Ministerie van Buitenlandse Zaken

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING

INZAKE HET WERKOVERLEG ONTWIKKELINGSSAMENWERKING TUSSEN

DRS. K. RAGHOEBARSING EN MEVROUW A. M. A. VAN ARDENNE

Op 6 oktober 2003 voerden de Minister van Planning en Ontwikkelingssamenwerking van Suriname, drs. K. Raghoebarsing en de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking van Nederland, mevrouw A.M.A. van Ardenne, met hun respectieve delegaties, werkoverleg over de ontwikkelingsrelatie tussen beide landen in het kader van de Overeenkomst tussen de Republiek Suriname en het Koninkrijk der Nederlanden betreffende Ontwikkelingssamenwerking van 1975 (Verdrag van 1975) en het Raamverdrag inzake Vriendschap en Nauwere Samenwerking van 1992 (Raamverdrag van 1992). Het overleg vond in een vriendschappelijke en constructieve sfeer plaats en richtte zich zowel op de samenwerking in de periode oktober 2000 tot heden als wel op de verdere samenwerking.

Minister van Ardenne bracht beleefdheidsbezoeken aan de President van de Republiek Suriname, Z.E. Runaldo R. Venetiaan, de Vice-president van de Republiek Suriname, Z.E. Jules R. Ajodhia, de Waarnemend-voorzitter van de Nationale Assemblee, mevr. Ruth Wijdenbosch en de minister van Buitenlandse Zaken, H. E. Marie Levens. De Minister voerde een werkbespreking met de Minister van Planning en Ontwikkelingssamenwerking, Z.E. Kermechend Raghoebarsing met mede een inbreng van deMinister van Financiën, Z.E. Humphrey Hildenberg, de Minister van Justitie en Politie a.i., Z.E. Clifford Marica en de President van de Centrale Bank, de heer Andre Telting.

Tevens voerde Minister van Ardenne tijdens haar verblijf in Suriname gesprekken met vertegenwoordigers van NGO's, de private sector en de donorgemeenschap.

ONTWIKKELING EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Beide partijen onderstreepten het belang van een goede sector-overstijgende beleidsomgeving voor de effectiviteit en duurzaamheid van in te zetten menselijke, financiële en andere hulpbronnen . Van Surinaamse zijde werden de inspanningen van de regering toegelicht ten aanzien van de stabilisering van de macro-economische situatie, de invoering van een meerjarenbeleidsbegroting, de versterking van de CLAD en het verbeteren van het ondernemersklimaat. De Nederlandse zijde toonde waardering voor deze inspanningen van de regering ter stabilisering van de macro-economische situatie en zegde steun toe voor onder meer verbetering van het investeringsklimaat, verdere ondersteuning van de samenwerking tussen de beide ministeries van financiën, ondersteuning van privatisering van staatsbedrijven en formalisering van de informele sector. Van Surinaamse zijde werd inzicht verschaft in het reeds ingezette proces van Public Private Partnership. Beide partijen concludeerden dat het samenwerkingsprogramma aan kwaliteit kan winnen door het verbeteren van het ondernemingsklimaat middels het vormen van Public Private Partnership in het programma te integreren en daarbij de profiteren van kennis en financiële mogelijkheden van het bedrijfsleven in Suriname en Nederland. Tevens memoreerde de Nederlandse zijde de bereidheid van de Nederlandse Algemene Rekenkamer om de Surinaamse Rekenkamer te ondersteunen. Beide partijen waren het eens over het belang van een hervorming van de publieke sector. Suriname gaf een uiteenzetting van de tot dusver ondernomen activiteiten, terwijl van Nederlandse zijde het aanbod werd herhaald om op ruime schaal verdragsmiddelen in te zetten ter mitigering van negatieve effecten van een dergelijke hervorming, eventueel als onderdeel van een mede door andere partners gesteund pakket van maatregelen. Beide partijen onderstreepten het belang van duurzame ontwikkeling van de menselijke hulpbron met specifieke aandacht voor jongeren. Partijen erkenden dat de noden van de armen in de samenleving een belangrijke plaats moeten nemen in diverse te financieren programma's; in dat kader werd gerefereerd aan de noden in het binnenland en aan de rurale en stedelijke armoede

Van gedachten werd gewisseld over de handhaving van de rechtsstaat, de bestrijding van criminaliteit en de drugsproblematiek, mede tegen de achtergrond van de samenwerkingsverbanden op dit terrein tussen beide landen. Gezamenlijk werd benadrukt dat de drugsproblematiek een internationaal karakter heeft waarbij maatregelen nodig zijn aan zowel de vraag- als aanbodzijde.

