VVD



Nieuws

15 dec 2004 - VVD: verleng licentieperiode
commerciële FM-frequenties

Digitale radio wordt alleen een succes mét commerciële zenders

VVD Mediawoordvoerster Fadime Örgü vreest dat de kabinetsplannen voor digitale radio in het water zullen vallen, omdat het kabinet alleen zekerheden biedt voor de publieke radiostations. Het kabinet wil dat de commerciële stations bieden op kunstmatig schaarse frequenties. Örgü: "Zonder goede garanties aan commerciële stations lijkt het mij sterk dat die stations überhaupt geïnteresseerd zijn en wordt het met digitale radio niets. Niemand koopt een digitale radio-ontvanger als je daar alleen de publieke stations op kan ontvangen". Omdat de commerciële radiostations nog zwaar gebukt gaan onder de gevolgen van de FM-veiling, wil de VVD de huidige licentieperiode verlengen. De zenders kunnen zodoende gedurende langere tijd via de FM het geld verdienen dat nodig is om de ontwikkeling en promotie van digitale radio te kunnen betalen. De minister moet wel afspraken maken met de commerciële stations over investeringen in digitale radio.

De VVD is een voorstander van digitale radio: de consument kan straks over meer keuzemogelijkheden beschikken ten aanzien van radioprogramma's en datadiensten dan nu het geval is. Örgü: "Maar je kan en mag van de commerciële radiostations niet verwachten dat zij eerst héél veel geld investeren in de analoge FM en vervolgens een paar jaar later moeten meebetalen aan digitale radio, zeker als ze weer voor hun plekje moeten vechten." De VVD vindt dat een gezamenlijke aanpak van de commerciële radiostations en de publieke omroep noodzakelijk is om digitale radio de kans te geven die het verdient.

Hieronder vindt u de tekst, zoals uitgesproken tijden het overleg op 15 december 2004

AO Breedband, onderdeel digitale radio/Digital Audio Broadcasting (DAB) in Nederland De VVD is een voorstander van digitale radio: door de introductie van DAB kan de consument straks wellicht over meer keuzemogelijkheden beschikken ten aanzien van radioprogramma's en datadiensten dan nu het geval is.

De publieke omroep heeft inmiddels een frequentie (met meerdere kanalen) toegewezen gekregen. De uitgifte van frequenties aan commerciële partijen is nu (in 2005) aan de orde. De minister werkt aan zijn beleidsvoornemen (waarin oa selectiecriteria, aantal vergunningen, omvang vergunningen etc worden opgenomen). Dat voornemen wordt getoetst door de OPTA, het OPT (Overlegorgaan Post en Telecom) en de NMa. Waarom heeft het Commissariaat voor de Media hier geen rol? Het gaat tenslotte ook over de pluriformiteit en diversiteit van de Nederlandse media. Het beleidsvoornemen zou in het najaar van 2004 komen. Dat is nu. Wanneer kan de Kamer het tegemoet zien? Zet de minister in het beleidsvoornemen ook de voor- en nadelen van de technische alternatieven van DAB (DVB-T, DVB-H, DRM, Wifi, mobiele telecomnetwerken) op een rijtje?

Neemt de minister in zijn beleid de ontwikkeling in het buitenland mee? DAB is volgens de minister al volop in gebruik in het buitenland. Is de uitgifte van frequenties in het buitenland succesvol verlopen? En in hoeverre is DAB in het buitenland qua hoeveelheid luisteraars een succes? Wat betekent dat voor de aanschafkosten van een DAB-ontvanger?

De minister merkt in de brief op dat introductie van DAB in het begin moeilijk zal zijn, omdat er weinig luisteraars zullen zijn en dus weinig reclame-inkomsten. De VVD maakt uit die opmerking op dat uitrol van DAB in het geheel niet mogelijk is zonder de medewerking van commerciële marktpartijen. Om DAB succesvol aan te pakken is een gezamenlijke aanpak van de commerciële radiostations en de publieke omroep noodzakelijk. De publieke omroep heeft de commerciële omroep nodig en omgekeerd de commerciële omroep de publieke. Vanuit enkele commerciële stations horen wij dat zij graag gezamenlijk met de publieke omroep DAB in de markt willen zetten. Dat is een positief signaal.

De uitgifte van de digitale etherfrequenties moet beter verlopen dan de afgelopen keer met de Zero Base-frequenties. Het is daarom de vraag of het verstandig is nu al de frequentieverdeling aan de orde te stellen. Je kan en mag van de commerciële radiostations niet verwachten dat zij eerst héél veel geld investeren in de analoge FM en vervolgens een paar jaar later moeten meebetalen aan DAB, als daarin te weinig (financiële) zekerheden zijn ingebouwd. Hoe wil de minister de medewerking van de commerciële stations krijgen? Welke zekerheden gaat hij hen bieden?

De VVD-fractie wil alvast wel een voorzetje doen. Het lijkt ons een goed idee om de huidige licentieperiode van 8 jaar voor de FM-frequenties te verlengen. Omdat de radiostations nog zwaar gebukt gaan onder de gevolgen van de Zero Base- veiling geeft hen dat de mogelijkheid gedurende langere tijd via de FM het geld te verdienen dat nodig is om de ontwikkeling en promotie van DAB te kunnen betalen en zodoende de digitalisering van de radio de kans te geven die het verdient. De minister moet dan uiteraard wel afspraken met de commerciële stations maken over investeringen in DAB.

Verder lijkt het de VVD verstandig in ieder geval voldoende frequentieruimte te plannen, zodat alle huidige commerciële FM stations een plaats kunnen krijgen. Hoe schaars is de ruimte als je uitgaat van minimaal de FM-kwaliteit - en landelijk bereik - voor zowel commerciële als publieke zenders? Hoeveel multiplexen zijn er dan nodig om alle huidige stations en een aantal nieuwe initiatieven te herbergen? Is voor het verwerven van frequentieruimte voor DAB geen overleg met het omringende buitenland nodig? Wordt dat overleg gepleegd? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat is in die overleggen de inzet? Samengevat: zonder goede garanties aan commerciële stations lijkt het ons sterk dat commerciële stations überhaupt geïnteresseerd zijn en wordt het met de uitrol van DAB niets. Dat zou zonde zijn.