Ministerie Tewerkstelling en Arbeid Belgie

De bescherming van stagiairs : commentaar bij het koninklijk besluit van 21 september 2004

Het koninklijk besluit van 21 september 2004 betreffende de bescherming van stagiairs (B.S. van 4 oktober 2004) past enerzijds het koninklijk besluit van 3 mei 1999 betreffende de bescherming van de jongeren op het werk aan, om de regels betreffende het gezondheidstoezicht van deze jongeren in het algemeen beter af te stemmen op de realiteit van de bedrijven en voert anderzijds een specifieke regeling in voor de toepassing van de reglementering inzake het welzijn op het werk op de specifieke categorie van personen die de stagiairs vormen. In een eerste hoofdstuk van deze commentaar wordt daarom eerst het algemeen regime dat van toepassing is op de jongeren toegelicht. In een tweede hoofdstuk wordt vervolgens nader ingegaan op de specifieke toestand van de stagiairs.

Hoofdstuk I.- Het gezondheidstoezicht op jongeren op het werk : algemeen regime

Afdeling I : de toestand vóór 1 september 2004

Artikel 12 van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 betreffende de bescherming van jongeren op het werk bepaalde in welke gevallen het gezondheidstoezicht verplicht was ten opzichte van jongeren.

Voor de toepassing van die bepaling had het begrip "jongere" betrekking op de volgende personen die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt :

1° de werknemers, d.w.z. personen verbonden met een arbeidsovereenkomst;

2° de personen verbonden met een leerovereenkomst ;
3° de stagiairs;

4° de jobstudenten.

De werkgever was in twee gevallen verplicht al deze personen te onderwerpen aan een voorafgaande gezondheidsbeoordeling :
- wanneer zij voor de allereerste keer werden tewerkgesteld;
- wanneer zij nachtarbeid dienden te verrichten.

Daarnaast was er jaarlijks een gericht medisch onderzoek, wanneer de betrokkene werd blootgesteld aan een specifiek gezondheidsrisico, nl. een risico dat verband hield met het feit dat hij een jongere is en in geval van nachtarbeid.

De derde hypothese betrof de situatie waarbij de betrokken jongere onderworpen was aan hetzelfde gezondheidstoezicht als de andere werknemers van de onderneming of instelling omdat zij tewerkgesteld werden in een veiligheidsfunctie, een functie met verhoogde waakzaamheid, een activiteit met welbepaald risico of een activiteit verbonden aan voedingswaren. In die gevallen was het koninklijk besluit van 28 mei 2003 betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers volledig van toepassing.

Afdeling II : de toestand vanaf 1 september 2004

Door het koninklijk besluit van 21 september 2004 wordt deze regeling bijgesteld.

Het koninklijk besluit van 3 mei 1999 betreffende de bescherming van de jongeren op het werk is voortaan van toepassing op de volgende categorieën van personen :

1° de minderjarige werknemers die 15 jaar zijn of ouder en die niet meer onder de voltijdse leerplicht vallen;

2° de personen verbonden door een leerovereenkomst, ongeacht de leeftijd;

3° de jobstudenten, ongeacht de leeftijd.

Wat het gezondheidstoezicht betreft, gelden, als algemene regel, de bepalingen van het koninklijk besluit van 28 mei 2003 betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers. Dit impliceert dat het gezondheidstoezicht van toepassing is op de volgende categorieën van personen :

- personen in een veiligheidsfunctie, zoals bijvoorbeeld het bedienen van gevaarlijke machines;

- personen in een functie met verhoogde waakzaamheid, zoals bijvoorbeeld het uitoefenen van activiteiten in een controlekamer van een kerncentrale;

- personen die een activiteit uitoefenen met een welbepaald risico : het gaat hier onder meer om de blootstelling aan fysische (hoge of lage temperatuur), chemische en biologische (virussen, bacterieen) agentia;

- personen die een activiteit verbonden aan voedingswaren uitoefenen : d.w.z. elke activiteit die een behandeling of een onmiddellijk contact inhoudt met voedingswaren of -stoffen die bestemd zijn voor consumptie ter plaatse of voor verkoop en die kunnen worden besmet of bezoedeld.

