Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzittervan de TweedeKamerderStaten-Generaal

Binnenhof4

Den Haag


- Directie Integratie Europa

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061

2500 EB Den Haag


Datum


- 8 december 2004

Behandeld


- Carola van Rijnsoever


Kenmerk


- DIE-639/04

Telefoon


- +31 (0)70 348 4867


Blad


- 1/3

Fax


- +31 (0)70 348 6381


Bijlage(n)


- -


- carola-van.rijnsoever@minbuza.nl


Betreft


- Uw verzoek inzake- Turkije / godsdienstvrijheid


-

Graag voldoe ik hiermee aan het verzoek van uw Kamer tijdens het Algemeen Overleg over de uitbreiding van de Europese Unie op 24 november jl. om nadere informatie over de situatie met betrekking tot godsdienstvrijheid in Turkije. Ik verwijs hierbij graag naar de antwoorden d.d. 25 november jl. op schriftelijke vragen over dit onderwerp gesteld door de leden Van der Staaij (SGP) en Huizinga-Heringa (Christen Unie) en naar de brief over de uitbreiding van de Europese Unie die de staatssecretaris van Europese Zaken en ik u op 23 november jl. deden toekomen, in het bijzonder de bijlage naar aanleiding van het rapport 'De EU, Turkije en de islam' van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Tijdens het Algemeen Overleg over de uitbreiding van de Europese Unie op 24 november jl. zegde ik toe uw Kamer het schriftelijke antwoord te doen toekomen van de Turkse minister van Buitenlandse Zaken, Gül, op mijn brief met een aantal zorgpunten, waaronder godsdienstvrijheid. Deze brief heb ik nog niet ontvangen. Zodra ik deze ontvang, gaat hij u alsnog toe.

Mede in het licht van de aanstaande beslissing over het al of niet openen van toetredingsonderhandelingen met Turkije door de Europese Unie heeft de situatie op het gebied van godsdienstvrijheid in Turkije de volle aandacht van het kabinet.

In haar voortgangsrapportage van 6 oktober jl. concludeert de Europese Commissie dat niet-islamitische geloofsgemeenschappen in Turkije belemmeringen blijven ondervinden, hoewel de vrijheid van godsdienst is gegarandeerd in de Turkse grondwet en het geloof grotendeels ongehinderd beleden kan worden. In de afgelopen jaren is een aantal hoopgevende hervormingen doorgevoerd, hetgeen mede de Commissie ertoe brengt te oordelen dat Turkije in voldoende mate voldoet aan de politieke Kopenhagen criteria om toetredingsonderhandelingen te openen op het moment dat een zestal in de brief van 23 november genoemde (niet specifiek op de godsdienstvrijheid betrekking hebbende) wetten in werking is getreden.

Zoals eerder gesteld deelt het kabinet de conclusie van de Commissie. Het is van mening dat de Europese Raad later deze maand kan besluiten met Turkije toetredingsonderhandelingen te openen zodra de bedoelde zes wetten in werking zijn getreden, omdat alsdan Turkije in voldoende mate aan de politieke Kopenhagen criteria beantwoordt.

Het secularisme is in Turkije constitutioneel vastgelegd, zoals ook in bijvoorbeeld Frankrijk het geval is. De strikte scheiding tussen kerk en staat werd aangebracht om de staat tegen inmenging in staatszaken door de islam te bewaken. Aanpassing van Turkse wetgeving met het oog op het verbeteren van het respect voor de godsdienstvrijheid zal met de nodige zorgvuldigheid gepaard moeten gaan, zodat de keuze voor strikte scheiding tussen kerk en staat geen geweld wordt aangedaan.

De strikt seculiere grondslag van de Turkse staat draagt eraan bij dat praktische belemmeringen bestaan bij het uitoefenen van het geloof door niet-Moslims in Turkije. Turkije spant zich in voor het wegnemen van deze belemmeringen. Ik noem de meest in het oog springende hervormingen.

