GroenLinks

GroenLinks Tweede-Kamerfractie 28 oktober 2003 17:43
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Er wordt te veel Donner- en Bliksemwetgeving over ons uit gestort

(28 oktober 2003)

In haar bijdrage aan de Justitie begroting zet Marijke Vos minister Donner neer als een handelsreiziger in repressieve retoriek, die de samenleving dagelijks 'opleukt' met nieuwe verboden, inperkingen van burgerlijke vrijheden en toenemende controledrang

Inbreng Justitiebegroting 2004:
Voorzitter,

'Minister Donner is zonder twijfel de bewindsman met de meeste praatjes', aldus het redactioneel commentaar in de Volkskrant van vanochtend. Ik herkende in deze column het beeld van een minister die elke week, in binnen- en buitenland als een handelsreiziger in repressieve retoriek de samenleving opleukt met nieuwe verboden, inperkingen van burgerlijke vrijheden en toenemende controledrang. Het erge is dat het géén loze praatjes zijn. Dat blijkt wel uit de onstuitbare stroom wetsvoorstellen die op mijn bureau belanden: het strafproces wordt gestroomlijnd (vooral in het nadeel van verdachten), er komen meerpersoonscellen en sobere inrichtingen waarin stelselmatige daders opgeborgen en afgeschreven worden. Het zijn allemaal voorstellen waarin de minister laat zien dat het hem menens is. Daarnaast flitst de minister in de internationale media voorbij. Deze week bijvoorbeeld hielp minister Donner in vloeiend Duits het Nederlandse softdrugsbeleid om zeep. En hij wil méér: hij stort te veel Donner- en Bliksemwetten over ons uit. De minister wil intensiever met de Amerikaanse justitiële autoriteiten samenwerken om drughandel tegen te gaan. Het lijkt erop alsof deze Justitiebegroting óók nog door het Amerikaanse parlement geloodst moet worden. Hij praat de grote landen met de grote monden naar de mond.

Minister Donner is niet bij te benen. Het is een Hirsch Ballin in het kwadraat. Beent de minister zichzelf nog wel bij? Heeft de minister nog wel zicht op zijn uitgangspunten, zijn doelstellingen en de legitimiteit van zijn instrumentarium om zijn doelen te bereiken, of is zijn doel straks een Wetboek van Donner te hebben in plaats van een Wetboek van Strafrecht? Om hem de helpende hand te reiken een resumé van zijn uitgangspunten en doelen.

Over de uitgangspunten van de minister: de overheid is géén trouble-shooter voor de burger. De overheid zal pas publieke belangen behartigen als maatschappelijke instanties of de markt daartoe niet in staat zijn. De burger is er voor de staat en niet andersom.

Over de doelstellingen van de minister: in 2007 moet de criminaliteit met zo'n 25 procent zijn verminderd, strafrechtelijke handhaving moet zijn geïntensiveerd en toezicht op en controle van de publieke ruimte moet zijn versterkt.

En hoe gaat de minister dat doen: de 'terugtredende' overheid laat de verantwoordelijkheid over aan maatschappelijke organisaties die meer moeten doen met minder geld, aan burgers die geen flauw benul hebben wat de minister nu bedoelt met 'verantwoordelijkheid nemen' omdat er geen bruikbare kapstok is om dit begrip vorm te geven. De minister brengt daar vandaag verandering in met zijn tip om geweld op straat aan te pakken. 'Afschrikken of afleiden' wordt het devies op straat. Kan de minister hier eens laten zien hoe hij dat zou doen?

Ondertussen probeert de minister, zij het verhuld, de samenleving naar zijn hand te zetten. Bij de Raad van State ligt een wetsvoorstel waarin opsporingsinstanties voor Nederlandse begrippen ongekende mogelijkheden krijgen: bedrijven en instellingen moeten informatie verstrekken over iemands godsdienst, ras, politieke gezindheid of seksueel leven. Deze minister heeft niet voor niets de Big Brother Award gewonnen. Ik kan u er niet mee feliciteren, mijn fractie heeft niets met zo'n opdringerige overheid.
---
Kwaliteit van de rechtsstaat heeft het afgelegd tegen 'snel en makkelijk'. Deze minister zet in op een bruikbare rechtsorde en is willens en wetens bereid daarvoor belangrijke rechtsstatelijke waarborgen voor burgers op te offeren. Uw procureur-generaal De Wijkerslooth formuleerde het treffend en ik heb daar niets aan toe te voegen:

'Het rechtsstatelijke bouwwerk staat er niet voor niets. Mensen raken een beetje weg van de reden waarom dat er staat. Totdat ze zelf verdachte worden, dan weten ze precies waarom die plichtplegingen er allemaal zijn' (Justitiemagazine december 2002, p. 15).

