European Commission

IP/04/1488

Brussel, 15 december 2004

Veiligheid van de zeescheepvaart: de Commissie daagt acht lidstaten voor het Europese Hof van Justitie

De Commissie heeft besloten België, Griekenland, Frankrijk, Italië, Nederland, Oostenrijk, Finland en het Verenigd Koninkrijk voor het Hof van Justitie te dagen. Deze landen zijn in gebreke gebleven bij de invoering van de cruciale EU-wetgeving inzake een monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart die naar aanleiding van de ramp met de Erika door de EU is vastgesteld. Deze wetgeving is erop gericht de veiligheid van de zeescheepvaart te bevorderen door de reactie van overheidsinstanties op incidenten, ongelukken en mogelijkerwijs gevaarlijke situaties op zee te verbeteren en zodoende bij te dragen tot een betere preventie en detectie van verontreiniging door schepen. "Het is ontstellend dat de lidstaten vijf jaar na de schipbreuk van de Erika en drie jaar na de ramp met de Prestige nog steeds talmen met de invoering van deze cruciale maatregelen om de veiligheid op zee te verbeteren. De lidstaten moeten toevluchtsoorden voor noodsituaties aanwijzen en ervoor zorgen dat er op elk schip een zwarte doos wordt geïnstalleerd", verklaarde Jacques Barrot, vice-voorzitter van de Commissie en verantwoordelijk voor het vervoersbeleid.

De richtlijn uit 2002^ is een essentieel onderdeel van de rechtsinstrumenten die naar aanleiding van de ramp met de olietanker Erika in december 1999 zijn vastgesteld. Hierin is de verplichting opgenomen om de scheepvaartautoriteiten in kennis te stellen, met name wanneer een schip gevaarlijke of verontreinigende goederen vervoert. In de richtlijn zijn ook bepalingen opgenomen voor de monitoring van gevaarlijke schepen en voor de wijze van optreden bij ongelukken op zee. In deze context worden de lidstaten ertoe verplicht plannen op te stellen voor de opvang van schepen in nood in de wateren die onder hun jurisdictie vallen.

De acht betrokken lidstaten hebben de Commissie niet in kennis gesteld van alle nationale maatregelen die nodig zijn om de richtlijn om te zetten, terwijl zij de nodige wetgeving al vóór 5 februari 2004 hadden moeten vaststellen.

---

Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van Richtlijn 93/75/EEG van de Raad (PB L 208 van 5.8.2002, blz. 10).