Het belang werd van beide zijden benadrukt om het partnership tussen Suriname en Nederland verder te verdiepen en te verbreden. Ook andere actoren in beide samenlevingen spelen hierbij een belangrijke rol. Beide partijen constateerden een toenemende rol van het maatschappelijk middenveld in Suriname. Nederland gaf aan over de verdieping en verbreding nader overleg te willen plegen.

Door beide partijen werd het belang van verdere diversificatie, effectuering en verdieping van de relaties met de ontwikkelingspartners erkend in het kader van een duurzame integratie in de wereldeconomie. Van Nederlandse zijde werd op de mogelijkheden gewezen die IMF en Wereldbank kunnen bieden voor Suriname, en werd aangeboden , Suriname hierbij desgewenst te steunen. Dit aanbod geldt ook voor de relaties met de EU. Beide partijen stelden vast dat regelmatig overleg tussen Suriname en de relevante ontwikkelingspartners ertoe kan bijdragen dat de hulp zo effectief en duurzaam mogelijk aansluit bij de ontwikkelingsinspanningen van Suriname.

Beide partijen onderstreepten het belang van vereenvoudiging en standaardisering van procedures en regels van ontwikkelingspartners ten behoeve van een doeltreffende en efficiënte inzet van beschikbaar gestelde middelen. Een en ander ter ondersteuning van een efficiënte benutting van de Surinaamse plancapaciteit, vereenvoudiging van financieringsmodaliteiten en effectieve inzet van de schaarse nationale capaciteit.

REVIEW SAMENWERKING OKTOBER 2000 ­ SEPTEMBER 2003
In hun terugblik op de periode oktober 2000 ­ september 2003 erkenden Partijen het belang van de snelle inzet van de garantiemiddelen voor de economische ontwikkeling en macro-economische stabiliteit van Suriname. Wat betreft de individuele projecten spraken Partijen hun waardering uit voor het feit dat in de betreffende periode reeds acht van de negen projecten in uitvoering zijn. Terugblikkend op de stagnaties bij de voorbereiding van de tweede tranche van het IFONS ­ ad plm. EURO 11.3 miljoen - werd van Surinaamse zijde aangegeven dat Nederland op korte termijn een beslissing kan verwachten die een voor alle partijen een bevredigende aanpak mogelijk maakt. Partijen stelden vast dat de RLA-regeling tot 31 december 2003 was verlengd en bevestigden het voornemen deze regeling daarna te vervangen door een programma dat deel zal uitmaken van het sectorbeleid gezondheidszorg. Suriname gaf aan te werken aan een voorstel voor een Afbouw Regeling Medische Uitzending Lokale Opbouw Voorzieningen (ARMU-LOV). De ARMU-LOV beoogt een meer structurele aanpak van de problematiek, een effectiever inzet van de beschikbare middelen en opbouw van de lokale voorzieningen.

Vastgesteld werd dat de inhoud die aan het Startfonds is gegeven, geheel past in een moderne visie op ontwikkelingssamenwerking en het ownership aan Surinaamse zijde ten aanzien van de besteding van de Verdragsmiddelen, aanzienlijk heeft vergroot. Erkend werd dat met het oog op het versnellen van de uitvoering, van Surinaamse zijde verhoogde inspanningen nodig zijn om de planning- en uitvoeringscapaciteit te vergroten. Afgesproken werd dat van Nederlandse zijde dit proces ­waar nodig en mogelijk- met de nodige deskundigheid en in goed partnership, zal worden ondersteund.