Deze algemene regeling houdt in dat op deze personen de volgende onderzoeken van toepassing zijn :

- de voorafgaande gezondheidsbeoordeling : deze heeft tot doel vast te stellen of de betrokken persoon effectief geschikt is voor de functie die hij zal uitoefenen;

- de periodieke gezondheidbeoordeling : deze heeft tot doel vast te stellen of de gezondheid van de werknemer niet werd aangetast door de uitgeoefende functie om vervolgens vast te stellen welke maatregelen kunnen worden genomen;

- het onderzoek bij werkhervatting : dit onderzoek heeft tot doel vast te stellen of de betrokkene opnieuw in staat is zijn vroegere functie op te nemen;

- het voortgezet gezondheidstoezicht : dit onderzoek geldt voor zeer risicovolle beroepen en heeft tot doel er voor te zorgen dat een werknemer die zijn activiteit heeft stopgezet verder onder medisch toezicht blijft. Dit toezicht is vereist om tijdig maatregelen te treffen wanneer de gezondheidstoestand van de werknemer is aangetast ingevolge het werk;

- de spontane raadpleging : dit is een medisch onderzoek op vraag van de werknemer zelf.

Het koninklijk besluit van 28 mei 2003 betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers bepaalt voorts volgens welke regels het gezondheidstoezicht wordt uitgeoefend en wat de verschillende verplichtingen zijn van de werkgever, de werknemers en de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer.

Naast dit algemeen gezondheidstoezicht dat van toepassing is in alle gevallen waarin jongeren worden tewerkgesteld in dezelfde situaties als de andere werknemers, bestaat er een specifiek gezondheidstoezicht dat werd ingevoerd om rekening te houden met een aantal kenmerken die eigen zijn aan de jongeren. Het gaat hier om :

- het feit dat jongeren nog niet volgroeid zijn en bepaalde activiteiten derhalve een invloed kunnen hebben op hun fysieke of psychische ontwikkeling;

- het feit dat jongeren nog onvoldoende ervaring hebben en ze daardoor een groter risico lopen.

Om die reden moeten bepaalde jongeren steeds aan de voorafgaande gezondheidsbeoordeling worden onderworpen. Het betreft :
- de jongeren die op het ogenblik van het begin van hun tewerkstelling de leeftijd van 18 jaar nog niet bereikt hebben;
- de jongeren die nachtarbeid verrichten;

- de jongeren die in toepassing van de afwijkingsbepalingen op het verbod tot tewerkstelling worden blootgesteld aan de risico's bedoeld in de bijlage bij het koninklijk besluit van 3 mei 1999.

Deze jongeren dienen, in de gevallen voorzien bij het koninklijk besluit van 28 mei 2003 betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers, eveneens onderworpen te worden aan een periodieke gezondheidsbeoordeling.

Afdeling III.- Verschillen met de vroegere reglementering

Het passend gezondheidstoezicht dat hetzelfde is als datgene dat geldt voor de gewone werknemers blijft verder van toepassing.

Het veralgemeend gezondheidstoezicht op alle jongeren die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt wordt afgeschaft. In de plaats van dit gezondheidstoezicht komt er een specifiek gezondheidstoezicht in functie van de risico's eigen aan jongeren op het werk. Concreet betekent dit dat vanaf het ogenblik dat de leeftijd van 18 jaar wordt bereikt er steeds moet gekeken worden naar de risico's waaraan de betrokkene wordt blootgesteld om te bepalen of gezondheidstoezicht al dan niet vereist is. Deze risico's kunnen specifiek zijn (verbonden aan nachtarbeid of principieel verboden arbeid) of algemeen zijn, volgens het regime dat geldt voor de gewone werknemers. Voor jongeren die nog geen 18 jaar oud zijn blijft het veralgemeend gezondheidstoezicht bestaan.

De stagiairs worden beschouwd als een aparte categorie van personen waarvoor er een specifieke regeling geldt. Deze regeling wordt in hoofdstuk II besproken.

Hoofdstuk II. De bescherming van de stagiairs

Afdeling I.- Toepassingsgebied

Het koninklijk besluit van 21 september 2004 is van toepassing op de werkgever, de stagiairs en de onderwijsinstellingen.

