Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Begroting 2004 ministerie LNV: consumenten kiezen keten

Veilig voedsel, bewuste keus


16 september 2003 -
Burgers verwachten dat de levensmiddelen die in Nederland worden verkocht veilig zijn en van een goede kwaliteit. De betrouwbaarheid van een product dat in de schappen ligt, is afhankelijk van het gehele productieproces: van de kwaliteit van het grondwater tot het hygiënisch verpakken van voorgesneden groenten. LNV gaat daarom uit van een ketenbenadering: een kwalitatief goed eindproduct is afhankelijk van de manier waarop er in de verschillende schakels in de keten wordt gewerkt. In internationaal verband werkt LNV mee aan het opstellen van eisen ten aanzien van productieprocessen (bijvoorbeeld het gebruik van groeibevorderaars) en aan normen die moeten gelden voor eindproducten. De producenten en andere partijen in de keten zijn zelf verantwoordelijk voor het werken conform die eisen en normen. LNV ondersteunt dit door samen met het bedrijfsleven te werken aan de totstandkoming van zgn. 'transparante ketensystemen': per keten wordt vastgesteld waar het productieproces aan moet voldoen om te werken volgens alle wettelijke eisen op het gebied van monitoring, identificatie & registratie, traceerbaarheid en normstelling. In 2004 is een pilotproject operationeel dat voldoet aan alle eisen (pilot pluimvee). Consumenten(organisaties) zullen meer dan voorheen bij de inrichting van ketengarantiesystemen worden betrokken.

Consumentenbeleid
Consumenten kunnen door bewuste keuzes te maken invloed uitoefenen op de productieketen. Het beleid is erop gericht consumenten in staat te stellen zich te informeren over herkomst van producten, het productieproces en de kwaliteit van het eindproduct. Hierdoor wordt de druk op de keten vergroot om te werken volgens de door de overheid gestelde eisen. Zo wil LNV de resultaten van controles bij vlees-producenten openbaar maken. Momenteel loopt een project om te bezien hoe dit gerealiseerd kan worden. Ook bij voedsel waarin genetisch gemodificeerde ingrediënten zijn verwerkt geldt het uitgangspunt van keuzevrijheid: burgers moeten in staat worden gesteld zelf een weloverwogen keuze te maken voor het al dan niet kopen van deze producten. LNV zal in nauwe samenwerking met andere ministeries en het Voedingscentrum gericht informatie verspreiden over het overheidsbeleid voor biotechnologie, de overwegingen achter de gemaakte keuzes en de feitelijke stand van zaken. LNV betrekt consumenten bij de beleidsvorming rond voedselkwaliteit, onder andere door het Consumenten-platform. In 2004 worden weer 3 bijeenkomsten georganiseerd, de onderwerpen zijn 'risicoperceptie', 'van duurzame productie naar consumptie' en 'natuurlijkheid'. Aanbevelingen van het platform in 2003 zijn uitgewerkt tot projecten die in 2004 hun beslag krijgen, zoals onderzoek naar ziekmakende bacteriën in voorgesneden groenten. De consument houdt ook een eigen verantwoordelijkheid voor veilig omgaan met voedsel. De voorlichting hierover verloopt via het Voedingscentrum en de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA), LNV levert hieraan een financiële bijdrage.

Verminderen van risico's
Het beleid van LNV ten aanzien van risicobeheersing zal zich meer dan voorheen richten op de preventie van voedselcrises en het betrekken van het bedrijfsleven hierbij. Het accent ligt in 2004 op de aanpak bij de bron en het aanscherpen van het hygiënebeleid. Producenten worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid; LNV spant zich in voor vereenvoudiging van de regels zodat het beleid goed uitvoerbaar is. Het is verder van groot belang dat potentiële gezondheidsrisico's in de voedselketen tijdig worden gesignaleerd. In 2004 onderzoekt de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) in opdracht van LNV of en hoe bestaande signaleringssystemen aan elkaar kunnen worden gekoppeld. Binnen de risico-inventarisatie wordt prioriteit gegeven aan relatief nieuwe producten en productiemethoden, zoals viskweek, exotische voedingsmiddelen en nutriceuticals (producten waaraan de fabrikant een positieve invloed op de gezondheid toekent). Naast de integratie van monitoringssystemen wordt gewerkt aan vereenvoudiging en integratie van systemen voor het traceren van producten in de keten (bijvoorbeeld nodig als er ergens een verontreiniging is opgetreden), en de systemen voor identificatie en registratie (I&R) van dieren.

Controle en toezicht
Het onafhankelijke toezicht op de controles in de voedselketen is ondergebracht bij de VWA. De onafhankelijkheid en bevoegdheden van de VWA worden wettelijk verankerd. In samenspraak met het ministerie van VWS wordt het integrale beleid ten aanzien van voedselveiligheid verder vormgegeven. Ook wordt bekeken of en hoe de regels op het terrein van voedselveiligheid en -kwaliteit kunnen worden omgebouwd tot een meer uniform geheel. De feitelijke controle en keuringen worden onder verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven gebracht, vanuit de gedachte dat het bedrijfsleven zelf primair verantwoordelijk is voor het opzetten van adequate ketengarantiesystemen. In veel sectoren zullen in 2004 afspraken worden gemaakt tussen overheid en bedrijfsleven over inzet en verantwoordelijkheden inzake controle en keuringen. De overheid zal zich meer gaan richten op het toezicht op de controles door het bedrijfsleven (toezicht op toezicht, uit te voeren door de VWA). De overheid richt zich daarbij op die punten waar zich de grootste risico's voordoen. Zo vraagt de keuring van vlees en vleesproducten door de gewijzigde risico's om een nieuwe aanpak; LNV wil de vleeskeuring daarom integreren in de gehele productieketen. Tenslotte blijft de problematiek van illegale groeihormonen de aandacht houden. In 2004 wordt het onderzoek gestimuleerd naar snelle opsporingsmethoden voor resten van groeibevorderaars, diergeneesmiddelen en verboden stoffen. De controle op groeihormonen is geïntensiveerd.

De begroting en een samenvatting zijn te vinden op www.minlnv.nl - LNV-beleid in 2004