Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Accountantsdienst

AD/2003/34025

RAPPORT

Inzake de vijfde voortgangsrapportage Structuur Uitvoering Werk en Inkomen

Den Haag, 20 mei 2003
AD-rapport bij de vijfde voortgangsrapportage SUWI



Accountantsdienst

Accountantsdienst van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

AD-rapport bij de vijfde voortgangsrapportage SUWI



Accountantsdienst

INHOUDSOPGAVE pag.


1 Opdracht 1
2 Samenvatting en conclusies 2
2.1 Reikwijdte van het onderzoek door de AD 2
2.2 Normen en uitgangspunten 3
2.3 Uitkomst van het onderzoek door de AD 3
3 Toelichting 4
3.1 Opzet van de vijfde voortgangsrapportage 4 3.2 Behandelde onderwerpen en aandachtsgebieden 4

AD-rapport bij de vijfde voortgangsrapportage SUWI



Accountantsdienst


1 OPDRACHT


De Tweede Kamer heeft, op voorstel van de Vaste Commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Vaste Commissie), in mei 2000 de SUWI-voorstellen aangewezen als groot project, hetgeen betekent dat de Procedureregeling grote projecten van toepassing is op dit project. De Vaste Commissie is voor het SUWI-project belast met het toezicht op de uitvoering van deze regeling.

De accountantsdienst van het bij het groot project betrokken ministerie beoordeelt de toereikendheid van de organisatie van het project en de kwaliteit en volledigheid van de voortgangsrapportage die aan de Tweede Kamer wordt voorgelegd en stelt hierover een rapport op. Dit rapport bevat het oordeel en de bevindingen van de Accountantsdienst (AD) van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) bij de vijfde voortgangsrapportage van het ministerie aan de Tweede Kamer over de nieuwe structuur van de uitvoerings-organisatie van werk en inkomen (SUWI). Dit rapport wordt op de derde woensdag van mei 2003 als afzonderlijk document gelijktijdig met de vijfde voortgangsrapportage SUWI naar de Kamer gezonden. In § 2.1 wordt de reikwijdte van het onderzoek uiteengezet.

AD-rapport bij de vijfde voortgangsrapportage SUWI 1



Accountantsdienst


2 SAMENVATTING EN CONCLUSIES

2.1 Reikwijdte van het onderzoek door de AD

Wij hebben ons onderzoek uitgevoerd met inachtneming van de voorschriften in de Procedureregeling grote projecten en de controlevoorschriften voor grote projecten zoals opgenomen in het Handboek controle departementale accountantsdienst. Voorts is rekening gehouden met de aanpassingen in de Procedureregeling die op 9 april 2002 door de Tweede Kamer, op voorstel van de Commissie voor de Rijksuitgaven, zijn aangenomen (Kamerstukken II,
2001/2002, 28247, nr.1).


De Projectorganisatie die in 2001 binnen het departement was opgericht, is met het in werking treden van de SUWI-wet per 1 januari 2002 opgeheven. Dit geldt eveneens voor de Verander- organisatie SUWI, die belast was met de implementatie van de nieuwe uitvoeringsstructuur.

Wij hebben derhalve geen onderzoek meer verricht naar zowel de Projectorganisatie als de Veranderorganisatie.

In een brief van 14 juni 2002 van SZW aan de Vaste Commissie (W&I/SIU/2002/43721) is aangegeven dat de voortgangsrapportages zullen aansluiten bij de reguliere informatievoorziening zoals deze in de SUWI-wet is geregeld (de begrotings- en budget-cyclus). Het tijdstip van verschijnen van de vijfde voortgangsrapportage met als peildatum
1 januari 2003 valt samen met de indiening van de verantwoordingsstukken over 2002 van de uitvoeringsorganisaties en het jaarverslag van de Inspectie Werk en Inkomen (IWI) over uitkomsten van de toezichtswerkzaamheden over 2002. Ten behoeve van het opstellen van de jaarverslagen en jaarrekeningen vanaf 2002 alsmede voor de accountantscontrole zijn modellen voor de verantwoording en een controleprotocol SUWI opgesteld. De in de verantwoordingsstukken van de uitvoeringsorganisaties opgenomen jaarrekeningen zijn voorzien van een accountantsverklaring. In de jaarverslagen van de uitvoeringsorganisaties wordt ingegaan op de voortgang van de implementatie van SUWI. Het oordeel dat de bij de uitvoeringsorganisatie fungerende accountant bij de jaarrekening afgeeft omvat mede de volledigheid en de kwaliteit van de in het jaarverslag verstrekte informatie. Ter vermijding van doublures in de accountantscontrole heeft ons onderzoek zich niet gericht op de inhoudelijke juistheid van de informatie in de voortgangsrapportage.

Gezien de vorenbeschreven overgangssituatie heeft de AD bij deze vijfde voortgangs-rapportage onderzocht of over alle door de Vaste Commissie gewenste onderwerpen is gerapporteerd.