Het begrip stagiair wordt omschreven als volgt : "elke leerling of student die in het kader van een leerprogramma georganiseerd door een onderwijsinstelling, daadwerkelijk arbeid verricht bij een werkgever, in gelijkaardige omstandigheden als de werknemers in dienst van die werkgever, en dit met het oog op het opdoen van beroepservaring."

Door deze begripsomschrijving worden alleen deze stageactiviteiten in aanmerking genomen, waarbij de stagiair daadwerkelijk prestaties levert bij de werkgever. Dit impliceert dat de wetgeving niet van toepassing is op observatiestages, bedrijfsbezoeken en dergelijke, daar de stagiair dan niet wordt belast met het uitvoeren van concreet werk.

De werkgever bij wie de stagiair zijn stage uitvoert wordt voor de toepassing van de wetgeving als de werkgever van de stagiair beschouwd. De verplichtingen die voortvloeien uit de specifieke regeling inzake de stage liggen dus in eerste instantie bij deze werkgever.

Dit neemt niet weg dat ook de onderwijsinstelling, d.w.z. elke instelling die regulier onderwijs verstrekt, moet betrokken worden bij de bescherming van de stagiairs wanneer zij op een stageplaats activiteiten verrichten. Het gaat hier hoofdzakelijk om een ondersteunende of coördinerend rol, gesteund op informatieuitwisseling.

Afdeling II.- Risico-analyse en preventiemaatregelen

De werkgever bij wie de stagiair wordt tewerkgesteld moet een analyse uitvoeren van de risico's waaraan de stagiair bij zijn arbeid kan worden blootgesteld, met het oog op het beoordelen van alle risico's voor de veiligheid, de lichamelijke en geestelijke gezondheid of de ontwikkeling, ten gevolge van een gebrek aan ervaring, doordat zij zich van risico's niet bewust zijn of doordat hun ontwikkeling nog niet is voltooid.

Deze analyse vindt plaats voordat de stagiairs met hun arbeid beginnen en moet ten minste één maal per jaar worden hernieuwd of gewijzigd, alsook bij elke belangrijke wijziging van de werkpost.

Die analyse moet het in elk geval mogelijk maken de agentia, procédés en werkzaamheden te herkennen die opgenomen zijn in de bijlage bij het koninklijk besluit van 3 mei 1999 betreffende de bescherming van de jongeren op het werk.

Op grond van de risicoanalyse, treft de werkgever de preventiemaatregelen voor de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de stagiairs, zodat zij beschermd zijn tegen elk risico dat hun veiligheid, lichamelijke of geestelijke gezondheid, of ontwikkeling kan schaden. Deze preventiemaatregelen hebben tot doel de risico's te voorkomen, de schade te voorkomen of de schade te beperken.

Eén van deze preventiemaatregelen betreft het verbod van tewerkstelling aan bepaalde activiteiten, die eveneens opgenomen zijn in de bijlage bij het koninklijk besluit van 3 mei 1999. Leerlingen en studenten worden evenwel opgeleid om een bepaald (soms gevaarlijk) beroep uit te oefenen, waarvoor het nodig is dat zij met gevaarlijke stoffen en preparaten omgaan of gevaarlijke machines bedienen. Zij kunnen tijdens de stage dan ook dergelijk risicovolle activiteiten verrichten onder de volgende voorwaarden :

- de werkgever vergewist er zich van dat de preventiemaatregelen effectief zijn;

- een lid van de hiërarchische lijn controleert ze;
- de activiteiten gebeuren steeds in aanwezigheid van een ervaren werknemer.

Een andere preventiemaatregel heeft betrekking op het onthaal en de begeleiding van de stagiairs in de onderneming of instelling. De werkgever moet de nodige maatregelen vaststellen inzake onthaal en begeleiding van de stagiairs. Het doel hiervan is dat de aanpassing van de stagiairs aan en hun integratie in het beroepsleven wordt bevorderd en dat zij in staat worden gesteld hun arbeid naar behoren uit te oefenen. Deze maatregelen worden vastgesteld na advies van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk en na advies van het comité voor preventie en bescherming op het werk.

Een volgende preventiemaatregel betreft het gezondheidstoezicht dat in een volgende afdeling nader wordt toegelicht.

