Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Antwoorden op kamervragen van het kamerlid Tonkens over het mogelijk tekort in de huisartsenzorg (2020313790).

1.
Strookt de berichtgeving in de pers over het algemeen overleg van 18 juni jl. over huisartsenzorg, als zou u daarin gepleit hebben voor een "strafkorting" voor in deeltijd werkende huisartsen, met hetgeen u hebt willen overbrengen?

2.
Zo ja, gaat u dan niet voorbij aan de wens van 86% van de huisartsen die aangeven in deeltijd te willen werken?

3.
Deelt u, gezien het bovenstaande, de mening dat u door het dwingen van artsen voltijds te gaan werken (toekomstige) huisartsen juist het vak uitjaagt.

1. t/m 3.
Aangezien het Kamerlid Tonkens zelf aan bovengenoemd algemeen overleg heeft deelgenomen, weet zij precies wat ik wel en niet heb gezegd en bedoeld.

4.
In hoeverre denkt u dat de werkdruk van huisartsen mede debet is aan de wens tot werken in deeltijd?

4.
De wens tot parttime werken ligt mijns inziens primair bij een algemeen maatschappelijke trend om parttime te gaan werken. Voorts heeft het NIVEL recent onderzoek gedaan en is geconstateerd dat in vergelijking met andere Europese landen in de jaren '90 de werkweek in Nederland het kortst en de daling van de gemiddelde werkweek het grootst was. Nederland is dan ook "Europees kampioen" deeltijdwerken. Verder wordt gesteld dat de werkdruk van de huisartsen is toegenomen doordat de huisartsen parttime zijn gaan werken en door een stijging van het aantal consulten (Bron: Medisch Contact 27 juni 2003, 58 nr.26/27).

5.
Deelt u de mening dat het verlichten van de werkdruk, bijvoorbeeld door middel van bijvoorbeeld een uitbreiding van de praktijkondersteuning en het afschaffen van de contracteerplicht met alle verzekeraars, een betere bijdrage is aan het oplossen van het huisartsentekort dan het dwingen tot voltijdswerken?

5.
In de brief aan de Kamer van 31 maart jl. ("Zorg in de buurt"/versterking huisartsenzorg) en de ambtelijke bouwstenennotitie heeft mijn voorganger een aantal maatregelen aangekondigd om te werken aan het versterken van de huisartsenzorg. Zoals u reeds is toegezegd zal ik u voor de begrotingsbehandeling 2004 mijn visie op de eerstelijnsgezondheidszorg doen toekomen. Uw vraagstelling wordt hierin meegenomen.


---


6.
Op welke wijze denkt u tegemoet te komen aan de wens van veel huisartsen om arbeid en zorg te combineren?

6.
De mogelijkheid om in deeltijd te werken heeft een wettelijke basis. Veel huisartsen maken al van deze mogelijkheid gebruik. Mijn beleid is er primair op gericht om de toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit van de zorg te verbeteren. Hiervoor is noodzakelijk om samenwerkingsverbanden, taakdifferentiatie en taakdelegatie te stimuleren. Dit zal in de praktijk ook een gunstige werking hebben op de combineerbaarheid van arbeid en zorg.


---- --