Rabobank Nederland

Rabobank bepleit duurzaam energieprogramma

7 december 2004


- energiebesparing stimuleren

- omschakelen naar alternatieve energiebronnen
- zowel nationaal als Europees

,,De Nederlandse overheid moet de overschakeling op alternatieve energiebronnen krachtig stimuleren en een duurzaam energieprogramma ontwikkelen. Deze twee maatregelen verminderen de uitstoot van CO2 en de economische afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, die voor het overgrote deel afkomstig zijn uit politiek instabiele regio's en eindig zijn''. Dit stelde bestuursvoorzitter drs. H. (Bert) Heemskerk van de Rabobank dinsdag bij de presentatie van de economische vooruitzichten voor 2005.

De nadelen van fossiele brandstoffen

,,Beschikbaarheid van voldoende schone energie is van levensbelang voor een duurzame, gezonde economische groei. Het terugdringen van het gebruik van fossiele brandstoffen zou dan ook de hoogste prioriteit moeten hebben'', aldus Heemskerk. Zoals bekend zijn dergelijke brandstoffen als veroorzakers van het broeikaseffect erg schadelijk voor het milieu. De flinke stijging van de olieprijzen heeft sterke invloed op de economie en illustreert daarmee de kwetsbaarheid van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Bij de huidige productie zou de olievoorraad bijvoorbeeld binnen 40 jaar uitgeput kunnen zijn. Een ander knelpunt is dat fossiele brandstoffen zich in politiek minder stabiele regio's bevinden. Zo is 45% van de Europese olie-import afkomstig uit het Midden-Oosten. Energiebesparing en alternatieve energiebronnen
Heemskerk wees op twee manieren om het belang van fossiele brandstoffen te verminderen. Allereerst verdient energiebesparing meer aandacht. Daarmee is namelijk nog flinke winst te behalen. Bijvoorbeeld door het verminderen van het aantal niet permanent bezette werkplekken, het stimuleren van telewerken en het gebruik van energieprestatienormen bij de bouw van Vinex wijken. Bovendien vergemakkelijkt energiebesparing de overgang naar alternatieve energiebronnen, omdat er als gevolg hiervan minder energie uit dit soort bronnen nodig is om aan de vraag te voldoen.

Een tweede manier om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen is het gebruik van alternatieve energiebronnen. Niet elke alternatieve energiebron is echter even levensvatbaar. Tegenover aantrekkelijke voordelen staan namelijk vaak ook belangrijke nadelen. Windenergie heeft bijvoorbeeld een groot potentieel, is schoon, onuitputtelijk en in Nederland goed toepasbaar. Daartegenover staat, dat het aanbod sterk fluctueert en er hoge kosten mee zijn gemoeid. Biomassa is juist weer niet geheel milieuvriendelijk, ofschoon het wel een groot potentieel heeft. Een derde voorbeeld is kernenergie. Deze energievorm produceert geen CO2-uitstoot, is relatief goedkoop en heeft een groot potentieel. Kernenergie heeft als belangrijke nadelen het radioactieve afval en het gebrek aan maatschappelijk draagvlak. Heemskerk wees er in dit verband op dat in Frankrijk inmiddels 76% van de energievoorziening afkomstig is van kernenergie.

Alhoewel wij in Nederland mondiaal voorop lijken te lopen op het gebied van duurzaamheid, staat in Nederland de ontwikkeling van alternatieve energiebronnen nog in de kinderschoenen. In Nederland is slechts 3,5% van het totale energieverbruik afkomstig uit duurzame energiebronnen. Voor de vijftien EU-landen bedraagt dit percentage 5,6% (voornamelijk windenergie). In andere landen ligt de productie van niet fossiele energie beduidend hoger. Zo wordt in Denemarken 19% van de elektriciteit geproduceerd door windmolens. In Noorwegen wordt 99% van het elektriciteitsverbruik door waterkracht geleverd. In ontwikkelingslanden komt 35% van de energievoorziening uit bio-energie. Uit deze cijfers concludeert de Rabobank dat ons land achter loopt in de ontwikkeling van duurzame energie.

Krachtig overheidsbeleid noodzakelijk
De overheid moet daarom volgens Heemskerk versneld het voortouw nemen voor de ontwikkeling van grootschalige projecten (zoals de windmolen eilanden voor de Nederlandse kust) en actiever voorwaarden creëren die leiden tot vermindering van het gebruik van fossiele brandstoffen. Energiebesparende investeringen en het gebruik van alternatieve bronnen moeten krachtig worden gestimuleerd. Bovendien is het belangrijk dat procedures worden verkort. Zo kost een vergunningsaanvraag voor het bouwen van windmolens op land vier tot zeven jaar. Daar komt nog bij dat ondersteunende regelingen vaak wijzigen (sinds 1995 vijf maal, waarvan vier maal sinds 1999). De overheid zou zich derhalve ook een stabielere partner moeten tonen. Tot slot wees de bestuursvoorzitter op het belang van een meer strategisch vormgegeven Europees energiebeleid. Volgens Heemskerk zouden Europese overheden meer moeten samenwerken in de toepassing van nieuwe energietechnologieën en een daarop afgestemd R&D-beleid. Ook een brede Europese aanpak op het gebied van energieheffingen is wenselijk.

Het rapport 'Energie: Het belang van alternatieve bronnen' is, evenals 'Visie op 2005', te vinden op www.rabobankvisie.com.