Sociaal en Cultureel Planbureau

Beste lezer,

Vandaag is "Sociaal Europa, Europese Verkenning 1, Bijlage bij Staat van de Europese Unie 2004" verschenen.

ISBN: 90-377-000-0
97 paginas, prijs EUR 0

Hieronder volgt een beknopte samenvatting.

Eén Europees sociaal beleid is nog een brug te ver

Europese Verkenning

1: Sociaal Europa
Bijlage bij de Staat van de Europese Unie 2004


---
In Nederland bestaat brede steun voor de Europese Unie (EU): 73% van de Nederlanders vindt het lidmaatschap van de EU een 'goede zaak'. In Duitsland is dit 59%, in Frankrijk 50% en in het Verenigd Koninkrijk 30%. De betrokkenheid van Nederlanders bij Europa is daarentegen zeer gering. Nog geen derde van de Nederlanders voelde zich eind 2002 gehecht aan de EU.


- Bij internationale kwesties en grootschalige problemen is een ruime meerderheid van de EU-burgers voorstander van een gemeenschappelijk Europees beleid. De verantwoordelijkheid voor zorg, onderwijs en sociale zekerheid ziet men echter het liefst berusten bij de nationale overheid.


- Dé Europese verzorgingsstaat bestaat niet. Wel zijn er binnen bepaalde groepen landen overeenkomsten in de manier waarop zij de verzorgingsstaat hebben ingericht. De verschillende typen verzorgingsstaten groeien in hun beleid in beperkte mate naar elkaar toe.


-Sociaal
beleid hoeft niet per definitie ten koste te gaan van economische prestaties. Binnen de EU slagen vooral Nederland en de Scandinavische landen erin om een relatief gelijke inkomensverdeling te combineren met een hoge participatie en goede economische prestaties. Dit is opmerkelijk, omdat bij afzonderlijk overheidsingrijpen op de arbeidsmarkt (ontslagbescherming, inkomstenbelasting) vaak wel sprake is van een negatief verband tussen sociale en economische prestaties. Zo zijn een uitgebreid stelsel van sociale zekerheid, een progressieve inkomstenbelasting en een hoge mate van ontslagbescherming gunstig voor sociale cohesie, maar verminderen zij tegelijkertijd de prikkels voor mensen om aan het werk te gaan.


- De methode van 'open coördinatie', waarin enerzijds gezamenlijke doelstellingen worden geformuleerd, maar anderzijds landen de vrijheid houden om er een eigen beleidsinvulling aan te geven, is voorlopig de enige realistische optie voor de ontwikkeling van sociaal beleid in Europa. Overigens is bij een thema als grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit nadrukkelijk wel een grotere rol voor de EU weggelegd.

Dit zijn enkele conclusies uit Sociaal Europa, de Europese Verkenning die op verzoek van het ministerie van Buitenlandse Zaken gezamenlijk is opgesteld door het Centraal Planbureau (CPB) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Deze eerste verkenning, die op Prinsjesdag verschijnt als bijlage bij de 'Staat van de Europese Unie 2004' besteedt onder meer aandacht aan de publieke opinie in Nederland en andere EU-lidstaten over de Europese integratie. Verder wordt ingegaan op een aantal aspecten van de sociale dimensie van de Europese integratie.

Wilt u meer weten,
raadpleeg onze website: http://www.scp.nl/boeken/speciaal/spec22/nl/metainfo.htm