Ministerie van Economische Zaken
Berichtnaam: Beantwoording Tweede Kamervragen lid De Krom (VVD) Nummer: 523
Datum: 08-04-2004

Vragen van het lid De Krom (VVD) aan de minister van Economische Zaken over de kosten voor het benutten van windenergie. (Ingezonden 22 maart 2004)

1.
Kent u het bericht Onnodig veel subsidie op windenergie? 1)

Ja.

2.
Van welk bedrag gaat uw ministerie uit bij de bouw van een windmolenpark van 100 megawatt?

Het artikel Onnodig veel subsidie op windenergie gaat in op de subsidies voor windenergie op zee. Bij de berekeningen van de subsidies voor windenergie op zee voor de MEP is uitgegaan van 2000 euro per kW aan investeringskosten. Bij 100 megawatt levert dit een investeringssom op van 200 miljoen Euro.

3.
Wat is de oorzaak van het verschil tussen de kostenramingen voor een windmolenpark van 100 megawatt zoals beschreven in het artikel?

Het artikel verwijst naar publicaties waar lagere kostenramingen (1250-1500 euro per kW) in genoemd zijn.
1)Financieel Dagblad, 17 maart jl.

Het getal van 1250 is afkomstig uit een IEA publicatie en is waarschijnlijk gebaseerd op de kosten van het Middelgrunden park vlak bij Kopenhagen. Hierbij zijn twee opmerkingen te maken. Ten eerste gaat het om een park dat relatief zeer dichtbij de kust ligt. Ten tweede variëren de kostenschattingen van dit park per bron. Zo worden in een recente studie van Garrad Hassan de investeringskosten op ca. 1480 euro/kW geschat.
Het getal van 1500 euro/kW wordt in het artikel genoemd in verband met een te ontwikkelen offshore park door Evelop in het Verenigd Koninkrijk. Hierbij moet worden opgemerkt dat het een inschatting voor de kosten van een nieuw park in 2008 betreft en uiteraard om een andere locatie gaat.
De verschillen in kostenschattingen hebben meerdere oorzaken. Van invloed op de investeringskosten is met name de afstand tot de kust (de tot nu toe gerealiseerde wind-op-zee-projecten in het buitenland liggen dichter bij de kust), de bodemgesteldheid, de waterdiepte, de golfslag en de gekozen fundering. Voor de berekening ten behoeve van de MEP is uiteraard uitgegaan van de karakteristieken van de Noordzee als locatie en is zo veel mogelijk gebruik gemaakt van de op dat moment beschikbare technische en financiële gegevens van de twee voorgenomen windparken op zee voor de Nederlandse kust (Nearshore windpark en Q7). Overigens wijst een recente studie van Garrad Hassan, een in wind offshore gespecialiseerd internationaal onderzoeksbureau, uit dat de investeringskosten van de huidige generatie wind op zee parken in het Verenigd Koninkrijk in dezelfde orde van grootte liggen als de bij de MEP aangenomen 2000 euro per kW. De bij mij bekende cijfers van de eerste twee voorgenomen windparken voor de Nederlandse kust wijzen erop dat de investeringskosten hiervan momenteel zelfs hoger liggen dan de eerder aangenomen 2000 euro per kW .


4.

Van welk totaalbedrag aan overheidssteun, bezien over een levensduur van tien jaar, gaat u uit?


Uitgaande van het MEP-subsidietarief van 9,7 eurocent voor 2005 (het jaar waarin naar verwachting de eerste windparken op zee voor de Nederlandse kust gaan starten met productie van duurzame elektriciteit) en een jaarlijkse productie van 335 Gwh, zal het totale bedrag aan MEP-subsidies over een periode van 10 jaar 325 miljoen euro bedragen. Het betreft hier nominale uitgaven. De Netto Contante Waarde van deze uitgaven bedraagt 220 miljoen euro (netto contant gemaakt met een disconteringsvoet van 7,8 % overeenkomstig de in de MEP gehanteerde discontovoet). Bij de MEP-berekeningen is verder uitgegaan van het beschikbaar komen van de Energie investeringsaftrek (EIA) voor de windparken op zee tot een maximum van 50 miljoen euro aan investeringskosten. Bij een VPB-tarief van 34,5% betekent dit voor het windpark op zee ter grootte van 100 MW een voordeel van ruim 9 miljoen euro.


Voor individuele windparken kan dit EIA-voordeel overigens afwijken van het bij de MEP bij bepaalde aannames berekende voordeel. Daarnaast is bij de eerste twee windparken op zee sprake van een aanvullende bijdrage van de overheid.