Afdeling III.- Informatieuitwisseling

De werkgever informeert de onderwijsinstelling over de resultaten van de risico-analyse waarbij hij in het bijzonder preciseert of er een type van gezondheidstoezicht noodzakelijk is en over welk gezondheidstoezicht het gaat. Hij vermeldt tevens of de stagiair bepaalde inentingen moet krijgen en of het noodzakelijk is onmiddellijk maatregelen te treffen die verband houden met de moederschapsbescherming.

De onderwijsinstelling moet deze informatie ontvangen om te kunnen nagaan of de preventiemaatregelen effectief worden toegepast door de werkgever.

Bij tewerkstelling op een werkpost of activiteit waarvoor een type gezondheidstoezicht vereist is, moet er bovendien door de werkgever bijkomend informatie worden gegeven aan zowel de onderwijsinstelling als aan de stagiair. Deze informatie moet schriftelijk worden verstrekt en heeft betrekking op :

- de beschrijving van de werkpost of activiteit die een passend gezondheidstoezicht vereist;

- de aard van het risico dat een specifiek gezondheidstoezicht vereist;

- alle toe te passen preventiemaatregelen;

- de aangepaste opleiding, met het oog op de toepassing van de preventiemaatregelen;

- de verplichtingen die de stagiair moet naleven in verband met de risico's eigen aan de werkpost of activiteit.

Door dit document te verstrekken zijn alle partijen op de hoogte van hun rechten en plichten.

Afdeling IV.- Gezondheidstoezicht

Wanneer uit de risico-analyse blijkt dat de stagiair wordt tewerkgesteld aan een activiteit waarvoor gezondheidstoezicht vereist is kan dit gezondheidstoezicht twee vormen aannemen.

Enerzijds kan het gaan om een blootstelling aan risico's waarvoor ook voor de gewone werknemers van de onderneming of instelling gezondheidstoezicht geldt. In het besluit wordt dit het "passend gezondheidstoezicht" genoemd.

Anderzijds kan het gaan om het "specifiek gezondheidstoezicht", dat voortvloeit uit het feit dat de stagiair :

- op het ogenblik van zijn tewerkstelling de leeftijd van 18 jaar nog niet bereikt heeft;

- nachtarbeid verricht;

- in toepassing van de afwijkingsbepalingen worden blootgesteld aan ernstige risico's waarvoor er normaal een verbod tot tewerkstelling geldt.

Dit kan verduidelijkt worden aan de hand van het volgende voorbeeld. Wanneer een stagiair wordt blootgesteld aan de biologische agentia van groep 3 en 4 die dus een ernstig risico voor de gezondheid inhouden, is het specifiek gezondheidstoezicht van toepassing. Wanneer een stagiair daarentegen wordt blootgesteld aan biologische agentia van groep 1 en 2 geldt het passend gezondheidstoezicht.

In een aantal gevallen zal de werkgever, overeenkomstig de toepasselijke wetgeving, eveneens moeten instaan voor de inentingen en in de gevallen waarbij er een blootstelling aan ioniserende stralingen nodig is, moet bovendien een dosimetrische controle worden toegepast.

Elk type van gezondheidstoezicht wordt uitgevoerd door het departement of de afdeling belast met het medisch toezicht van de interne of externe dienst voor preventie en bescherming op het werk van de werkgever. Dit impliceert dus dat het gezondheidstoezicht steeds wordt uitgevoerd door de arbeidsgeneesheer van de werkgever.

In de vroegere regeling waren er verschillende vragen omtrent welke werkgever het gezondheidstoezicht moest uitvoeren en welke de frequentie was van deze onderzoeken. Artikel 7 van het koninklijk besluit van 21 september 2004 bepaalt thans uitdrukkelijk de nadere regels betreffende het gezondheidstoezicht op stagiairs.

