Provincie Zuid-Holland
Persbericht
24-02-2003
Provincie toegetreden tot Glastuinbouw-ontwikkelings- maatschappij
Bleiswijk
Vandaag zijn op het Provinciehuis de akten ondertekend waardoor de
provincie Zuid-Holland formeel deelnemer wordt in de
Glastuinbouw-ontwikkelingsmaatschappij Overbuurtsche polder te
Bleiswijk. Daarmee verwerft de provincie een belang in een regie- en
uitvoeringsorganisatie, die eerder speciaal werd opgericht ten behoeve
van de realisering van uitplaatsinglocaties voor de glastuinbouw. In
de ontwikkelingsmaatschappij nemen reeds de Ontwikkelings- en
Participatiemaatschappij Publieke Sector BV (OPP, een dochter van de
Bank Nederlandse Gemeenten) en de gemeente Bleiswijk deel. De
ontwikkelingsmaatschappij heeft het karakter van een publiek - private
samenwerking in een privaatrechtelijke rechtsvorm (een Commanditair
Vennootschap). De provincie Zuid-Holland draagt 2 miljoen euro bij in
het risicodragend vermogen van de ontwikkelingsmaatschappij.
Vandaag tekenden Gedeputeerde Leen van der Sar, burgemeester Jaap Wolf van de gemeente Bleiswijk, directeur Gerard Rodewijck van OPP en directeur Frank Overing van de Glastuinbouw-ontwikkelingsmaatschappij Overbuurtsche polder de akten, die de toetreding van de provincie Zuid-Holland tot de Glastuinbouw-ontwikkelingsmaatschappij vastleggen.
Voorgeschiedenis
In Bleiswijk werd in 2000 een samenwerkingsovereenkomst voorbereid om
met een aantal partijen, waaronder de provincie, het plangebied
Overbuurtsche polder te ontwikkelen tot nieuw glastuinbouwgebied. Het
doel was om verplaatsingsmogelijkheden te bieden voor het glas.
Aanvankelijk vooral ten behoeve van tuinders binnen de gemeente die
als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de aanleg van de HSL,
van hun plek moesten. Om uiteenlopende redenen besloot een aantal van
de partners hun besluit om toe te treden, uit te stellen. De gemeente
Bleiswijk en OPP gingen wel over tot oprichting en in 2001 was de
ontwikkelingsmaatschappij een feit.
In hetzelfde jaar besloot de provincie deel te nemen in de regionale
ontwikkelingsmaatschappij `het Nieuwe Westland' die het integraal
ontwikkelingsplan Westland uitvoert. Als gevolg waarvan zo'n 700 ha
glas uit het Westland zal moeten verdwijnen. In 2002 kwam het
convenant over de Westlandse Zoom tot stand, dat zou leiden tot het
vertrek van nog eens 200 ha. glas. Er bestaat dus een grote behoefte
aan vervangende ruimte voor glastuinbouw in Zuid-Holland.
Glastuinbouwcomplex
Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland willen een duurzame en
hoogwaardige ontwikkeling van het glastuinbouwcomplex in Zuid-Holland.
Hiervoor is de concentratie van het glastuinbouwcomplex nodig in de
Glas-as: het gebied lopend van het Westland via de B-Driehoek,
Pijnacker naar de Zuidplaspolder.
In de zogenaamde Glasnota was al aangekondigd dat de provincie kracht
wil zetten achter de realisatie van deze ruimtelijke plannen door
actieve deelname via regionale ontwikkelingsmaatschappijen. Door deze
deelneming is de provincie nu directer betrokken bij het gehele proces
van uitplaatsing en nieuwvestiging. Voorwaarde voor de deelneming was
dat de ontwikkelingsmaatschappij in Bleiswijk een regionale rol als
uitplaatsinglocatie voor glas zou gaan spelen. In het verlengde
hiervan wordt ernaar gestreefd de buurgemeenten van Bleiswijk alsnog
bij het proces te betrekken.
Ontwikkelingsmaatschappij
De nieuwe ontwikkelingsmaatschappij biedt extra mogelijkheden om tot
realisering van het nieuwe glastuinbouwcomplex te komen. De gemeente
en de provincie dragen geen bevoegdheden over, ze blijven hun publieke
taken gewoon uitvoeren. Wel kunnen door middel van de regionale
ontwikkelingsmaatschappij gezamenlijk gronden worden verworven waarop
het glastuinbouwcomplex wordt gerealiseerd.
De provincie wil een aandeel van 2 miljoen euro in het eigen vermogen
van de glastuinbouwontwikkelingsmaatschappij voor haar rekening nemen.
Ook in de Beheer BV, welke als beherend vennoot in de commanditaire
vennootschap zal optreden zal de provincie een belang nemen.
De besluitvorming over de deelneming vond al eerder plaats tijdens de vergadering van Provinciale Staten van 16 oktober 2002. Na de verplichte ter inzage legging, gedurende zes weken ten behoeve van de referendumwet, en vervolgens de goedkeuring van de deelneming door de minister van Binnenlandse Zaken kon vandaag worden overgegaan tot de notariële vastlegging van de toetreding door de provincie.