Ministerie van Verkeer en Waterstaat

Toespraak van de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, Melanie Schultz van Haegen, bij de opening van het gemaal Johan Veurink in de Krimpenerwaard, op 22 september 2003 om 16.30 uur

Dames en heren,

Uit alle perikelen rond het water van de afgelopen maanden, of liever gezegd de afgelopen jaren, blijkt maar weer eens dat we niet zonder goed waterbeheer kunnen. Geen duidelijker bewijs voor deze stelling dan de extreme neerslag begin dit jaar, die deze zomer werd gevolgd door extreme droogte.

Voor het hoofdwatersysteem zijn we een paar jaar geleden gestart met Ruimte voor de Rivier. Sinds 2 juli ligt er ook voor het regionale watersysteem een goed stuk op tafel. Toen ondertekenden alle waterbeheerders namelijk het Nationaal Bestuursakkoord Water. Daarmee is een belangrijke horde genomen en kunnen we ook in de regios aan de slag met concrete maatregelen. Minister-president Balkenende zei het al in zijn toespraak bij de ondertekening van het akkoord. Het gaat uiteindelijk niet om de schriftelijke afspraken, het gaat vooral om de uitvoering. Wat al gedaan kan worden, moet nu gebeuren.

De trits vasthouden, bergen en afvoeren is voor u waterbeheerders gesneden koek. Toch heerst er nog wel eens een misverstand. Wie dacht dat het laatste, het afvoeren, er bekaaid vanaf komt nu het nieuwe waterbeleid vooral aan de eerste twee aandacht geeft, heeft het mis. Afvoeren is net als bergen en vasthouden een onmisbaar onderdeel van het nieuwe waterbeleid. Alléén afvoeren, zoals we voorheen deden, is niet genoeg. Maar bergen en vasthouden zijn dat ook niet. De trits bestaat uit drie onderdelen die in elkaar grijpen en niet zonder elkaar kunnen.

Vandaag staat in het teken van een project dat draait om het wegwerken van een teveel aan water. Het gemaal Johan Veurink moet het water uit de Krimpenerwaard naar de Hollandsche IJssel brengen. Met de inrichting van het land van de Krimpenerwaard zorgt u voor de elementen vasthouden en bergen. Dit gemaal zorgt voor het afvoeren.

Met dit gemaal hebt u uw waterhuishouding een stuk robuuster gemaakt, en daar gaat het mij om. Het is een uitstekend voorbeeld van een concrete maatregel die past in het nieuwe waterbeleid. En dat terwijl de inkt van het Bestuursakkoord nog maar net droog is.

Het nieuwe waterbeleid rust op een goede samenwerking. Die nadruk op samenwerking zien we als het ware in dit gemaal terug. Het past in de afspraken die u in de regio met elkaar hebt gemaakt en hebt vastgelegd in het waterakkoord Hollandsche IJssel/Lek. Uiteindelijk regelt het akkoord het waterpeil en de inzet van de stormvloedkering in Krimpen. Dat is een nauwgezet proces van overleg, dat bijna smeekt om een perfecte samenwerking.

Sowieso is samenwerking hier van belang, want dit beheersgebied is misschien klein, u kunt toch voor behoorlijk complexe en grote problemen komen te staan. Denk alleen maar aan de broodnodige dijkversterkingen van de afgelopen jaren in het kader van het Deltaplan Grote Rivieren. Ook daarvoor was de inzet van meer partijen nodig.

Het Deltaplan was gericht op veiligheid. Bescherming van burgers en bedrijven tegen hoog water is natuurlijk van het allergrootste belang. U weet dat, want anders was u niet alvast begonnen met het opnieuw versterken van dijkvakken waarvan kort geleden bleek dat ze niet voldoen aan de veiligheidseisen uit de Wet op de Waterkering.

Werken aan veiligheid en het terugdringen van overlast blijft een continu proces. De droogte van deze zomer en de gebeurtenissen in Rotterdam en Wilnis maken dat nog eens extra duidelijk. We zijn nooit klaar, maar we zijn wel altijd voorbereid. Ook al lijkt het er rond incidenten voor de nietsvermoedende buitenstaander soms op dat de waterbeheerders verrast worden door een teveel of een tekort aan water. Ik durf hardop te zeggen dat dat niet zo is. Het Nederlandse waterbeleid voor de 21e eeuw ligt klaar. En we zijn volop bezig om het uit te voeren.

Dames en heren,

Uw hoogheemraadschap weet van aanpakken, en aanpakken is waar het waterbeleid op dit moment het meest bij is gebaat. De heer Veurink mag trots op u zijn. Het is mij een eer en een genoegen het gemaal dat zijn naam draagt, samen met hem, officieel te mogen openen. Ik feliciteer u er van harte mee en wens u veel succes en daadkracht toe bij de bouw van de volgende twee gemalen.

Dank u wel.