Een goede minister van Justitie streeft naar overheidsgezag en niet naar overheidsmacht. De taken die de Nederlandse burgers aan hun overheid hebben toebedeeld dienen uitgevoerd te worden binnen rechtsstatelijke grenzen. De overheid is er voor de burgers, of ze nu slachtoffers of verdachten van delicten zijn. In elke hoedanigheid zijn ze dragers van burgerrechten die door de overheid gerespecteerd dienen te worden. Als de overheid vindt dat het anders moet, dan moet die overheid uit kracht van argumenten aangeven wáárom het anders moet en niet volstaan met de opmerking dat het voor de overheid allemaal 'veel makkelijker moet'.

Het geweldsmonopolie is een overheidsmonopolie. Burgers blijven, op uitzonderingen na, van elkaar af in ruil voor de garantie dat de overheid er is als dat nodig is. Veiligheid is een oorspronkelijke overheidsverantwoordelijkheid en een overheidsinspanningsverplichting. Daarvoor is veel werk te verzetten: onveiligheidsgevoelens onder burgers groeien, geweldsdelicten nemen in aard en omvang toe en het vertrouwen in de overheid neemt af. Mijn fractie is ervan overtuigd, gesterkt door wat strafrechtsdeskundigen ons in de Kamer bijvoorbeeld over terrorismebestrijding en terrorismewetgeving vertellen, dat dit niet ligt aan rammelende wettelijke kaders, maar aan rechtshandhaving. Effectieve criminaliteitsbestrijding is gewoon een kwestie van doen. Het daadwerkelijk opsporen en vervolgen van delinquenten is, zo weten criminologen al sinds Beccaria, effectiever dan hogere straffen.

Burgers moeten zien dat er recht is, maar bovenal dat er recht gedaan wordt. Het valt te betwijfelen of de teneur van de huidige Justitiebegroting dit adagium respecteert. Natuurlijk, ook ik heb de eerste zin van de beleidsagenda gelezen (ik citeer):

"versterking van de maatschappelijke structuur ­ die van de economie in het bijzonder - , verbetering van de veiligheid van de burger en verruiming van diens participatie en integratie, dat is de inzet van de overheid in de komende jaren" (einde citaat).

Ik kan dit moeilijk rijmen met de beleidsvoornemens van de minister van Justitie. De minister versterkt de maatschappelijke structuur helemaal niet! Naast de kabinetsbezuinigingen op de gehele linie die funest zijn voor de maatschappelijke structuur komt de minister van Justitie er overheen met budgetkortingen op de reclassering en de jeugdbescherming. In plaats daarvan komt er nóg grotere repressie en inbreuken op de burgerlijke vrijheden. Dat noem ik paniekpolitiek van een opdringerige nachtwaker.

Verbeteren de beleidsvoornemens daadwerkelijk de veiligheid van de burger? Ik betwijfel het. Het gaat er nu om bij politie, OM en de rechtbanken "meer handen aan het bed" te krijgen, binnen de bestaande rechtsstatelijke en financiële kaders. Ik vraag de minister dan ook in heldere bewoordingen en becijferingen aan te geven hoe deze Justitiebegroting daarin voorziet.