Deze regels kunnen als volgt samengevat worden :


1. voor stagiairs bestaat er enkel een voorafgaande gezondheidsbeoordeling. Rekening houdend met de aard van hun activiteiten en de duur ervan heeft de toepassing van de andere vormen van gezondheidsbeoordeling weinig zin. Derhalve zijn noch de periodieke gezondheidsbeoordeling, noch het onderzoek bij werkhervatting, noch het voortgezet gezondheidstoezicht van toepassing. De stagiair heeft echter wel het recht om een spontane raadpleging te vragen;

2. de voorafgaande gezondheidsbeoordeling gebeurt op het ogenblik dat de stagiair voor de eerste keer stage zal doen. Het formulier van gezondheidsbeoordeling dat naar aanleiding van dit medisch onderzoek wordt afgeleverd door de arbeidsgeneesheer, blijft in principe onbeperkt geldig. Hierop bestaat één uitzondering : wanneer de stagiair elders wordt tewerkgesteld aan een activiteit met een totaal nieuw of een ander risico dat voordien niet gedekt was door het vroegere gezondheidstoezicht, wordt dit gezondheidstoezicht herhaald en wordt een nieuw formulier van gezondheidsbeoordeling afgeleverd door de arbeidsgeneesheer;

3. het is de werkgever bij wie de stagiair eerst wordt tewerkgesteld die het gezondheidstoezicht moet uitvoeren. De volgende werkgevers zijn vrijgesteld van de uitvoering van een nieuwe gezondheidsbeoordeling, voor zover de stagiair niet aan een nieuw of ander risico wordt blootgesteld.

Deze regeling heeft tot gevolg dat het aantal medische onderzoeken van stagiairs in aanzienlijke mate wordt beperkt.

Het formulier van gezondheidsbeoordeling dat door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer wordt opgesteld, dient als bewijs dat de stagiair effectief de voorafgaande gezondheidsbeoordeling heeft ondergaan. De stagiair dient dit formulier bij te houden en het aan elke nieuwe werkgever die als stagegever zal optreden voor te leggen. Deze werkgever dient dan enkel nog na te gaan of de risico's die zich in zijn onderneming of instelling voordoen inderdaad gedekt zijn.

Hoewel dit niet wettelijk verplicht is, kan het aangewezen zijn dat de stagiairs een kopie van dit formulier bezorgen aan de onderwijsinstelling.

Afdeling V.- Tariefregeling

De artikelen 9 tot 13 stellen een specifieke tariefregeling vast voor de prestaties die door de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk worden verricht voor de werkgever-stagegever.

In tegenstelling tot de algemene regeling die voorziet in een minimumbijdrage, gaat het hier om een verplichte bijdrage. Het is dus niet mogelijk af te wijken van dit tarief, zodat het noch verhoogd, noch verlaagd kan worden.

Deze tariefregeling geldt voor alle prestaties die door de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk worden verricht met betrekking tot stagiairs en heeft dus betrekking op risicoanalyse, advies over preventiemaatregelen en gezondheidstoezicht.

Ze is verschuldigd door alle werkgevers of zij al dan niet verplicht zijn de betrokken stagiair te onderwerpen aan gezondheidstoezicht.

Indien de werkgever minder dan twintig werknemers tewerkstelt is de bijdrage voor de stagiairs opgenomen in het zogenaamde basisforfait. Dit betekent dat de werkgever geen bijkomende kosten heeft dan deze vastgesteld in toepassing van de algemene wetgeving. Voor het jaar 2004 betekent dit dat een werkgever niet meer mag betalen dan :
- 84,80 EUR wanneer het aantal werknemers gelijk is of kleiner dan 9;
- 169,61 EUR wanneer het aantal werknemers hoger is dan 9 maar kleiner dan 20.

Indien de werkgever twintig of meer werknemers tewerkstelt is de bijdrage voor het jaar 2004 gelijk aan 98,93 EUR vermenigvuldigd met het totaal aantal uren arbeid van de stagiairs gedeeld door 1.750. Concreet betekent dit dat wanneer een bedrijf gedurende verschillende maanden stagiairs tewerkstelt ten belope van in totaal 580 uren de bijdrage gelijk is aan 32,78 EUR.

Wanneer het totaal aantal uren van tewerkstelling van alle stagiairs te samen groter is dan 580 uren is de bijdrage gelijk aan 32,97 EUR of
1/3 van het bedrag van 98,93 EUR.

In bijlage zijn een aantal voorbeelden opgenomen.

Opm. : het gaat hier om een totaal, dus niet per stagiair.

Deze bijdragen dienen betaald te worden uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarop de prestaties betrekking hebben. Dit impliceert dat de bijdragen voor de prestaties die bijvoorbeeld zullen verricht worden in de loop van het kalenderjaar 2005 worden samengeteld en moeten betaald worden uiterlijk op 31 januari 2006.

