CDA
CDA reageert op rapport Algemene Rekenkamer over HBO-fraude
Het CDA is teleurgesteld dat de Algemene Rekenkamer (ARK) geen uitspraken doet over de omvang van de fraude in het (hoger) onderwijs (BVE, HBO, WO). Nader onderzoek is daarom nodig. Woordvoerster Cisca Joldersma: "Wij willen precies weten welke instellingen fraude hebben gepleegd, zodat de overheid het geld kan terugvorderen. De ARK geeft wel inzicht in de manier waarop fraude is gepleegd, maar de omvang van de fraude blijft onduidelijk. Wat dat betreft, is hier toch sprake van een gemiste kans".
Het rapport van de Algemene Rekenkamer had het sluitstuk moeten vormen van een reeks van onderzoeken. De Kamer had de Algemene Rekenkamer verzocht inzicht te verschaffen in de precieze omvang en de oorzaken van de fraude. Het rapport geeft alleen een overzicht van het verloop van het onderzoek en baseert zich met name op het eerdere zelfreinigend onderzoek bij de instellingen. De Rekenkamer heeft dus zelf geen nieuwe gegevens verzameld om de omvang van de fraude te bepalen. Het CDA wil dat er op korte termijn aanvullend onderzoek komt om voor alle instellingen te kunnen vaststellen of er sprake is van oneigenlijk gebruik en misbruik. Nu is nog niet bij alle instellingen vastgesteld of er sprake is van onrechtmatig gebruik. In die gevallen waarin de onderwijsinspanningen niet in verhouding staan tot de inkomsten die men voor studenten heeft ontvangen, dient tot terugvordering over te worden gegaan en eventueel tot vervolging. Het ministerie van OCW is de aangewezen instantie om dit aanvullend onderzoek bij de instellingen uit te voeren, voortbouwend op de bestaande onderzoeksgegevens. Wel vindt het CDA het essentieel dat dit onderzoek wordt gedaan onder toezicht van onafhankelijke externe deskundigen. Deze onafhankelijke deskundigen dienen de objectiviteit van het onderzoek te bewaken. Het CDA deelt de conclusie van de Algemene Rekenkamer dat het zelfreinigend onderzoek van het ministerie tekort is geschoten. De Algemene Rekenkamer heeft geconstateerd dat in de periode 1996-2001 signalen op het ministerie van mogelijke fraude niet zijn opgepakt. Controle-mechanismen hebben niet gewerkt. Dat is een kwalijke zaak. Met name de accountantsdienst had op basis van de bestaande gedragslijn voor misbruik en oneigenlijk gebruik haar taak beter moeten oppakken. De Algemene Rekenkamer constateert dat de bewindspersonen zich verantwoordelijk weten voor een juiste afwikkeling. De CDA-fractie wil graag concreet weten hoe het ministerie de cultuur van probleemsignalering gaat omzetten in acties die tot concrete resultaten leiden. Er moet nog dit studiejaar duidelijkheid komen over de interpretatie van de bekostigingsregels. De resultaten van het ARK-onderzoek bieden voldoende aanknopingspunten om fraudegevoeligheid bij een nieuw financieringstelsel voor het hoger onderwijs te voorkomen. Het ministerie heeft hiervoor al een aantal maatregelen aangegeven in het rapport. Het onvermogen tot het komen tot correcties is overigens niet alleen kenmerkend voor het ministerie, maar geldt ook voor de sector in het algemeen. Het onderzoek naar de HBO-fraude toont aan dat het zelfcorrigerend vermogen in de gehele sector gering is. Dat is iets wat alle betrokkenen zich mogen aantrekken. Joldersma: "Het CDA blijft een voorstander van autonomie bij instellingen. De fraude in het (hoger) onderwijs laat echter zien dat autonomie van instellingen altijd gepaard moet gaan met het afleggen van verantwoording en deugdelijk toezicht."