Wageningen Universiteit

Persbericht Wageningen Universiteit, nr 122, 13 december 2004

TOPAMBTENAAR DIEN HOETINK HAD GROTE INVLOED OP VOEDSELVOORZIENING IN WOII

Doorslaggevende betekenis voor sociaal-economisch gebouw naoorlogse landbouw in Nederland

Mej. Everardina Wilhelmina (Dien) Hoetink heeft, als eerste vrouwelijke leidinggevende landbouwambtenaar in Nederland, een onmiskenbare en doorslaggevende betekenis gehad voor de voedselvoorziening in de Tweede Wereldoorlog en voor de hele publiekrechtelijke ordening van de landbouw in naoorlogs Nederland. Die betekenis was wellicht groter geweest als zij niet op 16 februari 1945, net veertig jaar oud, stierf in het Duitse concentratiekamp Ravensbrück. Agrarisch historicus drs. Hans van Kamp schreef een biografie over Dien Hoetink waarop hij op 11 januari 2005 (haar 101ste geboortedag) hoopt te promoveren aan Wageningen Universiteit.

Landbouw-juriste Dien Hoetink (1904-1945) werkte van 1933 tot 1944 op het ministerie van Economische Zaken, dat toen nog verantwoordelijk was voor het beleid op het gebied van de landbouw. Daar werkte ze aan wetgeving die tot doel had een publiekrechtelijke ordening van de landbouw in Nederland in te voeren. Voor de oorlog bleek die amper haalbaar, na de oorlog was het tientallen jaren de basis voor het stevige sociaal-economische gebouw van de agrarische sector in Nederland, waarbij publiekrechtelijke taken waren overgedragen aan private organisaties, zoals product- en bedrijfsschappen. Hoetink kwam in 1940 bij het Rijksbureau voor Voedselvoorziening in Oorlogstijd (RbVVO), het bureau dat onder steeds moeilijker wordende omstandigheden de voedselvoorziening in Nederland tijdens de bezetting draaiende moest zien te houden. In haar werk voor dit bureau hield Hoetink steeds in haar achterhoofd hoe de publieke ordening van de voedselvoorziening in het naoorlogse Nederland zou moeten worden ingericht. "Haar regelgevende arbeid (...) dient te worden beschouwd als een vehikel dat onderweg is naar betere tijden", aldus Hans van Kamp in zijn proefschrift "Dien Hoetink. 'Bij benadering'. Biografie van een landbouwjuriste in crisis- en oorlogstijd".

Van Kamp noemt het in zijn proefschrift opvallend hoe invloedrijk en doorslaggevend het werk is geweest van het tweede echelon ambtenaren binnen het RbVVO, waartoe Hoetink behoorde, voor het slagen van die organisatie. Juist die invloed heeft er volgens Van Kamp mede toe geleid dat de Duitsers er nauwelijks in zijn geslaagd de landbouw en de voedselvoorziening in bezet Nederland te 'nazificeren', in tegenstelling tot de handel en industrie. Hoetink hechtte sterk aan goede wet- en regelgeving en de navolging daarvan. Dat werd haar noodlottig. Die formalistische en 'recht-door-zee'-opstelling en haar gevoel voor menselijke vrijheid en waardigheid brachten haar in toenemende mate in conflict met de Duitse bezetter, die haar uiteindelijk op 3 augustus 1944 arresteerden, op 6 september 1944 naar het concentratiekamp Ravensbrück afvoerden, waar ze op 16 februari 1945stierf, waarschijnlijk in de gaskamer. Haar directe baas, directeur-generaal Louwes van het RbVVO zei na de oorlog tegen de Enquêtecommissie Regeringsbeleid 1940-1945 over zijn medewerkers die in de oorlog het leven lieten: "Het meest tragische geval is wel geweest (...) het verdwijnen van mejuffrouw E.W. Hoetink". De naam van Dien Hoetink leeft nog altijd voort in het personeelfonds van het ministerie van LNV. Het is de opvolger van het fonds dat Hoetink ooit zelf mede oprichtte binnen het RbVVO oprichtte voor financiële hulp aan collega's die door omstandigheden buiten hun schuld in problemen waren gekomen. Johan-Evert (Hans) van Kamp (Leiden, 1947) studeerde in Leiden een vrijde studierichting Rechten gecombineerd met Jeugdsociologie. Tot enkele jaren geleden was hij directeur personeel- en arbeidsomstandigheden en plaatsvervangend secretaris van de toenmalige Landbouwuniversiteit Wageningen. Daarna was hij wetenschappelijk onderzoeker bij de leerstoelgroep Agrarische Geschiedenis van Wageningen Universiteit. Voor zijn gedichten (onder het pseudoniem Hans Ober kreeg hij in 1993 de Poëzieprijs Ede en in 1994 de Meulenhof Poëzieprijs.