Ik vraag me af of de minister niet naast zijn eigen samenleving óók zijn eigen werkelijkheid aan het scheppen is. Dat blijkt bijvoorbeeld hoe de minister omgaat met het huidige softdrugbeleid. Aan buitenlanders mag, als het aan de minister ligt, geen softdrugs meer verkocht worden. Dat dit een schending van ons gelijkheidsbeginsel in de Grondwet laat ik even terzijde. De minister werkt feitelijk beschouwd mee aan de terugkeer van straathandel in softdrugs. Er ontstaat een niche waar velen bereid zijn te voorzien met alle overlast van dien. Ook bij de harddrugsbestrijding leeft de minister in een eigen werkelijkheid. Als vluchten met drugssmokkelaars vanuit de Antillen voor problemen zorgen op Schiphol, dan schrappen we gewoon de dienstregeling. De minister wil 100 procent controle: burgers moeten zich maar laten welgevallen dat ze gescreend en gescand worden in de jacht naar drugssmokkelaars. Dat is diep in de persoonlijke integriteit ingrijpende overheidsinterventie. En voor wat eigenlijk? Kan de minister zijn cijfermateriaal over de drugssmokkel op Schiphol nog eens weergeven, uitgesplitst naar smokkel op het lichaam en via containers.

De effectiviteit van repressie valt te verwaarlozen. Dat weten we al lange tijd en het is volstrekt onbegrijpelijk waarom de minister hierop zijn geld inzet. Criminaliteitspreventie dient volgens mijn fractie onder alle omstandigheden te prevaleren. Het langdurig sober opsluiten van gedetineerden heeft geen enkele zin en verergert de boel alleen maar, tenzij deze gedetineerden helemaal niet meer terugkeren in de samenleving, maar dat lijkt me toch niet de bedoeling. Gedetineerden moeten adequate penitentiaire programma's en, als dat nodig is, psychische bijstand krijgen die een criminaliteitsvrije carrière garanderen. De maatschappelijke organisaties die zich bezighouden met resocialisatie zullen best een efficiency-slag kunnen maken. Maar onbehouwen budgetkortingen onder het mom van "zet u zich alleen maar in voor succesvolle gevallen" tasten slechts de uitvoering van werkzaamheden aan.

Voorzitter, ik licht drie specifieke onderwerpen uit deze begroting.

Jeugdbescherming
Allereerst jeugdbescherming. In de eerste plaats lijkt veel te worden geïnvesteerd in jeugd. Extra middelen voor de jeugdreclassering, opvoedingsondersteuning en internaatachtige voorzieningen, het klinkt zo mooi. De justitiële jeugdinrichtingen worden echter met forse bezuinigingen geconfronteerd. Vreemd genoeg is dat in de begroting niet terug te lezen. Naar aanleiding van de aangekondigde bezuiniging hebben (op 15 oktober jl) de acht particuliere jeugdinrichtingen in een open brief aan de minister aangegeven welke bezwaren tegen deze bezuinigingen bestaan. Deze staan immers haaks op de wens van het kabinet om de samenleving veiliger te maken. De vraag aan de minister is dan ook waar deze bezuinigingsnoodzaak vandaan komt en in het bijzonder is het de vraag of een bezuiniging op deze instellingen wel een politieke keuze is. Dat lijkt namelijk onmogelijk het geval.

In de justitiële jeugdinrichtingen zitten kinderen met een zeer ernstige problematiek. Het gaat om jongeren waarvoor de maatschappij beschermd moet worden of die daar ter bescherming van zichzelf zijn geplaatst. Gezegd kan worden dat deze jeugdinrichtingen de laatste hoop zijn voor jongeren die dreigen weg te spoelen door het afvoerputje van onze samenleving. Deze inrichtingen vangen dus de zwaarste gevallen op, namelijk voor wie in de jeugdzorg of psychiatrie geen plek meer is. Dat wordt geïnvesteerd in oplossingen als Glenn Mills en Den Engh is geen oplossing voor deze jeugdigen, omdat zij daar niet worden toegelaten. Welke oplossing ziet de minister dan wel?

De inrichtingen hebben als belangrijkste doel beveiliging, resocialisatie en reïntegratie. Zij vullen dat in door een vervangende opvoedingssituatie aan te bieden met adequaat onderwijs en behandeling voor de problematiek van deze kinderen. Elke bezuiniging betekent minder zorg en behandeling omdat zij met een zak chips op cel worden gezet. Met opsluiten wordt de samenleving echter niet veiliger. En dat staat toch echt haaks op de beleidsdoelstelling van het kabinet. Opgemerkt wil ik nog hebben dat hierdoor tevens te vrezen valt voor een toename van geweld binnen de inrichting. Vreemd genoeg is vorig jaar nog, op aandringen van de Tweede Kamer, de personele bezetting in justitiele inrichtingen uitgebreid, juist vanwege de geconstateerde toegenomen onveiligheid in de inrichtingen. Kan de minister dit uitleggen?