Afdeling VI. Rol van de onderwijsinstellingen bij de toepassing van de preventiemaatregelen

De artikelen 14 tot 16 van het koninklijk besluit van 21 september 2004 voorziet in de mogelijkheid dat, onder bepaalde voorwaarden, de toepassing van de verplichtingen betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk op stagiairs kan verdeeld worden tussen de onderwijsinstellingen en de werkgevers die de stageplaatsen aanbieden.

Deze bepalingen zijn evenwel nog niet in werking getreden, zodat de onderwijsinstellingen thans nog niet met dergelijke opdrachten kunnen worden belast.

Hoofdstuk III.- Belangrijkste verschilpunten met de vroegere regelgeving

Bij wijze van conclusie volgt hier een opsomming van de belangrijkste verschilpunten tussen de huidige regelgeving en deze die ingevoerd werd bij het koninklijk besluit van 3 mei 2003.


1. De regelgeving inzake het welzijn op het werk is alleen van toepassing op stagiairs, indien zij effectief arbeid verrichten zoals de werknemers. Kijkstages, observatiestages en bedrijfsbezoeken vallen dus niet onder het begrip "stage" in de zin van de welzijnswetgeving.
2. De verplichtingen inzake de bescherming van de stagiairs blijven bij de werkgever berusten. Daarbij is het van belang dat de werkgever een correcte risicoanalyse uitvoert, zodat aangepaste preventiemaatregelen kunnen worden uitgewerkt.

3. Het veralgemeend gezondheidstoezicht bij stagiairs jonger dan 21 jaar is afgeschaft. Er bestaat nog alleen een algemene verplichting van gezondheidstoezicht voor stagiairs jonger dan 18 jaar.
4. Bij de toepassing van het gezondheidstoezicht moet rekening gehouden worden met de risico's waaraan de stagiairs kunnen worden blootgesteld.

5. Indien de stagiair niet voortdurend aan nieuwe of andere risico's wordt blootgesteld volstaat één enkele gezondheidsbeoordeling.
6. Deze gezondheidsbeoordeling wordt uitgeoefend op initiatief van de eerste werkgever bij wie de stagiair stage doet.
7. De tariefregeling werd aangepast, zodat in kleine ondernemingen of instellingen met minder dan 20 werknemers de bijdrage is opgenomen in het basisforfait. In de andere ondernemingen of instellingen kan de bijdrage maximaal 32,97 EUR per schijf van 580 uren tewerkstelling bedragen.

BIJLAGE

Berekening van totale bedrag dat overeenkomstig de vastgestelde tarieven door de werkgever die stagiairs tewerkstelt aan de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk dient betaald te worden

De berekening gebeurt vanuit het standpunt van de werkgever die de stagiairs tewerkstelt. Daarbij wordt uitgegaan van het aantal uren tewerkstelling.

A. Een werkgever stelt minder dan 20 werknemers te werk:

De werkgever dient geen bijkomende kosten te betalen. De kostprijs voor de onderzoeken van de stagiairs is opgenomen in het basisforfait.

Voor de berekening van het aantal werknemers wordt enkel rekening gehouden met de personen die worden aangegeven bij de R.S.Z. Derhalve worden de stagiairs niet meegeteld.

Bv. een werkgever met 18 werknemers en 5 stagiairs is nog steeds een werkgever die minder dan 20 werknemers tewerkstelt.

B. Een werkgever stelt 20 of meer werknemers te werk:

Er dient eerst (1) toepassing gemaakt te worden van artikel 11 van het koninklijk besluit van 21 september 2004 betreffende de bescherming van stagiairs. Dit betekent dat het aantal effectief tewerkgestelde stagiairs moet omgerekend worden naar full-time equivalenten door de volgende formule toe te passen :

Aantal uren stage

1.750

Het resultaat van deze breuk moet vermenigvuldigd worden met 98,93 EUR.

Dit resultaat dient vergeleken te worden met het bedrag dat men bekomt door artikel 12 van het voormelde koninklijk besluit toe te passen (2). Hierbij gaat men uit van het principe dat 1/3 van het bedrag van 98,93 EUR wordt aangerekend per stagiair, ongeacht het aantal uren tewerkstelling.

