Gemeente Bergh

Gedragscode Bestuurlijke Integriteit
05-09-2003

Bestuurders in gemeenten zijn gehouden om het algemeen belang te dienen. Ze zijn er voor alle burgers. Burgers moeten zich voor vele aangelegenheden tot de overheden wenden en die overheden verkeren daarbij vaak in een monopoliepositie. Dat stelt hoge eisen aan de kwaliteit van het openbaar bestuur en aan degenen die daarin functioneren. Integriteit is daarvan een wezenlijk onderdeel. Wanneer de integriteit van de bestuurders ter discussie staat, wordt het vertrouwen in en de legitimiteit van het openbaar bestuur aangetast. Mede daarom leggen bestuurders bij hun aantreden de zuiveringseed af.

Integriteit is in de eerste plaats een kwestie van mentaliteit en bewustwording. Bestuurders moeten zich er permanent van bewust zijn dat zij voor de gemeenschap werken en verantwoordelijk zijn voor de besteding van gemeenschapsgeld. Bestuurders moeten zich steeds bewust zijn van het belang van een goede democratische controle en bereid zijn verantwoording af te leggen voor hun bestuurlijk handelen. Bewustwording en een juiste mentaliteit alleen zijn niet voldoende. Er is een systeem nodig van âchecks and balancesâ. Met heldere regels en afspraken waaraan bestuurders houvast hebben.

In de openbare vergadering van de raad van de gemeente Bergh van 28 augustus 2003 is de gedragscode bestuurlijke integriteit 2003 vastgesteld. De gedragscode bestuurlijke integriteit geldt voor de leden van: het college van burgemeester en wethouders, de gemeenteraad en de raadscommissie. De gedragscode is wettelijk verplicht gesteld op grond van de Gemeentewet en vloeit voort uit de invoering van het dualistische stelsel.

Het doel van deze gedragscode is om bestuurders een houvast te bieden bij het bepalen van normen omtrent de integriteit van het bestuur. De code bevat regels zowel voor het bestuursorgaan in zijn geheel als voor bestuurders afzonderlijk.
De code geeft niet per definitie regels die rechtskracht hebben, maar heeft vooral bestuurlijke en politieke relevantie. Bestuurders zijn op de naleving van gedragscodes aanspreekbaar en wanneer zij zich er niet aan houden, kan dat gevolgen hebben voor hun functioneren en voor hun positie.

De code bestaat uit twee onderdelen. Deel I beschrijft een aantal kernbegrippen van integriteit en plaatst daarmee het vraagstuk in een breder kader. De kernbegrippen zijn: dienstbaarheid, functionaliteit, onafhankelijkheid, openheid, betrouwbaarheid, zorgvuldigheid, professionaliteit en non-discriminatie. Zij vormen als het ware de algemene uitgangspunten voor de gedragscode.
Deel II bevat de feitelijke gedragsregels, waarbij een aantal themaâs wordt onderscheiden, waaronder: belangenverstrengeling en aanbesteding, nevenfuncties, het omgaan met informatie, het aannemen van geschenken, declaraties en reizen naar het buitenland.