zoals bekend werd in juni 2001 het Epidemiologisch Onderzoek onder
Bewoners stopgezet, omdat het ondanks grote inspanningen niet lukte om
voldoende deelnemers te krijgen. De uitkomsten bij hulpverleners
gelden echter niet zonder meer voor de groep bewoners. Dit omdat de
groepen hulpverleners en bewoners op een andere manier bij de
Bijlmerramp betrokken zijn geweest. Ook verschilt de samenstelling te
veel om vergelijking wetenschappelijk mogelijk te maken. Zo zijn er
bijvoorbeeld grote leeftijdverschillen en bestaat de groep bewoners
voor een belangrijk gedeelte uit mensen met een verschillende sociaal
culturele achtergrond.
In het laboratoriumonderzoek bij de hulpverleners zijn geen
aanwijzingen gevonden voor lichamelijke schade door blootstelling aan
giftige stoffen. Deze uitkomsten geven dus geen aanleiding om de
bewaarde bloed- en urinemonsters van de bewoners alsnog verder te
onderzoeken.
Veel betrokken (vrijwillige) hulpverleners hebben niet aan dit
epidemiologisch onderzoek deelgenomen, omdat het bij aanvang niet
mogelijk bleek een goed vergelijkbare groep niet-betrokkenen samen te
stellen. Omdat deze groep hulpverleners sterk lijkt op de
hulpverleners die wel zijn onderzocht is het aannemelijk dat de
uitkomsten van dit onderzoek ook voor hen wel gelden.
Nazorg
Alle deelnemers aan dit epidemiologisch onderzoek hebben de
mogelijkheid gehad ook een Individueel Medisch Onderzoek te ondergaan.
Deelnemers aan dit medische onderzoek hebben - zo nodig - adviezen
gekregen over te nemen vervolgstappen. Zo zijn sommigen via hun
huisarts doorverwezen voor een behandeling in een nazorgtraject. Een
gedeelte van deze groep is verwezen naar het Advies- en
BehandelCentrum Nazorg Vliegramp Bijlmermeer (Nienoord), dat onder
andere gespecialiseerd is in Lichamelijk Onverklaarbare Klachten (LOK)
en het Post Traumatisch Stress-Syndroom (PTSS). Iedere betrokkene bij
de Bijlmerramp kan daar na overleg met huisarts of bedrijfsarts
gebruik van maken - ook in de komende periode.
MOVB
Het Epidemiologisch Onderzoek onder Hulpverleners is een deelonderzoek
van het Medisch Onderzoek Vliegramp Bijlmermeer (MOVB). Het
Individueel Medisch Onderzoek was een ander onderdeel dat in maart
2002 is afgerond. Hieraan hebben bijna 5.000 mensen deelgenomen.
De opdrachtgevers van het MOVB zijn het ministerie van VWS, de
gemeente Amsterdam, Politie Amsterdam-Amstelland en KLM nv. KLM Arbo
Services is de hoofdopdrachtnemer. De uitvoering van het Individueel
Medisch Onderzoek lag in handen van de Uitvoeringsorganisatie MOVB,
een samenwerkingsverband van het VU medisch centrum en het Onze Lieve
Vrouwe Gasthuis (OLVG).
De publiekssamenvatting van het Epidemiologisch Onderzoek onder
Hulpverleners is inmiddels toegestuurd aan alle deelnemers aan het
MOVB. Hij is ook in te zien op de website www.movb.nl
© Gemeente Amsterdam