De Sectorale Benadering in de zes sectoren zoals dat van Surinaamse zijde is aangepakt na het overleg in juni 2001, genoot grote waardering van de Nederlandse zijde. Partijen verwachten dat op korte termijn de financieringsbesprekingen van start kunnen gaan ten aanzien van het eerste sectorprogramma, t.w. het meerjarenprogramma voor de sector Huisvesting. Van Surinaamse zijde werd aangegeven dat volgens planning, in het eerste kwartaal van 2004 de overige sectorprogramma's voor de sectoren Gezondheidszorg, Onderwijs, Milieu, de Agrarische Sector en de sub-sector Democratie en Rechtsstaat, gereed zullen zijn. Partijen stonden kort stil bij de afbakening van de sector Governance en de samenwerking binnen deze sector met andere ontwikkelingspartners. Ook werd gesproken over het belang van een adequate ondersteuning uit verdragsmiddelen voor het Surinaamse genderbeleid.

De Nederlandse zijde gaf aan, waar nodig en op verzoek van Suriname, Suriname's inspanningen om te komen tot sectorale beleidsprogramma's te ondersteunen met het beschikbaar stellen van high level expertise op het gebied van de Sectorale Benadering.Tenslotte committeerden beide partijen zich aan een spoedige afronding van de 'Lessons Learned' evaluatie. Nog voor het eind van het jaar zal een onafhankelijke editor een herschreven versie van het Interimrapport gereed hebben, waarna de Referentiegroep bijeen zal komen.

ALLOCATIE RESTANT SCHENKINGSMIDDELEN

Partijen spraken de wens uit om het restant schenkingsmiddelen zo effectief mogelijk in te zetten in het kader van de door Suriname gestelde ontwikkelingsdoelen en de afspraken tussen beide landen.

Partijen kwamen overeen om de doelstelling ten aanzien van drinkwater zoals geformuleerd in het Meerjaren Ontwikkelingsprogramma 2001 ­ 2005, dat veilig drinkwater beschikbaar moet zijn voor iedereen, te realiseren uit de allocatie van de resterende schenkingsmiddelen voor de sector milieu. Tevens werd overeengekomen dat projectdossiers met betrekking tot drinkwater die urgent zijn en kunnen worden uitgevoerd in de periode tussen nu en 2005, op korte termijn, vooruitlopend op het sectorprogramma milieu, voor financiering uit de schenkingsmiddelen in aanmerking kunnen worden gebracht. Voordat uitvoering van deze projecten begint, zullen de drinkwatertarieven op kostendekkend niveau zijn gebracht en zullen problemen als de 'unaccounted for water' worden aangepakt. Ten aanzien van de financiering van het Masterplan drinkwater kustvlakte is overeenkomen dat dit zal plaatsvinden met een eigen bijdrage van Suriname en een bijdrage van ontwikkelingspartners.Van Nederlandse zijde werd medewerking toegezegd financieringsaanvragen voor het Masterplan bij internationale fondsen te ondersteunen onder andere het Waterfonds van de EU.

Teneinde op de meest korte termijn tot gemeenschappelijke besluitvorming te komen over de allocatie van de resterende verdragsmiddelen, zal door Suriname een roadmap worden uitgewerkt.

INZET PARITEITSMIDDELEN

Partijen kwamen overeen dat het opportuun is om gemeenschappelijke besprekingen over de inzet van de pariteitsmiddelen direct na dit overleg aan te vangen. Hiervoor zal een gezamenlijke ad-hoc commissie PLOS ­ Nederlandse Ambassade worden ingesteld. Deze commissie zal ook tot taak hebben om de terms of reference te formuleren voor de inzet van additionele expertise. Partijen kwamen overeen om over een half jaar een concreet uitgewerkt voorstel te bespreken.

Partijen kwamen overeen dat het volgend overleg op ministerieel niveau zal plaatsvinden in 2004.

Getekend in tweevoud te Paramaribo op 7 oktober 2003

De Minister van Planning en De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking Ontwikkelingssamenwerking vanhet Koninkrijk der

van de Republiek Suriname Nederlanden

Drs. K. Raghoebarsing Mevr. A.M.A. van Ardenne


---