De nieuwe Wet op verenigingen, één van het eerder genoemde zestal wetten, zal het makkelijker maken voor religieuze organisaties zichzelf juridisch te organiseren. De huidige Wet op verenigingen staat verenigingen toe die het onderhoud van een moskee, tempel of kerk tot doel hebben. Langs deze weg kunnen problemen met geloofsgemeenschappen op pragmatische wijze worden opgelost en is het nu reeds mogelijk kerken te openen. Zo zijn eerder dit jaar twee Protestante kerken geopend in Antalya en Alanya op basis van de huidige Wet op verenigingen.

Voorheen kende de Wet op de bestemmingsplannen uitsluitend de categorie 'moskee' als vorm van een bedehuis, waardoor het juridisch gezien onmogelijk was om een aanvraag te doen voor bestemming tot een bedehuis dat geen moskee is. In september 2003 is echter een wetswijziging tot stand gebracht, waardoor in bestemmingsplannen de categorie 'gebedshuis' kan worden opgenomen. Inmiddels is op basis hiervan een aantal kerken geopend.

Ook zijn recentelijk de Turkse grondwet en het nieuwe wetboek van strafrecht zodanig aangepast dat discriminatie op grond van onder andere geloofsovertuiging strafbaar is. Dit maakt het makkelijker voor christenen en personen van andere niet-islamitische gezindten om overheidsfuncties te bekleden. De Turkse overheid beziet of aanvullende maatregelen nodig zijn, zoals een beleid voor positieve discriminatie en het doen uitgaan van een circulaire om het non-discriminatiebeginsel opnieuw onder de aandacht van (lokale) overheidsinstellingen te brengen.

Het Secretariaat-Generaal voor EU-aangelegenheden van de Turkse overheid verzorgt regelmatig trainingen, vaardigt circulaires uit en geeft informatie aan lokale overheden om discriminatoire toepassing van regelgeving die raakt aan de godsdienstvrijheid, in het bijzonder met betrekking tot technische vereisten, te voorkomen. Langs deze weg wordt bijvoorbeeld de ongelijke toepassing bestreden van de bepaling dat gebedshuizen een minimum vloeroppervlak van 2500 vierkante meter moeten hebben.

Een aantal hervormingen zal in de komende periode nog moeten worden doorgevoerd. Zo is het voor het verwerven van eigendom en rechtspersoonlijkheid door geloofsgemeenschappen van groot belang dat er een nieuwe Wet op stichtingen komt. Deze is onlangs in concept voorgelegd aan het kabinet van de Turkse minister-president. Het is de bedoeling dat het Turkse parlement de wet nog voor 17 december aanneemt. De wet maakt echter geen deel uit van het pakket van zes wetten die in werking zouden moeten zijn getreden alvorens toetredingsonderhandelingen kunnen worden geopend. Het Nederlandse kabinet kan op dit moment nog geen oordeel uitspreken over de kwaliteit van de ontwerp-Wet op stichtingen. Een andere nog door te voeren hervorming betreft het opleiden van geestelijken voor niet-moslim minderheden. Dit is nog niet toegestaan, terwijl niet-Turkse geestelijken van niet-moslim gezindten praktische problemen tegenkomen wanneer zij in Turkije willen werken.

Gegeven de recente en nog te verwachten veranderingen in de Turkse wetgeving op terreinen die raken aan de godsdienstvrijheid, zal de Europese Unie ook in de periode nadat eventueel toetredingsonderhandelingen zijn geopend nauwlettend moeten blijven volgen of de mate van godsdienstvrijheid in Turkije ook in de praktijk aansluit bij de uitgangspunten van de Europese Unie. Ook het kabinet zal aan deze materie de nodige aandacht blijven geven. Zoals bekend stelt de Commissie voor een 'noodrem' toe te passen in het geval de voortgang op het gebied van de politieke criteria te wensen overlaat. Een passage waarin deze voorziening nader wordt aangeduid is opgenomen in de ontwerp-conclusies voor de Europese Raad van 17 december as.


- De minister van Buitenlandse Zaken,

Dr. B.R. Bot

===