D66

Aanval zonder VN-mandaat: misdrijf van agressie?

Buitenland

Thom de Graaf

04-03-2003 - D66 maakt zich zorgen over de houding van de Nederlandse regering ten aanzien van een mogelijk optreden tegen Irak. Minister van Buitenlandse Zaken, Jaap de Hoop Scheffer sluit niet uit dat militair optreden tegen Irak ook zonder mandaat van de VN-Veiligheidsraad in het uiterste geval mogelijk moet zijn. De Minister vindt dat een veto van bijvoorbeeld China onder omstandigheden genegeerd kan worden. D66 verzet zich daar tegen.

"Internationaal rechtgeleerden zijn zelfs van mening dat een eenzijdig optreden van de Amerikanen zonder nieuwe resolutie van de Veiligheidsraad een internationaal misdrijf van agressie betekent", aldus Thom de Graaf. Vandaag heeft hij premier Balkenende en minister De Hoop Scheffer gevraagd hoe de regering hierover denkt. De Graaf: "Een land als Nederland, met Den Haag als juridische hoofdstad van de wereld, moet haar bondgenoten op het pad van het internationale recht houden".

---

Schriftelijke vragen van het lid De Graaf (D66) aan de Minister-President en de Minister van Buitenlandse Zaken over de rechtsgrond van unilateraal optreden jegens Irak (ingediend 4 maart 2003)

1. Vormt het aanvallen van een andere staat, wanneer dit niet in overeenstemming is met het Handvest van de Verenigde Naties, een schending van het geweldsverbod als verwoord in art. 2 lid 4 van het Handvest en derhalve een internationaal misdrijf van agressie? 2. Kunt u toelichten op grond waarvan u meent dat een nieuw besluit van de Veiligheidsraad volgend op resolutie 1441 niet noodzakelijk doch slechts wenselijk is om militaire actie tegen Irak te legitimeren?
3. Welke waarde hecht u in dit verband aan de bepaling in resolutie 1441 dat de Veiligheidsraad na rapportage van UNMOVIC bijeen moet komen om de situatie te overwegen?
4. Indien een tweede resolutie, volgend op resolutie 1441, uitdrukkelijk door de Veiligheidsraad wordt verworpen of wordt getroffen door en of meerdere veto's, wat is naar uw oordeel dan nog de eventuele rechtsgrond voor een militair optreden jegens Irak? Is er dan nog sprake van overeenstemming met het Handvest van de Verenigde Naties?
5. Hoe beoordeelt u de huidige diplomatieke onderhandelingen om tot draagvlak voor een tweede resolutie te komen en de daarbij door de Verenigde Staten gehanteerde methoden als financiële beloften, politieke druk en, naar verluid, het inwinnen van inlichtingen over mogelijk stemgedrag?
6. Bent u bereid deze vragen voor 12 maart a.s. te beantwoorden?