HBO-Raad


verschenen op: 15-12-2003

Visitatiecommissie beoordeelt opleidingen bedrijfswiskunde positief

De opleidingen Bedrijfswiskunde van de Nederlandse hogescholen leveren waardevolle krachten voor het bedrijfsleven en (semi-) overheidsinstellingen af. Dit concludeert de onafhankelijke visitatiecommissie die, onder voorzitterschap van de heer prof.dr. J. van de Craats, in 2003 vier hbo-opleidingen Bedrijfswiskunde voor de eerste keer op hun kwaliteit heeft beoordeeld. De bevindingen zijn vastgelegd in het vandaag gepubliceerde visitatierapport Analyse en inzicht. Bedrijfswiskundige is een nieuw en nog tamelijk onbekend beroep. Het overgrote deel van de hbo-studenten in de bedrijfswiskunde is min of meer toevallig tegen de opleiding aangelopen. Er blijkt dus geen effectief wervingsbeleid gevoerd te worden.

De commissie heeft bij haar visitatie vier opleidingen aangetroffen waarvan de afgestudeerden moeiteloos aantrekkelijke banen blijken te vinden. De afgestudeerden zijn breed inzetbaar in verschillende bedrijfstakken en in toepassingsgebieden als statistiek; actuariële wiskunde; database marketing; wiskundige software-ontwikkeling; logistiek en planning; bedrijfsanalyse en risk management. Bedrijfswiskundigen zijn medewerkers die via een kwantitatieve benadering informatie verzamelen en structureren op basis waarvan beleidsvoering en besluitvorming in organisaties onderbouwd kunnen worden.

Vraagstukken waar een bedrijfswiskundige in de beroepspraktijk mee geconfronteerd wordt, vormen een belangrijke inspiratiebron bij de invulling van de studieprogrammas. De commissie heeft met tevredenheid een toenemende aandacht voor project- en probleemgestuurd onderwijs geconstateerd en voor persoonlijke begeleiding van de studenten. Een belangrijk uitgangspunt bij alle vier de opleidingen is dat de student in toenemende mate zijn eigen leerproces dient te sturen. De commissie is van mening dat met name in de eerste studiejaren naast het projectmatig werken ook traditioneel onderwijs in de vorm van colleges of werkcolleges in veel gevallen onmisbaar is. Studenten moeten zich immers eerst wiskundige basistechnieken en een strenge wiskundige redeneertrant eigen maken.

De commissie heeft vastgesteld dat de vertegenwoordigers van het werkveld met wie zij gesproken heeft, overwegend positief tot zeer positief zijn over de kwaliteiten van de stagiaires en de afgestudeerden van de vier opleidingen. Het nadrukkelijke verzoek van afgestudeerden en vertegenwoordigers van het beroepenveld om vooral niet te tornen aan de hoeveelheid en de diepgang van de fundamentele wiskunde- en statistiekvakken in de opleiding, heeft de commissie getroffen. In de gesprekken kwam een aantal malen naar voren dat een bedrijfswiskundige zich van collegas met een verwante kwantitatieve of financiële hbo-opleiding onderscheidt door zijn analytisch vermogen en sterk oplossingsgerichte probleemaanpak.

Een belangrijk probleem is de onbekendheid van de opleiding bij scholieren, universitaire studenten, het grote publiek en zelfs bij vakwiskundigen. De commissie adviseert de opleidingen dan ook om gezamenlijk met ondersteuning van de vier hogescholen het beroep van bedrijfswikundige en de goede arbeidsmarktperspectieven van de afgestudeerden landelijk en regionaal meer bekendheid te geven.

De visitatiecommissie was samengesteld uit vertegenwoordigers uit het wetenschappelijk onderwijs, de beroepspraktijk en twee studenten. Voorzitter tevens lid van de commissie: de heer prof.dr. J. van de Craats, hoogleraar wiskunde aan de Koninklijke Militaire Academie, de Universiteit van Amsterdam en de Open Universiteit Nederland. Leden van de commissie:
- De heer A.C.J. Bullens, managing director Interpolis;
- Mevrouw L.E.H.M. Cruts, derdejaars student Bedrijfswiskunde, Fontys Hogeschool Tilburg;
- De heer D.A. Kenbeek, derdejaars student Bedrijfswiskunde & Informatica, Noordelijke Hogeschool Leeuwarden;
- De heer prof.dr. H.C. Tijms, hoogleraar operationele research aan de Vrije Universiteit Amsterdam, afdeling Economatica.