Financiële informatie
In de vijfde voortgangsrapportage is financiële informatie opgenomen afgeleid uit voornamelijk de jaarverslagen over 2002 van CWI, UWV en SVB. Uitvoeringskosten en subsidieregelingen krijgen daarbij specifieke aandacht.
AD-rapport bij de vijfde voortgangsrapportage SUWI 2



Accountantsdienst

In overeenstemming met de Procedureregeling hebben wij de aansluiting met het departementaal jaarverslag 2002 beoordeeld en vastgesteld. Ook hebben wij aansluiting gezocht met de beschikbare jaarverslagen van uitvoeringsorganisaties.Wij hebben geen accountantscontrole toegepast op in de voortgangsrapportage opgenomen financiële informatie, dat wil zeggen dat wij de desbetreffende ontvangsten en uitgaven niet hebben gecontroleerd op juistheid, volledigheid en rechtmatigheid. Deze veelal uit de jaarverslagen van uitvoeringsorganisaties afgeleide cijfers zijn immers reeds gecontroleerd door de accountants van deze organisaties.
2.2 Normen en uitgangspunten


De normen en uitgangspunten die wij hebben gehanteerd bij ons onderzoek voor de beoordeling van de kwaliteit en volledigheid van de voortgangsrapportage zijn ontleend aan: · de Procedureregeling grote projecten, inclusief de wijzigingen zoals opgenomen in Kamerstukken II, 2001/2002, 28 247, nr. 1;
· de brief van de Vaste Commissie (23 april 2002) waarin onderwerpen zijn opgenomen waarover in de voortgangsrapportage moet worden gerapporteerd; · de verslagen van het Algemeen Overleg waarin de minister heeft toegezegd bepaalde onderwerpen in de voortgangsrapportage te behandelen.

De vijfde voortgangsrapportage heeft betrekking op de projectuitvoering en moet voldoen aan de in bijlage B van de Procedureregeling opgenomen "Aanwijzingen voor de informatie- voorziening in de fase van project-uitvoering".


2.3 Uitkomst van het onderzoek door de AD Conclusie over de kwaliteit en volledigheid van de vijfde voortgangsrapportage

In de brief van 23 april 2002 heeft de Vaste Commissie haar eerdere informatiebehoefte verder uitgewerkt met het doel een beter inzicht te krijgen in de implementatie van SUWI. Daartoe zijn negen onderwerpen geformuleerd. Elk onderwerp is onderverdeeld in een aantal aandachtsgebieden. In de vijfde voortgangsrapportage zijn sommige onderwerpen/aandachtsgebieden om de volgende redenen niet behandeld:
· de informatie is op een andere manier beschikbaar; · de informatie wordt gelijktijdig of later (separaat) aan de Tweede Kamer toegezonden; · de informatie wordt niet meer gegeven omdat het betreffende punt al in de vorige rapporteringsperiode was afgerond.
De onderwerpen/aandachtsgebieden die onder de eerste twee redenen vallen zijn specifiek in de voortgangsrapportage genoemd. In hoofdstuk 3.2 hebben wij hierover een specificatie opgenomen.

De redenen voor het niet opnemen van sommige onderwerpen en/of aandachtsgebieden achten wij aanvaardbaar. Hiermee rekening houdend beoordelen wij de volledigheid van de informatie als toereikend.
AD-rapport bij de vijfde voortgangsrapportage SUWI 3



Accountantsdienst

Wij hebben geen inhoudelijk oordeel over de kwaliteit van de informatie in de voortgangsrapportage (zie 2.1).
Wij hebben de relatie vastgesteld tussen de financiële informatie in deze voortgangsrapportage en de in de departementale begrotingsstukken opgenomen informatie. Waar mogelijk is getoetst aan de jaarverslagen van de uitvoeringsorganisaties. Uitgaande van die vaststelling is deze informatie in de voortgangsrapportage juist.


3 TOELICHTING

3.1 Opzet van de vijfde voortgangsrapportage

In paragraaf 1.3 van de vijfde voortgangsrapportage is uitgebreid ingegaan op de brief van 23 april
2002 van de Vaste Commissie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (kenmerk: 24-02-SZW). In deze brief is de informatiebehoefte van de Kamer nader uitgewerkt. Deze vijfde voortgangsrapportage met peildatum 1 januari 2003 is beschikbaar op de 3e woensdag in mei. Dan vindt immers de verantwoording over het voorafgaande jaar plaats. De Tweede Kamer ontvangt op genoemde datum:
· de jaarverslagen (inclusief jaarrekening) van de uitvoeringsorganisaties, voorzien van een accountantsverklaring;
· het jaarverslag van de Inspectie Werk en Inkomen; · het jaarverslag RWI;
· de evaluatie Wet SUWI;
· de voortgangsrapportage SUWI;
· het oordeel van de minister over voornoemde informatie.
3.2 Behandelde onderwerpen en aandachtsgebieden

In de brief van 23 april 2002 heeft de Vaste Commissie de volgende onderwerpen bepaald waarover dient te worden gerapporteerd:

1. het samenvoegen van de uitvoeringsinstellingen tot het UWV;
2. de vorming van CWI's;

3. ICT-programma SUWI;

4. de reïntegratie en sociale activering;

5. de inrichting van het bestuurlijk en toezichtskader;
6. de vormgeving aan cliëntenparticipatie;

7. de vormgeving handhaving en fraudebestrijding;
8. de financiële aspecten van de verschillende operaties;
9. NV KLIQ.