(3) Het meest voordelige tarief is van toepassing. Voorbeeld:
Een werkgever die meer dan 20 werknemers tewerkstelt stelt 5 stagiairs te werk volgens één van de volgende uurroosters. Het grensbedrag dat bekomen wordt in toepassing van artikel 12 bedraagt het volgende :
(98,93 : 3) x 5 = 164,88 EUR

a) bijdrage bij korte stage en middellange stage:


5 stagiairs leveren elk prestaties gedurende 180 uren. Totaal aantal uren stage : 180 x 5 = 900
Full-time equivalent : 900 : 1.750 = 0,51
Bijdrage : 98,93 x 0,51 = 50,45 EUR (1)

5 stagiairs leveren elk prestaties gedurende 500 uren. Totaal aantal uren stage : 500 x 5 = 2.500
Full-time equivalent : 2.500 : 1.750 = 1,43
Bijdrage : 98,93 x 1,43 = 141,47 EUR (1)

5 stagiairs leveren elk prestaties gedurende 580 uren. Totaal aantal uren stage : 580 x 5 = 2.900
Full-time equivalent : 2.900 : 1.750 = 1,66
Bijdrage : 98,93 x 1,66 = 164,22 EUR (1)

b) bijdrage bij lange stages:

Voorbeeld a): 5 stagiairs leveren elk prestaties gedurende 600 uren

(1) Toepassing van artikel 11
Totaal aantal uren stage : 600 x 5 = 3.000
Full-time equivalent : 3.000 : 1.750 = 1,71
Bijdrage : 98,93 x 1,71 = 169, 17 EUR

(2) Toepassing van artikel 12
(98,93 : 3) x 5 = 164,88 EUR

(3) Door toepassing van artikel 11 wordt het bedrag van 164,88 EUR overschreden. De werkgever is dit laatste bedrag verschuldigd.

Voorbeeld b): 5 stagiairs leveren elk prestaties gedurende 1.000 uren

(1) Toepassing van artikel 11
Totaal aantal uren stage : 1.000 x 5 = 5.000
Full-time equivalent : 5.000 : 1.750 = 2,86
Bijdrage : 98,93 x 2,86 = 282,9 EUR

(2) Toepassing van artikel 12
(98,93 : 3) x 5 = 164,88 EUR

(3) Door toepassing van artikel 11 wordt het bedrag van 164,88 EUR overschreden. De werkgever is dit laatste bedrag verschuldigd.

c) Bijdrage bij gemengde stage

Voorbeeld 1 :

2 stagiairs leveren prestaties gedurende 180 uren = totaal 360 uren
3 stagiairs leveren prestaties gedurende 500 uren = totaal 1.500 uren
8 stagiairs leveren prestaties gedurende 600 uren = totaal 4.800 uren

(1) Toepassing van artikel 11
Totaal aantal uren stage : 360 + 1.500 + 4.800 = 6.660 uren Full-time equivalent 6.660 : 1.750 = 3,8
Bijdrage : 98,93 x 3,8 = 375,93 EUR

(2) Toepassing van artikel 12
Aantal tewerkgestelde stagiairs : 2 + 3 + 8 = 13 (98,93 : 3) x 13 = 428,7 EUR

(3) De toepassing van artikel 11 leidt tot een gunstigere bijdrage, zodat de bijdrage van 375,93 EUR verschuldigd is.

Voorbeeld 2

2 stagiairs leveren prestaties gedurende 180 uren = totaal 360 uren
3 stagiairs leveren prestaties gedurende 500 uren = totaal 1.500 uren 10 stagiairs leveren prestaties gedurende 1.000 uren = totaal 10.000 uren

(1) Toepassing van artikel 11
Totaal aantal uren stage : 360 + 1.500 + 10.000 =11.860 uren Full-time equivalent 11.860 : 1.750 = 6,77
Bijdrage : 98,93 x 6,77 = 669,76 EUR

(2) Toepassing van artikel 12
Aantal tewerkgestelde stagiairs : 2 + 3 + 10 = 15 (98,93 : 3) x 15 = 494,65 EUR

(3) De toepassing van artikel 12 leidt tot een gunstigere bijdrage, zodat de bijdrage van 494,65 EUR verschuldigd is. back