Gemeente Utrecht


Zeldzame middeleeuwse Gouden ring gevonden in Utrechtse binnenstad

Op een terrein in de binnenstad van Utrecht is een unieke vondst gedaan: een gouden ring uit de tweede helft van de vijftiende eeuw. De ring werd ontdekt tijdens een archeologisch onderzoek dat de sectie Cultuurhistorie van de gemeente Utrecht in de afgelopen maanden aan de Nieuwe Kamp heeft uitgevoerd. Wethouder Jan van Zanen (Monumenten en Archeologie) heeft de ring vrijdag 5 september aan de openbaarheid prijsgegeven. Van vrijdag 5 tot en met donderdag 25 september 2003 wordt de ring in het Centraal Museum op een ereplaats tentoongesteld en is dan gratis te bezichtigen.

Beatris
De vondst is van grote waarde omdat dergelijke ringen tot op heden zeldzaam zijn. Op grond van stilistische kenmerken is de ring gedateerd in de tweede helft van de 15de eeuw. Op de bovenkant is in reliëf het gelaat van Christus met de doornenkroon afgebeeld, vermoedelijk in de doek van Veronica. Het gelaat, dat waarschijnlijk gegoten is, wordt aan beide zijden geflankeerd door een gegraveerde afbeelding. Eén daarvan is de zegenende hand van God, de andere is een duif die de Heilige Geest symboliseert. Bijzonder is dat de ring aan de achterzijde, in Gotisch schrift, is voorzien van de naam 'Beatris', aan wie de ring ooit zal hebben toebehoord. Het is uitzonderlijk dat er een voorwerp van een individuele kloosterling wordt gevonden. De vraag is welke rol deze Beatris in het toenmalige klooster heeft gespeeld. Was zij een gewone non aan wie de ring door haar familie werd geschonken toen ze intrad in de orde? In dat geval kan de ring worden opgevat als een trouwring, omdat Beatris 'bruid' van Christus werd op het moment dat ze in het klooster trad. Of was Beatris de abdis die het hele klooster bestuurde? In dat geval is het aannemelijk dat de ring fungeerde als uiterlijk kenmerk die hoorde bij haar positie. Aanvullend onderzoek zal daar binnenkort hopelijk meer duidelijkheid over geven.

Onderzoek levert veel nieuwe gegevens op
De zone waar de opgraving heeft plaatsgevonden, maakte in de Middeleeuwen deel uit van een kloosterterrein dat werd omgeven door de Nieuwegracht, de Brigittenstraat, de Nieuwe Kamp en de Schalkwijkstraat. Aan de Nieuwegracht stond de kerk of kapel van het Brigittenklooster. Dit klooster dat was gewijd aan de heilige Birgitta van Zweden werd in 1483 gesticht. In 2003 wordt overigens ook haar 700ste geboortejaar herdacht. Met de Reformatie van 1580 werd de orde in Utrecht opgeheven en kwam het klooster - als zoveel andere kerkelijke bezittingen - in handen van de stad. Op de hoek van de Brigittenstraat en de Nieuwe Kamp was in de Middeleeuwen nog een andere geestelijke instelling gevestigd, namelijk een gasthuis met een kapel (de Driekoningenkapel), waarin de broederschap ´Sint Maria in Vinea´ verbleef. Twee dagen voordat het archeologisch onderzoek begon, kwamen tijdens bouwwerkzaamheden in de kelder van een huis aan de Brigittenstraat de funderingen van het koor van de Driekoningenkapel aan het licht, waardoor de tot dan toe slechts vermoede ligging van de kapel werd bevestigd.

Zowel over het Brigittenklooster als over het gasthuis en de broederschap was tot nu toe weinig bekend. De schat aan gegevens en vondsten die het onderzoek van de afgelopen maanden heeft opgeleverd, kan een grote bijdrage leveren aan de kennis van het kloosterleven in de Middeleeuwen in het algemeen en in het bijzonder over de bewoningsgeschiedenis van dit deel van Utrecht in de afgelopen vijfhonderd jaar. De komende tijd zullen specialisten vanuit verschillende disciplines zich met de onderzoeksgegevens bezighouden om het verhaal dat met deze schat kan worden verteld te ontrafelen.

Noot voor de media:
Voor meer informatie kunt u bellen met Stijn Terlingen, bestuurscommunicatie, 06-25032731

Utrecht, 5 september 2003.