Reclassering
Dan kom ik te spreken over reclassering

Waar de reclassering wordt gezien als een integraal onderdeel van de veiligheid, heeft het kabinet besloten tot een forse bezuiniging (17 miljoen in 2004 en 30 miljoen in 2005). Dat kan volgens de minister, omdat de reclassering selectiever te werk gaat. Daarnaast krijgt de reclassering zogenaamde intensiveringsgelden. Daarmee wordt gepretendeerd dat het dan met die bezuinigingen allemaal wel mee gaat vallen. Niets is minder waar. Ook hier bedriegt de schijn. Eén van de voorgestelde maatregelen is de selectie aan de voordeur. Waar geen kansrijke begeleiding wordt gesignaleerd, is voor de reclassering geen taak meer weggelegd. Mensen waar geen eer meer te behalen valt, worden dus gewoon afgeschreven. De minister miskent overigens dat vanwege het huidige capaciteitstekort nu al vaak rapportage-aanvragen worden teruggestuurd. Daarnaast miskent de minister dat vanwege die capaciteitstekorten ook nu al door het OM veelal wordt gevraagd om verkorte rapportages. Tot slot miskent de minister dat een rapportage noodzakelijk is voor een adequate straftoemeting en -uitvoering. Het ontbreken van een gedegen reclasseringsrapport tast direct de kwaliteit van de rechtspraak aan. Graag een reactie van de minister.

En niet alleen de kwaliteit van de rechtspraak boet in door de bezuinigingen op de reclassering. Ook de geloofwaardigheid ervan is in het geding. Waar op dit moment 90% van de taakstraffen slaagt, moet de reclassering haar toezicht en begeleiding bij de tenuitvoerlegging ervan in de toekomst beperken. Men wordt dus zowel letterlijk als figuurlijk met een hark het bos in gestuurd. Gelooft de minister werkelijk dat een geloofwaardige tenuitvoerlegging volstaat met het enkel opleggen ervan?

Wat betreft de geloofwaardigheid, vraag ik mij af hoe geloofwaardig de minister zelf is. Enerzijds merkt de minister in zijn beleidsvisie reclassering van 21 oktober jl op dat "Bij veelplegers midden in hun crimineel actieve carrière en een geringe verwachting van gedragsbeïnvloeding, zal een sobere opsluiting voorop staan. De geringe effectiviteits-verwachting bij deze categorie betekent dat in dat geval ook een reclasseringsaanbod achterwege blijft of sterk wordt versoberd." Aan de andere kant dient te reclassering echter, mede gezien de zogenaamde intensieveringsgelden extra in te zetten op de veelplegers. De vraag is dus wat de minister nou wil; dit lijkt nou precies de groep waar een gedragsverandering moeilijk te realiseren is. En hoe verhoudt dit zich met zijn wetsvoorstel ten aanzien van de voorgestelde maatregel voor veelplegers? Worden deze veelplegers straks nu wel of niet door de reclassering begeleid, zoals ook de bedoeling is van de al bestaande maatregel "strafrechtelijke opvang verslaafden". Of bedriegt ook hier de schone schijn en is het slechts de bedoeling deze mensen gedurende 2 jaar te kunnen opsluiten?

Mijn laatste voorbeeld.

"Om veiligheid te verzekeren is een geloofwaardige handhaving nodig", lees ik in de begroting. Ten behoeve van die handhaving zie ik allerlei plannen: plannen voor een vereenvoudigde procesgang, andere werkwijze voor de rechter, alternatieven voor geschillenbeslechting, modernisering van de organisatie. Een forse investering lijkt het geval. Hoewel het meer lijkt dan het feitelijk is, lees ik nergens dat het extra geld ook (structureel) meer officieren van justitie en rechters oplevert. Dat is wel dringend nodig om de huidige werklast en daarnaast de afgesproken extra 180000 zaken, waarvan 40000 extra rechtbankzaken aan te kunnen. Bedriegt ook hier de schone schijn?

