Productschap Diervoeder
19/02/2003
GMP en QC beheersmaatregelen m.b.t. te drogen producten en
drogingsinstallaties
Gezien de problemen die zich hebben voorgedaan de afgelopen tijd met
betrekking tot het drogen en het drogingsprocédé van brood- en
beschuitmeel willen wij u er nog eens op wijzen welke voorwaarden en
beheersmaatregelen gelden in het kader van GMP (good manufacturing
practices) en QC (Quality Control) voor het drogen van producten en de
drogingsinstallaties.
GMP beheersmaatregelen bij droging van voedermiddelen
Uitgangspunt is dat brandstoffen aantoonbaar geen ongewenste stoffen bevatten die in het voedermiddel (bij directe droging) terechtkunnen komen. In principe zijn als brandstof alleen acceptabel, de brandstoffen welke momenteel ook worden toegepast in de levensmiddelenindustrie voor directe verhitting zoals zuivere brandgassen (aardgas, propaan en butaan) en lichte stookolie
Alle andere brandstoffen zijn niet toegestaan, tenzij door middel van
een risicoanalyse is aangetoond dat het geen risico voor de veiligheid
van het voedermiddel veroorzaakt.
Tevens dient de instelling van de branders en drogerinstallaties
zodanig te zijn dat aantoonbaar geen ongewenste stoffen tijdens het
drogen ontstaan, die de voedermiddelen kunnen besmetten.
De ondernemer die voedermiddelen kunstmatig droogt (anders dan zon- en
luchtdroging), dient de volgende beheersmaatregelen aantoonbaar toe te
passen:
* Beschrijving van het drogingproces en een beoordeling van
potentiële gevaren van contaminatie van voedermiddelen
* Specificatie van de kwaliteit van de brandstoffen, alsmede de
afspraken met de leveranciers hierover, gebaseerd op een
risicobeoordeling
* Specificatie van de beheersmaatregelen ter voorkoming van de
verontreiniging van de brandstoffen tijdens de opslag en het
transport
* Specificatie van de controle op de kwaliteit van de brandstoffen
* Specificatie van de instelling van de brander- en
drogerinstallatie ter voorkoming van de vorming van ongewenste
stoffen.