Gezondheidsraad

Persbericht

Pathogeenreductie in bloedproducten

Diverse bedrijven werken aan een methode om afgenomen bloed te desinfecteren. Door het DNA van eventuele ziekteverwekkers in bloed te blokkeren zou overdracht van donor naar ontvanger voorkomen worden. De technieken hiervoor zijn echter zo weinig in de praktijk getest, dat ze op dit moment niet ingevoerd moeten worden. Ook is de meerwaarde onduidelijk. Donorbloed is in Nederland met beproefde maatregelen namelijk al steeds veiliger gemaakt. Dit schrijft de Gezondheidsraad in een advies dat vandaag is overhandigd aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Het blokkeren van het DNA van micro-organismen biedt in principe interessante mogelijkheden om bloedproducten nog veiliger te maken. Als door toevoeging van een stof het DNA van elke ziekteverwekker in donorbloed wordt platgelegd, zouden in één klap de gevaren van besmetting weg zijn. De micro-organismen kunnen zich immers niet meer vermenigvuldigen. Afzonderlijk testen, bijvoorbeeld op HIV of het hepatitis C-virus, is dan niet meer nodig. Ook zou de techniek ziekteverwekkers kunnen blokkeren waarop nu niet getest wordt of kan worden.
Toch is het te vroeg om deze DNA-technieken nu al toe te passen. We weten op dit moment nog te weinig. Onderzoek bij patiënten is maar beperkt uitgevoerd. Bovendien weten we niets over schadelijke effecten op de lange termijn, ook al zijn er op korte termijn geen bijwerkingen bekend. Omdat de stoffen die het DNA van micro-organismen in bloed blokkeren zich ook kunnen binden aan het DNA van mensen, is dergelijke kennis uiteraard van groot belang.
Wel blijkt uit onderzoek dat de behandelde bloedproducten soms minder van kwaliteit zijn. Dat zou kunnen betekenen: meer transfusies - met alle nadelen van dien. Ook weten we dat de nieuwe technieken ziekteverwekkers niet compleet uitschakelen: bevat het bloed grote aantallen, dan leiden ze alleen tot een reductie. De bestaande veiligheidsmaatregelen zouden dan ook niet kunnen vervallen. Het rendement van invoering van de nieuwe technieken is daardoor onduidelijk. Op dit moment is voortzetting van het huidige beleid dus geboden.
Door dat beleid is het Nederlandse donorbloed in de loop der jaren al steeds veiliger geworden. Voor afname van het bloed worden donoren getest en geselecteerd. Vervolgens wordt het afgenomen bloed getest op een aantal ziekteverwekkers. Daarna gelden voor elk bloedproduct nog specifieke veiligheidsmaatregelen. Bloedplaatjes worden bijvoorbeeld via kweken onderzocht op bacteriële besmetting. Regelmatig worden bovendien nieuwe maatregelen onderzocht, zoals effectiever ontsmetten van de huid van de donor, voorafgaand aan het prikken. De doelstelling van optimale veiligheid, zoals die door de minister is geformuleerd, wordt met deze veiligheidsmaatregelen al gewaarborgd.

Het advies is opgesteld door een commissie bestaande uit:

· prof. dr J van der Noordaa, emeritus hoogleraar virologie; Weesp, voorzitter · prof. dr WG van Aken, emeritus hoogleraar inwendige geneeskunde; Amstelveen · prof. dr GJ Bonsel, hoogleraar sociale geneeskunde; Academisch Medisch Centrum, Amsterdam · prof. dr A Brand, hoogleraar transfusiegeneeskunde; Leids Universitair Medisch Centrum · dr M van Marwijk Kooy, internist-hematoloog; Isala Klinieken, Zwolle · prof. dr DJ van Rhenen, hoogleraar transfusiegeneeskunde; Erasmus MC, Rotterdam · dr A Rietveld; Inspectie voor de Gezondheidszorg, Den Haag, adviseur · dr CA Uyl-de Groot; directeur institute for Medical Technology Assesment, Rotterdam · dr R Westerhof; Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Den Haag, adviseur · prof. dr TJM de Witte, hoogleraar hematologie; Universtair Medisch Centrum, Nijmegen · dr K Groeneveld; Gezondheidsraad, Den Haag, secretaris

Nadere inhoudelijke inlichtingen verstrekt dr K Groeneveld, tel (070) 340 5688, e-mail: k.groeneveld@gr.nl.
28 augustus 2003
info |
Disclaimer
De Gezondheidsraad is lid van het International Network of Agencies for Health Technology Assessment (INAHTA).
INAHTA bevordert de uitwisseling en samenwerking tussen de leden van het netwerk.
Copyright 1902 - 2002 Gezondheidsraad ::