Voor het Nearshore windpark is dat een CO2-subsidie van 27 miljoen euro en voor het windpark Q7 is dat een Vamil-bijdrage waarvan het subsidie-equivalent wordt geschat op 16,5 miljoen euro.


5.

Is het waar dat de operationele kosten van een windmolenpark kunnen worden voldaan uit de stroomopbrengst? Zo ja, wat is uw visie hierop?


Uitgaande van de op dit moment beschikbare gegevens over operationele kosten en stroomopbrengsten (exclusief MEP-subsidie, effect van CO2-emissiehandel en waarde garanties van oorsprong) luidt het antwoord op uw vraag "neen".


Uit de consultaties ten tijde van de MEP-berekeningen is door ECN vastgesteld dat de operationele kosten van een windpark op zee naar verwachting gemiddeld 2,3 eurocent per kWh bedragen. Hier tegenover staat een verwachte gemiddelde opbrengst uit verkoop van stroom van 2,1 eurocent per kWh (2,7 eurocent -/- 0,6 eurocent onbalanskosten). Op dit moment is dit de best beschikbare schatting voor windparken op zee voor de Nederlandse kust. Zoals u mogelijk weet, is aan het Nearshore windpark een uitgebreid monitoringprogramma verbonden. Dit programma zal ook veel meer inzicht verschaffen in de technische en economische aspecten van windparken voor de Nederlandse kust. In combinatie met gegevens uit internationale studies kunnen de berekeningen van kosten en opbrengsten worden gebaseerd op realisatiecijfers in plaats van verwachtingen.


6.

Hoe beoordeelt u de uitspraken van Energie Centrum Nederland (ECN) dat de tarieven voor windenergie in Nederland aan de hoge kant zijn?


Naar ik heb begrepen van ECN is daarmee bedoeld dat bij de berekeningen van de MEP geconstateerd is dat een aantal internationale studies uit kwamen op lagere investeringskosten dan ECN op basis van de beschikbare cijfers van de eerste twee windparken op zee voor de Nederlandse kust. Voor een verklaring verwijs ik naar antwoord op vraag 3.


7.

Kunt u verklaren, uitgaande van een kostprijs van 7,1 eurocent per kilowattuur, waarom de overheid 9,7 eurocent per kilowattuur subsidieert?


De subsidie van 9,7 eurocent per kWh wordt gedurende 10 jaar uitbetaald en valt daarna terug tot 0 eurocent per kWh. Deze subsidie mag dus niet direct vergeleken worden met een kostprijs die betrekking heeft op de totale productie. Ik heb begrepen dat de door het CPB genoemde kostprijs van windenergie van 7,1 eurocent per kWh afkomstig is uit een IEA-studie uit 1998.


8.

Bent u bereid in te grijpen in de tarieven wanneer blijkt dat de kosten daadwerkelijk lager zijn dan oorspronkelijk was geraamd?


De MEP is bedoeld om investeerders meer zekerheid te geven dan er was onder de vorige stimuleringsregelingen. Elk jaar wordt opnieuw een zo goed mogelijke schatting gemaakt van kosten en opbrengsten voor elke duurzame energie optie. Indien blijkt dat subsidietarieven te hoog zijn ingeschat betekent dit dat de subsidietarieven voor nieuwe projecten lager zullen worden vastgesteld. Het is echter niet de bedoeling om reeds gepubliceerde MEP-subsidietarieven lager vast te stellen, net zo min als ik overigens van plan ben deze subsidietarieven hoger vast te stellen na publicatie. De investeerders moeten op een gegeven moment bij hun "go / no go"-beslissing - weten waar ze aan toe zijn voor wat betreft de te verwachten overheidssubsidie. Anders werkt het niet.
Overigens geldt voor de windparken NSW en Q7 dat het totaal aan subsidies, dus de daadwerkelijk te verwachte MEP-subsidies, EIA, Vamil en/of CO2-subsidies, getoetst is aan het Milieusteunkader van Brussel en is geconstateerd dat het totaal aan overheidssteun binnen de grenzen van het milieusteunkader blijft en van onnodig veel subsidie op windenergie geen sprake is.


Tot slot. Zoals ik u reeds heb laten weten in het AO van 12 februari jl. krijgt u van mij voor eind april mijn inschatting van de kosten (en verwachte kostendaling) voor de verdere ontwikkeling van wind op zee.