Vreemdelingenbeleid
Op het gebied van het vreemdelingenbeleid: de aantallen vreemdelingen die naar Nederland komen zijn in de afgelopen jaren flink afgenomen. Naar verwachting komen er in 2004 zo'n achttienduizend asielzoekers naar Nederland. De keiharde Vreemdelingenwet 2000 werpt z'n wrange vruchten af. Want hoe is het nu eigenlijk gesteld met de kwaliteit van het vreemdelingenbeleid? Ik zie op dit moment een allesoverheersende preoccupatie met beheersing van de instroom van vreemdelingen. Ik wil de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie graag enkele ontwikkelingen in haar beleid voorhouden. Allereerst verdere versobering van de opvang. Het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers moet wegen zien te vinden om de kosten van opvang te beperken. De minister verzekert dat ze "zo veel mogelijk poogt de kwaliteit van de opvang te waarborgen". Het is dus allerminst uit te sluiten dat de minister er niet in slaagt de kwaliteit van de opvang te waarborgen. Wat dan: is de minister bereid onder de standaard voor humane opvang te duiken? Er lijkt me weinig anders op te zitten nu de kwaliteit van de opvang toch al tamelijk sober is en de kostprijzen voor opvang jaren geleden zijn vastgesteld en niet zijn geïndexeerd. Hoe gaat de minister om met medische zorg voor asielzoekers? Dat is immers de grootste kostenpost van de opvang. Is daar ook versobering te vrezen en zo ja hoe krijgt dat vorm? De versobering van de vreemdelingenbewaring zal als ik het goed begrepen heb vooral plaatsvinden op de programma's en de huisvesting. Eerder dit jaar ben ik op werkbezoek geweest in de Koning Willem II kazerne te Tilburg. Ik zag daar dat door het aanbieden van praktijkgerichte programma's mensen weer enig perspectief geboden werd om terug te keren naar het herkomstland. Ik zag daar óók dat mensen waarvan uitzetting naar het herkomstland onmogelijk bleek na zes maanden rücksichtslos buiten de poorten van de kazerne werden gedumpt. Kan de minister haar zienswijze geven op de mogelijke successen die versobering kan meebrengen voor terugkeer naar het land van herkomst?

In de verblijfsprocedures is het ook al schraalhans keukenmeester. In de procedures om een machtiging voorlopig verblijf te verkrijgen wil de minister de bezwaarfase afschaffen. Ik kan toch moeilijk aannemen wat de minister beweegt om deze stap te nemen: is de IND onfeilbaar of is de IND zo star dat in tweede instantie toch geen andere beslissing zal worden genomen? Kan de minister aangeven hoe dit plan zich verhoudt tot de gedachte dat er bij de IND een piepsysteem geldt: er wordt pas serieus naar dossiers gekeken als er bezwaar wordt gemaakt. Voorzitter, de kwaliteit verliest het ook hier van de kwantiteit. De AC-procedure is, zo heeft Human Rights Watch helder heeft geanalyseerd, niet in staat mensen recht te doen. Vrouwen die verkracht zijn, kinderen die niet alle details van hun relaas herinneren worden in de AC-procedure onverkort snel afgedaan. Ziet de minister, nu de asielcijfers kelderen, mogelijkheden om te investeren in kwaliteit: langduriger rechtshulp, goede opvang, ook voor tweede asielaanvragen, en bovenal afschaffing van de bizarre regel dat je na het nader gehoor geen nieuwe feiten en omstandigheden mag aandragen.

Voorzitter, tot slot.

"Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren", aldus Elsschot. Deze ministers laten zich niet veel gelegen liggen aan praktische bezwaren en de wetten maken ze zelf. Dit alles onder het mom van een veiliger samenleving. Rechtsbescherming van burgers wordt uitgekleed. Er wordt veel minder veel slechter gedaan. Gekortwiekte maatschappelijke organisaties krijgen een taakverzwaring. Het strafrecht is vanaf heden niet langer ultimum remedium, maar Donner's oplossing voor maatschappelijke problemen.

Marijke Vos
28 oktober 2003


- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -