Gemeente Dordrecht

vreemde ogen

---

College neemt kennis van vervolgstudies nieuwbouw en exploitatie

Vincent Brinkhof
Het college van Burgemeester en Wethouders heeft kennisgenomen van twee nieuwe studies rondom de toekomst van Schouwburg Kunstmin. Het gaat om een studie naar nieuwbouw en een onderzoek naar de exploitatie van een gerenoveerde en een nieuwgebouwde schouwburg. In beide gevallen gaat het om een twee-zalencomplex, waardoor de kosten van nieuwbouw en renovatie vergelijkbaar zijn. Doordat nieuwbouw EUR 2 miljoen voordeliger uitvalt maar iets duurder is in de exploitatie, ontlopen beide varianten elkaar qua kosten niet veel. Een afweging van twee vergelijkbare alternatieven is nu mogelijk.

Uitgangspunten
Uit onderzoek van december 2002 bleek dat renovatie van Schouwburg Kunstmin met vernieuwing van het achterhuis mogelijk is voor EUR 34 miljoen, exclusief parkeervoorzieningen. De kosten voor nieuwbouw worden geraamd op EUR 32 miljoen, exclusief grondkosten en parkeervoorzieningen. Beide theaters beschikken over vergelijkbare voorzieningen, want bij het onderzoek naar de nieuwbouw is gebruik gemaakt van dezelfde uitgangspunten. Het gaat om een grote zaal met 800 stoelen (Schouwburg Kunstmin 720 stoelen), een kleine zaal met 200 stoelen (Schouwburg Kunstmin 179 stoelen), circa 250 voorstellingen per jaar (nu 175 voorstellingen) en een theatercafé/restaurant. In beide varianten, nieuwbouw of renovatie, is het mogelijk om alle reisvoorstellingen van Joop van den Ende te brengen, alle grote ensceneringen van het gesubsidieerd toneel, de kleinere reisvoorstellingen van de Nationale Reisopera en Opera Zuid en het Nederlands Danstheater II met orkest.

Parkeren en exploitatie
Onder de gerenoveerde schouwburg kan een ondergrondse parkeergarage worden gebouwd met plek voor 200 auto's waarmee EUR 10,5 miljoen euro gemoeid is. Bij de nieuwbouwvariant op de Stadswerven moeten de parkeerplaatsen in de openbare ruimte worden gecreëerd. De kosten hiervoor zijn nog niet geraamd.
Uit de exploitatieberekeningen blijkt dat met de renovatie en uitbreiding van Schouwburg Kunstmin en de daaraan gekoppelde groei van het aantal voorstellingen, de vereiste aanvullende subsidie naar verwachting zal toenemen met 27% ten opzichte van de huidige situatie. Bij nieuwbouw gaat het om een stijging van 32%. Nieuwbouw blijkt in de exploitatie kostbaarder als gevolg van hogere personeels- en huisvestingslasten.

Vergelijking andere schouwburgen
Uit een vergelijking van theaters in steden van vergelijkbare omvang blijkt dat het aantal voorstellingen in Schouwburg Kunstmin in de huidige situatie achterblijft bij steden als Den Bosch, Eindhoven, Maastricht, Venlo en Zoetermeer (190 voorstellingen tegen gemiddeld 321 per jaar in de genoemde steden).
De recettes van Schouwburg Kunstmin zijn over het algemeen marktconform, maar liggen gemiddeld een fractie lager dan in vergelijkbare schouwburgen. Dit komt voort uit het streven om de prijsdrempel niet te hoog te maken, in combinatie met het feit dat verhoging van de entreeprijs slechts voor een zeer klein gedeelte ten gunste komt van de schouwburg zelf. Ook de personeelsinzet van Schouwburg Kunstmin blijkt in vergelijking tot andere schouwburgen relatief gunstig. De totale personeelsformatie per activiteit is kleiner dan in vergelijkbare schouwburgen en de bruto loonkosten per activiteit zijn lager. De gemiddelde loonsom per formatieplaats is echter wel hoger als gevolg van het feit dat de schouwburg veel werkzaamheden zoals horeca en schoonmaak heeft uitbesteed.

Vervolgtraject
De nu gepresenteerde studies zijn deel van een reeks onderzoeken om begin 2004 nieuwbouw van een theater af te kunnen wegen tegen renovatie van Schouwburg Kunstmin. Het college zal de resultaten in samenhang bekijken met de deelonderzoeken die nog volgen. Uiteindelijk wordt een vergelijking gemaakt tussen de diverse modellen, warbij ook de resultaten van de deelonderzoeken naar exploitatie en de kwalitatieve aspecten een belangrijke rol zullen spelen. Aspecten die hierin zullen meewegen zijn onder meer: karakteristiek, functionaliteit, locatie en de mogelijkheden voor een goede bestemming van de huidige Schouwburg Kunstmin. De komende fase in het onderzoek is de studie naar de nieuwbouw en exploitatie van een drie-zalencomplex en een onderzoek naar een alternatieve functie voor Schouwburg Kunstmin.