De Commissie wil naast deze onderwerpen geïnformeerd worden over de stand van zaken met betrekking tot de implementatie van de aanbevelingen van Berenschot ter voorkoming dan wel vermindering van de geconstateerde risico's voor de voortgang. AD-rapport bij de vijfde voortgangsrapportage SUWI 4



Accountantsdienst

Bij elk onderwerp verwacht de Vaste Commissie informatie in tijd en geld met als peildatum voor de ambities 1 januari 2003. Daarnaast wordt bij de onderwerpen 4, 7 en 9 ook volume-informatie verwacht. De ambities worden gerelateerd aan de gewenste eindsituatie (1-1-2006).

In de vijfde voortgangsrapportage wordt ingegaan op de ambities voor 1 januari 2006, 1 januari
2004, 1 januari 2003 (pijldatum huidige rapportage) en de realisatie tot nu toe. In de gekozen hoofdstukken staan vooral de uitvoeringsorganisaties centraal. Accent is gegeven aan de vorming van het UWV, CWI, de implementatie van SUWI bij de gemeenten en de onderlinge samenwerking. Aan SVB en IWI zijn geen afzonderlijke hoofdstukken gewijd.Voor SVB is de reden dat de gevolgen van SUWI voor deze organisatie zich beperken tot de bestuurlijke inrichting en het toezicht. Voor IWI zie hierna ad 2. De hoofdstukken kennen een vast stramien van "Terugblik"en "Vooruitblik".

Een deel van de gevraagde informatie is niet in de vijfde voortgangsrapportage opgenomen. Hiervoor is een drietal redenen aan te geven:

1 de informatie is op een andere manier beschikbaar;
2 de informatie wordt gelijktijdig of later (separaat) aan de Tweede Kamer toegezonden;
3 de informatie wordt niet meer gegeven omdat het betreffende punt al in de vorige rapporteringsperiode was afgerond.

Ad 1: de informatie is op een andere manier beschikbaar Onderwerp 9 is niet in de voortgangsrapportage opgenomen. In de vierde voortgangsrapportage is verwezen naar de Kamerstukken II, 2001-2002, 27549 en 27296, nr 14.
De vijfde voortgangsrapportage bevat geen informatie over de ontvlechting van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie. De Kamer is /wordt hierover separaat geïnformeerd. Een aantal aandachtsgebieden van de verschillende onderwerpen is niet (meer) in de vijfde voortgangsrapportage behandeld omdat deze aandachtsgebieden als operationele zaken worden beschouwd waarover de uitvoeringsorganisaties zich door middel van het reguliere verantwoordingsproces verantwoorden (kwartaalrapportages, jaarverslag en jaarrekening).

Ad 2: de informatie wordt gelijktijdig of later (separaat) aan de Tweede Kamer toegezonden Onderwerp 5 is voor wat betreft IWI niet in de voortgangsrapportage behandeld omdat de Inspectie Werk en Inkomen zelfstandig aan de Kamer rapporteert over de uitkomsten van haar toezichtswerkzaamheden. Waar nodig is hiernaar verwezen. Een deel van de informatie is niet in de vijfde voortgangsrapportage opgenomen, enerzijds omdat de gegevens nog niet beschikbaar zijn, anderzijds omdat de huidige beschikbare informatie nog nader moet worden verwerkt. Het gaat daarbij om de volume-informatie van onderwerp 7. In paragraaf
1.3 van de voortgangsrapportage is aangegeven dat de volumegegevens (en overigens ook overige informatie) op het terrein van handhaving en fraudebestrijding worden opgenomen in de Integrale Rapportage Handhaving, die jaarlijks eind van het jaar naar de Kamer wordt gezonden. Cijfers over de SIOD komen hierin ook aan bod.
AD-rapport bij de vijfde voortgangsrapportage SUWI 5



Accountantsdienst

Overigens is wel over de betreffende onderwerpen gerapporteerd.

Ad 3: de informatie kan niet meer worden gegeven omdat het betreffende punt al in de vorige rapporteringsperiode was afgerond

Geen nadere toelichting nodig.

Conclusie
De redenen voor het niet opnemen van sommige onderwerpen en/of aandachtsgebieden achten wij aanvaardbaar. Hiermee rekening houdend beoordelen wij de volledigheid van de informatie als toereikend.
Wij hebben geen inhoudelijk oordeel over de kwaliteit van de totale informatie in de vijfde voortgangsrapportage.Voor zover dat mogelijk was hebben wij de juistheid van de financiële informatie vastgesteld door vergelijking met in het departementale jaarverslag en in jaarverslagen van uitvoeringsorganisaties (voornamelijk jaarverslag van UWV) over 2002 opgenomen cijfers.

Den Haag, 20 mei 2003

De Accountantsdienst,

A. Kastelein RE RA W.F. Pronk RA MGA directeur senior auditor

AD-rapport bij de vijfde voortgangsrapportage SUWI 6