Ministerie van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer Postbus 90801
2509 LV Den Haag
der Staten-Generaal Anna van Hannoverstraat 4
Binnenhof 1a Telefoon (070) 333 44 44
2513 AA `s-GRAVENHAGE Telefax (070) 333 40 33
Uw brief Ons kenmerk
117-03-SZW SV/V&V/03/85809
Onderwerp Datum
Verlenging overgangstermijn Wet BEU 7 november 2003
Bij brief van 30 oktober 2003 vraagt de voorzitter van de Vaste Commissie voor Sociale
Zaken en Werkgelegenheid naar de eventuele gevolgen van de opzegging van Verdrag nr. 118
voor het verdrag met Marokko (117-03-SZW). Op zich zelf bestaat tussen beide onderwerpen
geen relatie. Met Marokko is een handhavingsverdrag overeengekomen waarover uw kamer
verslag heeft ingediend. De export van uitkeringen vindt plaats op basis van het verdrag met
Marokko uit 1972. Wel is het zo dat indien Verdrag nr. 118 niet zou worden opgezegd, de
export van uitkeringen naar Marokko niet (langer) afhankelijk kan worden gesteld van
medewerking van Marokko aan handhaving van de Nederlandse socialezekerheidswetgeving.
Verder maak ik van de gelegenheid gebruik om de relatie tussen de brief van 5 november
2003 (SV/V&V/03/83561) over de gevolgen van een uitspraak van de Centrale Raad van
Beroep over Verdrag nr. 118 van de Internationale Arbeidsorganisatie en de verdere
behandeling van het wetsvoorstel van enkele socialeverzekeringswetten inzake verlenging van
het bij de Wet beperking export uitkeringen behorende overgangsrecht en enkele andere
wijzigingen (28 983) te verduidelijken.
In de brief van 5 november 2003 is aangegeven dat de exportrestricties van de Wet beperking
export uitkeringen (Wet BEU) worden opgeschort totdat Verdrag nr. 118 is opgezegd. Dit
neemt niet weg dat de verdere behandeling van het wetsvoorstel tot verlenging van de
overgangstermijn van de Wet BEU nog steeds wenselijk is.
Aanleiding tot het opschorten van de exportrestricties van de Wet BEU is een uitspraak van
de Centrale Raad van Beroep van 14 maart 2003. Omdat deze uitspraak geen terugwerkende
kracht heeft voor uitkeringsgerechtigden die niet zelf beroep hebben aangetekend, is de
verlenging van de overgangstermijn nog steeds noodzakelijk voor de periode 1 januari 2003
tot 14 maart 2003.
---
Ik zou het daarom op prijs stellen als u de behandeling van het wetsvoorstel maandag 10
november in het wetgevingsoverleg van de vaste commissie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid zou willen voortzetten. Daar komt bij dat het onderhavige wetsvoorstel ook
voorziet in de afschaffing van de driemaandstermijn.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid,
(M. Rutte)